Ik ben op dit moment het boek “Visual Spatial Learners” van Alexandra Shires Golon aan het lezen.

Al op de eerste bladzijde kom ik iets tegen waar ik even stil van word… Ze schrijft:

“Als ik een groep leraren begeleid vraag ik ze vaak een vakje te tekenen van 2×4 cm.  Dan vraag ik of ze de pen in hun niet-voorkeurhand te nemen en hun handtekening in het vakje te zetten. Ik hoor dan meestal een hoop gegrom en gezucht.

Dan vraag ik om feedback over hoe ze zich voelden op deze manier hun handtekening te zetten. “Raar”, “rommelig”, “niet fijn”, “oncomfortabel”.

Mensen die al eens een hun voorkeurshand of -arm gebroken hebben kunnen er al wel beter mee overweg dan degenen zonder die ervaring maar iedereen is het erover eens dat het niet hun beste werk was en zeker niet efficiënt.

Dit is hoe een beelddenker zich iedere dag voelt in een klas die zicht richt op woorddenkers en de talenten uit de linker-hersenhelft.