Hoe gebruik je je agenda?

het_leven_van_een_loser_schoolagenda_20132014_isbn_9789026134425_1_1354748915Zorg dat je minimaal 2 weken van tevoren je lesrooster (dus de afkortingen van al je vakken) invult, zodat je in de les niet meer naar het juiste vak of uur hoeft te zoeken. Gebruik afkortingen voor je vakken zoals bijvoorbeeld Fr voor Frans.

Schrijf op school je huiswerk bij de datum en het lesuur waarop je het gemaakt of geleerd moet hebben.

Voor je begint aan je huiswerk:

Huiswerk plannen is niet zo makkelijk. Als je het lastig vindt kan je vast hulp krijgen van een ouder of begeleider. Na een paar weken oefenen kan je het zelf!

Als je thuiskomt ga je eerst plannen. Kijk altijd minimaal een week vooruit. Het is handig om toetsen en schriftelijke overhoringen te markeren met een kleur. Verdeel die lesstof in porties. Denk ook aan voorbereidingen van spreekbeurten en werkstukken.

Wat doe je per dag?

Doe in ieder geval alles wat voor de volgende dag in je agenda staat. Op maandag doe je dus alles wat bij dinsdag in je agenda staat.

Tijd over? Kijk naar welke toetsen of schriftelijke overhoringen je hebt staan. Hoe vaker je leert, hoe beter het blijft hangen. Vier keer een kwartier leren levert raar genoeg meer op dan 1 keer een uur.

Voor een toets kun je het beste een week van te voren beginnnen. De dag van tevoren herhaal je alle stof. Je kunt de stof het beste opdelen in kleinere beetjes en iedere dag wat doen. De dagen voor de toets moet je vooral besteden aan herhaling. Je hersens hebben herhaling nodig om de stof goed te kennen

Voor een SO kun je het beste 3 dagen voor de toets beginnen, de dag voor de SO herhaal je alle leerstof.

Als je het huiswerk af hebt, kun je het afstrepen in je agenda

Deze agenda’s bieden extra hulp bij het plannen:

[posts-by-tag tags=”agenda” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Plan je huiswerk!

leren-lukt-nietHuiswerk maken vergt planning, concentratie en doorzettingsvermogen. Dit zijn vaak niet de meest briljante eigenschappen van de beelddenker.

Het is fijn, zo niet noodzakelijk, hier het kind in te begeleiden.

Om mee te helpen met de planning is het belangrijk dat je weet wat er speelt. Toon interesse in het huiswerk en vraag ernaar als het kind uit school komt. Vraag of er vakken zijn die moeilijk zijn, of je ergens mee kan helpen. Bijvoorbeeld wiskunde uitleggen of samen een tekst doornemen. Maak duidelijk dat je wilt helpen!

Eerst voorbereiden!

Bekijk op een vast moment, bijvoorbeeld op de vrijdagmiddag, samen de agenda van je kind. Het is van belang dat het kind op school het huiswerk goed opschrijft in de agenda. Vaak kun je dit ook nakijken op de elektronische leeromgeving van school, Magister of Elo.

Kijk wat er voor volgende week in de agenda staat. Komen er toetsen aan? Zo kun je samen praten over planning en de taken.

Zorg dat je weet wat je kind moet doen en waar hij eventueel meer tijd voor nodig heeft. Doe het op zo’n manier dat hij er ook iets van opsteekt zodat hij het over een tijdje zelf kan.

Maak een planning!

Maak dan een planning, Het is handig als er een regelmaat zit in het leren en als er een vast schema is. Houd hierbij rekening met sporten, hobby’s en vrije tijd. Plan ook meteen de controle- en overhoor-momenten zodat die er niet bij inschieten.

Laat het kind niet doorwerken tot laat in de avond en al helemaal niet tot bedtijd. Het is belangrijk om voor het slapen gaan nog even te ontspannen.

Probeer de huiswerktijd effectief in te delen. Houd bij het plannen rekening met voldoende pauzes, Na 45 minuten tot een uur leren is 15 minuten pauze redelijk. Doe in die pauze echt even wat anders! Ook in het weekend studeren kan effectief zijn.

  • Vaker kort studeren is effectiever! Twee periodes van 5 uur studeren hebben een rendement van maar 8 uur is. Het studierendement van 5 periodes van 2 uur is 12 uur!
  • Maak een (week)planning met tijdsplanning.
  • Zorg voor pauzes tijdens het huiswerk (na elke ca. 45-60 minuten een kwartier pauze)
  • Maak per vak eerst het leerwerk en direct erna het maakwerk dat erbij hoort.
  • Wissel de vakken af. Vakken die op elkaar lijken kun je beter niet vlak na elkaar doen.
  • Niet te lang hetzelfde stampwerk achter elkaar doen. Woordjes leren kan beter in 4 x 15 minuten dan 1 x een uur.

Regelmatig leren is belangrijk, alle dagen ongeveer even lang. Niet de ene dag 3 uur en de andere dag een half uurtje. Als je iets één keer leert ben je het na een paar dagen helemaal vergeten, als je het vaker leert dan onthoud je het langer.

Neem pauzes! Tijdens het leren gebruik je je leer-accu Als je moe bent, of gefrustreerd, raakt ie accu sneller leeg. Als je accu leeg is neem je geen informatie meer op, dan heeft het geen zin om door te gaan. De enige manier om de accu op te laden is door te pauzeren. Even stoppen met het huiswerk en iets anders doen.Na de pauze neem je weer veel meer stof op.

Een goed hulpmiddel bij het maken van een overzichtelijke planning is de 1blikagenda. Gebruik deze thuis en laat het kind een ‘coole’ agenda mee naar school nemen.

Overhoren en nakijken

Na het huiswerk kun je het maakwerk van je kind bekijken. Mooie kans om feedback te geven! Hou het wel zo positief mogelijk!

Daarna kun je de geleerde stof overhoren. Als het kind jou kan uitleggen hoe iets in elkaar zit weet je zeker dat hij het snapt!

Het is bewezen dat stof die overhoord is blijft langer en beter hangen. Het is ook een geweldige methode om te controleren of je kind de stof beheerst. Overhoor zoveel mogelijk. Het dwingt je kind de bestudeerde stof actief te verwoorden en zo onthoudt hij het beter.

Motivatie en de wil om te leren

Deel 1 van 5 in de serie Motivatie

Schoolchildren bored in a classroom, during lesson.Motivatie is dat magische vlammetje dat je brandend moet zien te krijgen of houden; de motor die ervoor zorgt dat ze zélf willen. Het bepaalt niet alleen of kinderen voldoende tijd aan een opdracht besteden, ook of ze die tijd goed besteden.

Als leerlingen geen interesse tonen, hun materiaal niet in orde hebben, het geleerde niet herhalen, geen aantekeningen maken en geen hulp vragen als ze de leerstof niet begrijpen zijn dit duidelijke aanwijzingen voor motivatieproblemen.

Ook als een kind spijbelt en vaak niet naar school gaat, of het geeft aan van school af te willen zonder diploma, is dit een duidelijke aanwijzing van motivatieproblemen.

De motivatie kan per vak verschillen: kinderen kunnen bijvoorbeeld wel gemotiveerd zijn voor Engels en Nederlands, maar niet voor wiskunde en natuurkunde.

Motivatie is niet af te dwingen. Soms hebben ze gewoon geen zin. Soms zijn ze bang dat ze de opdracht niet aankunnen (faalangst) wat zorgt voor uitstelgedrag. Soms staat het stoer om slechte punten te behalen. Er zijn veel oorzaken waar een kind gedemotiveerd door kan raken.

Motivatie en leerstijl

Als kinderen vanuit hun eigen leerstijl kunnen werken zal hun motivatie verbeteren.

Profiteer van je fouten!

Deel 7 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

Fouten maken vindt niemand leuk. Je kan je fouten negeren, doen of ze niet belangrijk zijn of je kan anderen er de schuld van geven… Slimme mensen maken ook fouten maar leren daarvan!

Je fout erkennen en onder woorden brengen is vaak niet leuk maar wel zeer effectief! Kom je in de toekomst een soortgelijke opgave tegen dan zal je het probleem waarschijnlijk herkennen en op de goede manier oplossen.

Als je niet zeker weet waarom een vraag fout is gerekend, zoek het dan op in je boek. Het is belangrijk dat je je fouten begrijpt. Je kan het ook vragen aan een klasgenoot, een ouder of aan de docent.

Als de docent de toets doorneemt in de klas, maak dan aantekeningen. Schrijf op welk antwoord de docent wel goed gerekend zou hebben. Vraag om toelichting als je het niet begrijpt.

Wat kan je leren van je fouten?

  • Wie zijn eigen fouten kan beoordelen leert meer dan anderen.
  • Je onthoudt beter en sneller en je krijgt betere vaardigheden.
  • Je basiskennis is beter, vooral met wiskunde is dit belangrijk!

Maak een foutentabel

Met deze methode kijk je naar wat nog niet helemaal goed gaat. Per fout ga je in uitzoeken en opschrijven wat er misgegaan is en hoe je wel tot een goede oplossing komt. Maak een vel met 3 vakken.

  • In vak 1 schrijf je de opgave die fout had.
  • In vak 2 kijk je naar wat je fout hebt gedaan en beschrijf je dit (bijvoorbeeld: ik heb de oppervlakte berekend en niet de inhoud, of ik ben vergeten het min-teken om te draaien).
  • Begrijp je het nog niet? In de klas kan een docent je helpen of een leerling die de som wel goed heeft gemaakt. Thuis kun je je ouders om hulp vragen. Vraag net zolang door tot je het écht begrijpt. Misschien kan het probleem op een andere manier uitgelegd of opgelost worden.
  • Als je begrijpt wat je fout hebt gedaan schrijf je in vak 3 de goede oplossing op.

Ken je leerstijl

LerenVoor het kind zelfstandig kan gaan leren moet het eerst inzicht krijgen in zijn eigen leerproces. Vaak doen ze maar wat en hebben ze geen overzicht. Dit brengt chaos en vaak paniek…

Breng samen structuur in wat het kind moet doen. Maak hiervoor een stappenplan.

  1. Vooraf: Wat moet ik precies doen, kennen, kunnen?
  2. Vooraf: In  welke volgorde ga ik dit aanpakken; hoeveel tijd heb ik daarvoor nodig? Hoeveel tijd heb ik?
  3. Tijdens het werk: Ben ik goed bezig? (of begin ik ergens anders, zoek ik eerst iets op van vorige les)
  4. Achteraf: Heb ik het goed aangepakt? Kan ik het? Had ik voldoende tijd?

Zorg dat het kind het leren niet teveel onderbreekt maar laat het wel op tijd pauzeren.

Tips:

  • leer het kind vol te houden
  • leer het kind hulp te vragen
  • laat het kind zelf dingen oplossen,
  • laat kinderen fouten maken, ook in het huiswerk. Fouten zijn leerkansen!
  • leer kinderen hoe ze zelf een probleem kunnen aanpakken.

Onderstaand filmpje gaat over het leerproces.