homework_2158249bWaaraan zou je op school kunnen zien dat het kind in beelden denkt en leert?

Karakter:

  • Beelddenkers zijn soms behoorlijk koppig. Ze hebben meestal, uit lijfsbehoud, een goed doorzettingsvermogen.
  • De beelddenker blijft meestal wat achter in ontwikkeling, komt jong over.
  • Moeite met luisteren en zich aan afspraken en regels houden.

Lezen:

  • Spellend en/of radend lezen
  • Anticiperend lezen
  • Lezen wat ze denken dat er staat
  • Synoniemen gebruiken bij het lezen (kraai wordt raaf, als het maar zwart is en vliegt!)
  • Problemen met hardop lezen, terwijl terugvertellen (begrijpen!) wel goed gaat
  • Kleine’ woordjes worden verwaarloosd, er worden synoniemen gelezen, er is tegenzin in het lezen van ‘grote’ boeken.
  • Het beginnend lezen verloopt vaak nog wel redelijk vanwege het visuele karakter ervan.
  • Het lees-taalproces kenmerkt zich door onvoldoende leesvorderingen en moeite met hardop technisch lezen.
  • Stillezen en het leesbegrip is veel beter.
  • Verschil tussen de taal- en leesprestaties en de overige vakken.
  • Het vertellen gebeurt vaak met veel gebaren, fantasie en werkelijkheid is moeilijk te onderscheiden.
  • Woorden worden verhaspeld, verhalen vormen geen samenhangend geheel en er kunnen woordvindingsproblemen zijn.
  • Standjes en grapjes worden vaak te persoonlijk of te letterlijk opgevat.
  • Meer dan 60% oriëntatiefouten bij dictee
  • Spellingsregels zijn wel bekend, maar worden niet toegepast (geautomatiseerd)

Diversen:

  • Automatiseren zoals lezen, tellen, sommen tot 10, tafels, topografie gaat moeilijk tot slecht
  • Herhalen van leerstof en extra uitleggen helpen weinig.
  • De informatieverwerking verloopt traag.
  • De leerling maakt vaak lange tijd een overmaat aan fouten bij volgorde van letters, zinnen en cijfers.
  • Het oriënteren in de ruimte is vaak blijvend lastig; motorische vaardigheden als fietsen, zwemmen, balspelen, schrijven zijn moeilijk te leren.
  • Ze krijgen vaak op hun kop vanwege rommeligheid en vergeetachtigheid wat betreft het opruimen van spullen.
  • Hebben globaal overzicht maar details worden vergeten
  • Gebruiken zelfbedachte strategieën