Megan Castran: een typische beelddenker

Megan Castran is wat mij betreft de typische beelddenker. Let vooral op hoe haar ogen steeds wegkijken zodat ze het beeld wat ze in haar hoofd heeft om kan zetten in woorden…. Aanrader om naar te kijken, ze is positief, gemotiveerd en ze inspireert je om het beste uit jezelf te halen.

Jill Bolte Taylor: helder inzicht door beroerte

Jill Bolte Taylor, hersenwetenschapper, kreeg zelf een zware beroerte. Ze moest lijdzaam toezien hoe haar hersenfuncties — beweging, spraak, zelfbewustzijn — één voor één uitvielen. Een verbazingwekkend verhaal. De hersenbloeding vond plaats in de linkerhersenhelft waardoor haar rechterhersenhelft dominant werd; erg herkenbaar dus voor beelddenkers.

Jill Bolte Taylor bij Oprah’s Soul Series (12 delen):

A round peg in a square hole….

Nu weet ik hoe ik me soms voel: a round peg in a square hole (of andersom?)…. respect voor iedereen die anders durft te denken!

Here’s to the crazy ones. The misfits. The rebels. The troublemakers. The round pegs in the square holes. The ones who see things differently. They’re not fond of rules. And they have no respect for the status quo. You can praise them, disagree with them, quote them, disbelieve them, glorify or vilify them. About the only thing you can’t do is ignore them. Because they change things.

They invent. They imagine. They heal. They explore. They create. They inspire. They push the human race forward.

Maybe they have to be crazy.

How else can you stare at an empty canvas and see a work of art? Or sit in silence and hear a song that’s never been written? Or gaze at a red planet and see a laboratory on wheels?

We make tools for these kinds of people. While some see them as the crazy ones, we see genius.

Because the people who are crazy enough to think they can change the world, are the ones who do.

Met dank aan: Apple Computers

Concept mapping in de natuurkundeles

Concept mapping is een methode om onderwerpen in kaart te brengen aan de hand van begrippen. Het laat de verhouding tussen begrippen zien en hun relatie tot elkaar.

Bron: www.leraar24

Heelal
In deze video volgen we een les van Tony van Berkel, leraar natuurkunde. Hij gebruikt in zijn les over het heelal concept mapping. In groepjes zijn leerlingen bezig met conceptmappen over verschillende onderwerpen zoals Mars, het leven van een ster en ons zonnestelsel.

Werkt het?
Piet Kommers, Associate Professor (Universiteit Twente) en editor van het boek Cognitive Support for Learning (2004) geeft uitleg over wat concept mapping is en waarom we denken dat het werkt.

Beeldsamenvatting

Bron: www.leraar24.nl

Natuur- en scheikunde leraar Frits Pals geeft les met behulp van beeldsamenvattingen. Beeldsamenvattingen zijn tekeningen waarin de leerling de geleerde stof verbeeldt. Op basis van deze tekeningen kun je zien in hoeverre de leerling de stof begrijpt. Volgens Frits Pals geeft een beeldsamenvatting de leerling namelijk minder ruimte om zijn gebrek aan kennis of inzicht te camoufleren. Essentieel daarbij is dat de leerling de leraar uitleg geeft over zijn beeldsamenvatting. Door een leerling een tekening te laten maken van de stof zoals hij of zij deze ervaart, krijg je een kijkje in de denkwereld van een leerling.

Een tweede voordeel is dat leerlingen zelf makkelijker lijken te leren als ze daarbij gebruik maken van tekeningen. Tijdens het tekenen is de leerling langer bezig een situatie te verkennen, daardoor krijgt de leerling de gelegenheid om de stof te verwerken. Bovendien werkt het voor sommige leerlingen beter om niet alleen in tekst, maar ook in beelden te denken.

Frits Pals doet zelf onderzoek naar de effecten van het gebruik van beeldsamenvattingen bij de faculteit Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Hoewel het onderzoek nog niet is afgerond lijken de resultaten van een eerste proef positief: leerlingen die mochten tekenen om zo negen voorgelezen zinnen te onthouden, konden na tien minuten meer informatie reproduceren dan de groep die niet mocht tekenen.

In deze video wordt vooral ingegaan op het maken van een beeldsamenvatting. Binnenkort komt er ook een video over instructies en gesprek voeren bij beeldsamenvattingen.

Een belangrijk onderdeel van het werken met beeldsamenvattingen is het voeren van een reflectiegesprek over de getekende stof. In dit gesprek vraagt Frits Pals de leerling om een deel van de stof uit een voorgaande les te reproduceren, waarbij de leerling gebruik mag maken van zijn beeldsamenvatting. Door de leerling op de juiste manier te begeleiden in het gesprek, zorg je ervoor dat de leerling op zijn eigen leerproces reflecteert.

Faalangst op school

Deel 2 van 4 in de serie Faalangst

leerkrachtCognitieve faalangst is faalangst die te maken heeft met het leren.

Deze vorm van faalangst komt voornamelijk voor in de schoolse omgeving. Het betreft zowel het oppakken van nieuwe leerstof als het toetsen van de bestudeerde stof.

Deze leertaken kunnen zodanige angst opleveren (klamme handen, hoofdpijn, hartkloppingen en buikpijn) dat de leerling belemmerd wordt in zijn leerproces.

Het toppunt van cognitieve faalangst is natuurlijk het proefwerk of de overhoring.

Door goed te kijken en te luisteren naar leerlingen kan de leerkracht signalen opvangen die wijzen op faalangst. Lichamelijke reacties, zoals klamme handen, buikpijn, transpireren, hartkloppingen, misselijkheid en hoofdpijn. Al deze zaken kunnen de leerling erg belemmeren in zijn leerproces.

Faalangst kan zich op verschillende manieren laten zien. Er zijn perfectionisten en actieve vermijders tegenover uitstellers, opgevers of passieve vermijders. Perfectionisten leren heel veel, zeer nauwgezet en uit het hoofd. Als er iets misgaat raken ze in paniek. Uitstellers, opgevers en vermijders verminderen hun spanning door niet mee te doen.

Wat kan je als leerkracht doen?

De interactie tussen leerkracht en leerling bepaalt in hoge mate het al of niet faalangstig zijn van leerlingen. Je kunt als leerkracht veel doen om deze leerlingen te helpen.

Procesgerichte begeleiding

Besteed meer aandacht aan het proces en minder aan het eindprodukt. Leerlingen met faalangst krijgen dan onderweg al een beter gevoel. Denk aan opmerkingen als:

  • Hartstikke goed, dat je je profielwerkstuk zo mooi op tijd hebt afgekregen
  • Wat leuk, dat je een origineel onderwerp voor je spreekbeurt hebt gevonden!
  • Jammer van die onvoldoende, juist nu je er zo voor knokt om je gemiddelde omhoog te brengen!

Daarnaast is fijn als je met het kind praat over de faalangst. Maak duidelijk dat het kind ertoe doet! Dat de prestaties losstaan van hoe jij het kind ziet.

Zeg dat het je opvalt dat het kind zich onzeker voelt en vraag of je hem of haar kunt helpen. Spreek  af dat het kind je altijd om hulp kan vragen.

Wat kun je verder doen?

  • maak duidelijk dat de leerling ertoe doet
  • voorspelbaarheid in de communicatie
  • consequent gedrag naar leerlingen
  • zeg het kind dat je gelooft dat hij het kan
  • maak duidelijk dat je geen perfectie verwacht
  • gebruik positieve nakijkmethoden (bijv. aangeven wat goed is ipv fout)
  • zorg voor een vriendelijke en veilige sfeer in de klas
  • maak duidelijke afspraken over prestatie
  • zorg dat het doel duidelijk is
  • leer het kind plannen

Veel informatie over faalangst op school kun je vinden op: www.faalangst.nl

Een geweldige lijst met tips en adviezen vind je op www.orthoconsult.nl

Dit filmpje geeft tips hoe je als leraar met faalangst kan omgaan.

Flowers are red

Flowers Are Red
Harry Chapin

Date Added: 2004-12-21 08:35:49

The little boy went first day of school
he got some crayons and started to draw
he put colors all over the paper
for colors was what he saw
and the teacher said.. what you doin’ young man
i’m paintin’ flowers he said

she said… it’s not the time for art young man
and anyway flowers are green and red
there’s a time for everything young man
and a way it should be done
you’ve got to show concern for everyone else
for you’re not the only one
and she said…

flowers are red young man
green leaves are green
there’s no need to see flowers any other way
than the way they always have been seen
but the little boy said…

there are so many colors in the rainbow
so many colors in the morning sun
so many colors in the flower and i see every one

well the teacher said.. you’re sassy
there’s ways that things should be
and you’ll paint flowers the way they are
so repeat after me…..
and she said…
flowers are red young man
green leaves are green
there’s no need to see flowers any other way
than the way they always have been seen
but the little boy said…

there are so many colors in the rainbow
so many colors in the morning sun
so many colors in the flower and i see every one
the teacher put him in a corner
she said.. it’s for your own good..

and you won’t come out ‘til you get it right
and all responding like you should
well finally he got lonely
frightened thoughts filled his head
and he went up to the teacher
and this is what he said.. and he said

flowers are red, green leaves are green
there’s no need to see flowers any other way
than the way they always have been seen
time went by like it always does
and they moved to another town
and the little boy went to another school
and this is what he found
the teacher there was smilin’
she said…painting should be fun

and there are so many colors in a flower
so let’s use every one
but that little boy painted flowers
in neat rows of green and red
and when the teacher asked him why
this is what he said.. and he said

flowers are red, green leaves are green
there’s no need to see flowers any other way
than the way they always have been seen.

Snellezen

Deel 6 van 7 in de serie Leren lezen

targ_manuale_scolareSnellezen (ook wel globaal lezen) is handig! Je neemt informatie snel op en kan de stof beter onthouden dan wanneer je gewoon een tekst leest. Tijdens het snellezen hebben je hersenen minder tijd om af te dwalen naar andere onderwerpen.

Snellezen kun je stimuleren door in een vloeiende beweging met je vinger of een pen onder de regels te bewegen. Na een aantal keer oefenen zal je leessnelheid verdubbelen!

Beelddenkers hebben vaak een aangeboren talent voor snellezen. Vanaf jonge leeftijd lezen ze de zinnen al als geheel (niet netjes woord voor woord). Ze zien dus een zin en weten direct wat er staat. Snellezen gaat wel goed, langzaam lezen (woord voor woord) gaat vaak niet zo goed. Ze maken dan veel meer fouten.

Deze manier van lezen heeft voor- en nadelen. Enerzijds gaat het razendsnel, anderzijds wordt de helft wordt niet gezien. De helft die wel gezien wordt gaat direct het lange termijn geheugen. Op school heb je er weinig aan; actieve parate kennis die je nodig hebt voor een toets, zit in je korte termijn geheugen. De kennis ís er dus wel, maar actief is er weinig voorhanden. Hierdoor kunnen beelddenkers zich erg dom voelen.

Scannen voor een toets

Het snellezen is daarentegen een supermanier om je op langere termijn voor te bereiden op een toets. Scan de stof een week of 2 van te voren in zijn geheel door, zo’n 10 tot 20 seconden per bladzijde. Omdat de stof in het lange termijn geheugen komt en een soort “kapstok” vormt scheelt het je veel tijd bij het actieve leren!

Hoe maak je een mindmap?

Mindmappen is een perfecte manier om overzicht te krijgen in de leerstof. Het beste gratis programma dat ik tot nog toe tegen ben gekomen is xmind. Dit programma is ook onderdeel van mystudybar.

Slecht handschrift, mogelijk dysgrafie

Schrijven
Sommige kinderen schrijven erg langzaam of slordig. Hoe ze ook hun best doen, het komt niet goed en netjes op papier.  Het kost meer dan gewone inspanning om de lettervormen te automatiseren; de letters rollen nooit vanzelf uit hun pen.
Voor de beelddenkers is het wéér een extra stap in het denkproces (van beeld naar woord naar geschreven woord). Vanuit de beelden wordt de tekst als het ware vertaald naar wat er zou kunnen staan. De beelden verdringen de woorden.
Bij het opschrijven worden de woorden zacht mompelend gespeld en is het moeilijk de letters in de juiste volgorde neer te zetten. Ook zie je vaak dat er niet recht op de regel wordt geschreven en dat er grote verschillen zitten in de grootte van de letters. Vaak worden de letters eerder getekend dan geschreven.

Het ligt niet aan de motoriek!

Deze kinderen zijn vaak wel goed in tekenen. Een slecht handschrift heeft namelijk niets te maken met (fijne) motoriek. Schrijven is niet hetzelfde als bewegen; het is een nauwkeurige vaardigheid die hoofdzakelijk drie vingers gebruikt. Als een kind kan kleuren en tekenen kan het motorisch gezien ook schrijven.
Programma’s voor handschriftverbetering die zich zuiver op de motoriek richten brengen nauwelijks of geen verbetering tot stand. Ook de “schrijfdans” (met twee armen tegelijk bewegingen maken op grote vlakken op muziek) heeft jammer genoeg niet veel zin.
Laat kinderen die problemen hebben met schrijven veel op de computer werken! Dit gaat ze veel beter af; het kost ze veel minder energie zodat ze op dat moment kunnen focussen op wat op dat moment echt belangrijk is (de leerstof in plaats van het schrijven).

Mogelijke oorzaken van een slecht handschrift:

  • Niet schrijfrijp
  • Automatiseringsprobleem
  • Vermenging schriftsoorten
  • Slechte schrijfmethode

Niet schrijfrijp

Het kind is te vroeg begonnen met leren schrijven. Een kind moet “schrijfrijp zijn”.  Schrijfrijp betekent dat er voldoende hersenverbindingen aanwezig zijn om draairichtingsveranderingen, abstracte letterzones en het probleem van het translaterend bewegen te kunnen doorzien. Een kind is dus niet altijd “schrijfrijp” aan het begin van groep 3; dit kan getoetst worden door een “schrijfrijpheidstoets”.

Automatiseringsprobleem

Schrijven maar ook lezen, taal en rekenen zijn in groep 3 nog in een aanleerstadium. Schrijven is, net als lezen, taal en rekenen, een cognitieve vaardigheid. Wij verlangen van onze groep 3 kinderen dat ze twee dingen tegelijk automatiseren maar dit is praktisch onmogelijk! Denk eens aan je eerste autorijles: een inhoudelijk gesprek tijdens het sturen is dan ook nog geen optie! Gevolg hiervan is dat iedere letter steeds weer bedacht, getekend wordt.Bij de training “Ik leer anders” worden alle letters opnieuw opgeslagen in het hoofd. Door het visualiseren worden de letters geautomatiseerd en krijgt de leerling het makkelijker met schrijven.

P1220023Vermenging schriftsoorten

Omdat de kinderen nog niet kunnen schrijven in lusletters gebruiken ze tijdelijk een soort imitatie van de drukletter. Bij het overgaan naar de aan elkaar verbonden lusletters hebben vooral de zwakkere leerlingen het zwaar en mengen ze de diverse schriftsoorten door elkaar. Eventueel kun je ervoor kiezen een kind gewoon in blokletters te laten schrijven.

Goede schrijfmethode

In een goede schrijfmethode wordt veel aandacht gegeven aan de volgende zaken:
  • duidelijke en functionele lettervormgevingskennis: vertel over de vormgeving van de letters; het onderscheid tussen rechte en gebogen lijndelen, wáár letter uit- en invoegen en wat de verhoudingen zijn, zowel van de breedte-/hoogte als van de letterdelen onderling.
  • Gebruik vooral korte lussen! Door te lange lussen gaan de regels in elkaar haken en ziet het handschrift er minder goed uit.

Aanbevelingen:

Beelddenkende kinderen zijn gebaat bij:
  • voordoen: cijfers en letters zien ontstaan op het bord of op het beeldscherm
  • pijltjes:  het traject van de cijfers en letters aangeven door pijltjes
  • beeldhouwen van cijfers en letters met klei
  • afmaken van een letter of cijfer
  • gebruik maken van het PD Bord; een dubbelzijdig schoolbord ontwikkeld door Professor Mesker. Deze methode stimuleert hersenhelften actiever samen te werken. Meer informatie kun je vinden in het boek Dyslexie en touwtjespringen.
  • laat ze eventueel in blokletters schrijven, dat kost minder energie
  • laat ze zoveel mogelijk op de computer werken

Beeldmateriaal: Dianne Craft op Youtube

Problemen met rekenen, mogelijk dyscalculie

math_elementary_1Veel beelddenkers hebben problemen met rekenen. Het komt ook vaak voor dat de cijfers nog niet zijn geautomatiseerd. Cijfers zijn abstract, dat maakt het moeilijk. Ook automatiseren op de schoolse manier is lastig voor beelddenkers.

Veel beelddenkers leren fonetisch (op klank) waardoor ze de cijfers omdraaien. Vijfentwintig, je hoort eerst de vijf en dan pas de twee. Toch schrijf je 2-5. Vaak schrijven ze eerst de vijf en dan de twee ervoor. Of op jonge leeftijd: 5-2. Cijfers staan bij beelddenkers vaak niet achter elkaar, het zijn losse plaatjes. 28 klinkt hoger dan 30 (30 is een drie met een nul, drie dus).

Het rekenen wordt voor beelddenkers beter te overzien als het honderdveld wordt ingezet. Het kind heeft een totaalbeeld van de eerste honderd cijfer. Het rekenen kan je visueel maken door het maken van sprongen in het honderdveld. Ook tafels kun je goed uitleggen, die maken een patroon!

In de methode Ik leer Anders worden breuken vermenigvuldigen, delen, optellen of aftrekken duidelijk uitgelegd.

Niet alle beelddenkers zijn slecht in rekenen; soms blinken ze er juist uit in uit doordat ze het zien als puzzelen!

 

[posts-by-tag tags=”rekenen” number=”99″ excerpt=”true” thumbnail=”true” excerpt_filter=”false” order=”asc”]