Faalangst is een probleem waar veel jongeren op school mee te maken hebben. In de brugklas heeft één op de tien leerlingen last van faalangst, terwijl dat getal in de eindexamenjaren oploopt tot gemiddeld een op de vijf leerlingen. 

Door goed te kijken en te luisteren naar leerlingen kan de leerkracht signalen opvangen die wijzen op faalangst. 

Cognitieve faalangst betreft het leren. Deze vorm komt voornamelijk voor in de schoolse omgeving. Het betreft zowel het oppakken van nieuwe leerstof als het toetsen van de bestudeerde stof. Het toppunt van cognitieve faalangst is natuurlijk de angst voor een proefwerk of overhoring. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in druk gedrag, klamme handen, hoofdpijn, hartkloppingen en buikpijn en maakt dat de leerling belemmerd wordt in zijn leerproces.

Faalangst kan zich op verschillende manieren laten zien. Er zijn perfectionisten en actieve vermijders tegenover uitstellers, opgevers of passieve vermijders. Perfectionisten leren heel veel, zeer nauwgezet en uit het hoofd. Als er iets misgaat raken ze in paniek. Uitstellers, opgevers en vermijders verminderen hun spanning door niet mee te doen.

Wat kan je als leerkracht doen?

Je kunt als leerkracht veel doen om deze leerlingen te helpen. Besteed bijvoorbeeld meer aandacht aan het proces en minder aan het uiteindelijke resultaat. Leerlingen met faalangst krijgen dan onderweg al een beter gevoel.

Denk aan opmerkingen als:

  • Hartstikke goed dat je je werkstuk zo mooi op tijd hebt afgekregen!
  • Wat leuk, dat je een origineel onderwerp voor je spreekbeurt hebt gevonden!
  • Jammer van die onvoldoende, juist nu je er zo voor knokt om je gemiddelde omhoog te brengen!

Daarnaast is fijn als je met de leerling praat over de faalangst. Zeg dat het je opvalt dat het kind zich onzeker voelt en vraag of je hem of haar kunt helpen. Spreek  af dat het kind je altijd om hulp kan vragen. Maak duidelijk dat het kind ertoe doet! Dat de prestaties losstaan van hoe jij het kind ziet.

Wat kun je verder doen?

  • maak duidelijk dat de leerling ertoe doet
  • voorspelbaarheid in de communicatie
  • consequent gedrag naar leerlingen
  • zeg het kind dat je gelooft dat hij het kan
  • maak duidelijk dat je geen perfectie verwacht
  • gebruik positieve nakijkmethoden (bijvoorbeeld aangeven wat goed is in plaats van fout)
  • zorg voor een vriendelijke en veilige sfeer in de klas
  • maak duidelijke afspraken over prestatie
  • zorg dat het doel duidelijk is
  • leer het kind plannen

Beeldmateriaal

Het filmpje hieronder geeft aan hoe je als docent met faalangst kan omgaan.

Faalangst of atychifobie is de angst om te falen, tekort te schieten of om aan bepaalde verwachtingen van jezelf of anderen niet te kunnen voldoen.
Bron:
Wikipedia

Meer over faalangst: