woordwebEen woordweb is hetzelfde als een woorspin of begrippennet. Het geeft een beknopte visuele voorstelling van de structuur van de tekst. Het is iets eenvoudiger dan een mindmap.

Bij het maken van een woordweb of mindmap gebruik je meer zintuigen. Dit zorgt ervoor dat je de leerstof beter en langer onthoudt!

In een woordweb worden de belangrijkste elementen uit de leerstof schematisch en overzichtelijk in beeld gebracht.De sleutelwoorden worden met elkaar verbonden door pijlen en waar toepasselijk worden gegevens in reeksen neergezet.

Een tekst in een woordweb omzetten

1. Lees de titel

Een goede titel zegt veel over een tekst. In een korte zin wordt de hele tekst samengevat.

  • Wat weet ik al van dit onderwerp?
  • Waarover zou de tekst gaan?

2. Lees de kopjes

Lees de kopjes boven de paragrafen. Dit zijn ook weer korte samenvattingen.

  • Wat weet ik al van dit kopje?
  • Waarover zou de paragraaf gaan?

3. Bekijk de plaatjes en grafieken

De afbeeldingen helpen een beeld te vormen van de tekst.

  • Welke informatie geven de plaatjes en grafieken?
  • Waarom zou de schrijver ze hebben opgenomen?

4. Let op opvallende tekst

Kijk of er woorden anders zijn gedrukt, bijvoorbeeld vet , cursief onderstreept of in HOOFDLETTERS.

  • Waarom zou de schrijver die woorden willen laten opvallen?

5. Maak nu een een woordweb

Begin met in het midden de titel te noteren.Kijk nu welke steekwoorden, gevoelens en beelden bij je naar boven, Schakel ook de zintuigen in. Kortom, wat weet je al van dit onderwerp?

In het kort: wie – wat – hoe- waar – wanneer – beeld – geluid – gevoel – geur

Zet in je woordweb bijvoorbeeld:

  • Wie zij erbij betrokken?
  • Wat is er aan de hand?
  • Hoe komt dat?
  • Waar gebeurt het?
  • Wanneer is het gebeurd?
  • Zien: wat voor beeld heb je ervan?
  • Horen: wat zou er te horen zijn?
  • Voelen: wat voel je erbij?
  • Ruiken: hoe zou het ruiken?

begrippennet