Beoordeling en toetsen

Deel 6 van 6 in de serie Tips voor school

SCAT102267749Beoordeling en toetsen

  • Beoordeel het proces en niet alleen het resultaat
  • Geef aparte cijfers voor spelling en inhoud.
  • Laat de spelling niet meetellen bij andere vakken.
  • Hanteer spellingcijfers bij moderne vreemde talen
  • Reken herhalingen van spellingsfouten niet mee
  • Overhoor ook mondeling, zo kan het kind zich op de leerstof focussen
  • Ga genuanceerd om met fouten.
  • Accepteer eenvoudig taalgebruik; deze leerlingen hebben woordvindingsproblemen en moeite onder woorden te brengen van wat ze precies bedoelen
  • Liever geen multiple choicevragen, vooral niet als de antwoorden bijna hetzelfde zijn

[posts-by-tag tags=”schooltips-toets” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Als je je toets terugkrijgt

Deel 6 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

Teacher-Correcting-Piece-Paper-1114726Docenten zijn vaak lang bezig toetsen en huiswerk te corrigeren. Veel leerlingen kijken niet naar wat ze fout hebben gedaan. Ze accepteren het cijfer en gaan verder. Zwakke leerlingen halen hun schouders op en denken “Ik ben hier gewoon slecht in”.

Kans op een hoger cijfer!

Als je je toets terugkrijgt is het belangrijk dat je hem goed nakijkt. Zelfs als je een redelijk cijfer hebt gehaald kun je hier je voordeel doen. Het gebeurt regelmatig dat je ontdekt dat de docent vergeten is punten toe te kennen of dat de punten niet goed zijn opgeteld. Altijd de moeite waard om goed naar te kijken!

Vergelijk jouw punten en antwoorden met die van een klasgenoot met een goed cijfer. Als jij hetzelfde hebt geantwoord en horen de punten gelijk te zijn.

Niet tevreden met je cijfer?

Als je niet tevreden bent met je cijfer, vraag dan aan de docent of je een inhaaltoets mag maken of dat er een andere manier is om extra punten te verdienen.

Als je je best hebt gedaan en je was goed voorbereid dan is het belangrijk om niet teleurgesteld te zijn in jezelf. Kijk eerst naar de rest van de klas; hoe hebben zij het gemaakt? Misschien was het gewoon een moeilijke toets.

Als jij een van de weinigen bent met een slecht cijfer is het belangrijk dat je kijkt waar dit aan ligt. Wees daar eerlijk in.

  • Had je echt goed geleerd?
  • Had je gewoon een slechte dag?
  • Heb je op de goede manier geleerd?
  • Snap je iets niet uit de toets?
  • Had je een black-out?

Leer van gemaakte toetsen!

Grijp een minder cijfer aan om ervan te leren. Bekijk achteraf de toets met de vragen erbij. Bekijk waar de fouten en valkuilen zitten. In het volgende deel van deze serie staat een handige manier.

Bewaar de toets!

Bewaar de toets om het later nog eens na te kunnen kijken.

Ook voor studenten

Ook als je al studeert is het mogelijk je tentamen in te zien. Soms is het zelfs toegestaan een kopie te maken van de vragen en/of je eigen antwoorden (soms zelfs voor studenten die het tentamen niet gevolgd hebben)!

Hoe maak je een openboek toets?

Deel 5 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

BookTabsOpenboek toetsen zijn toetsen waarbij je je boeken mag gebruiken. Vaak worden in deze toetsen moeilijke vragen gesteld. Je zal veel moeten zoeken in  het materiaal wat je mee mag brengen.

Het allerbelangrijkste is dat je je spullen moet organiseren! Het kost wat tijd maar de informatie is
dan beter en sneller te vinden. Meer kans op een beter cijfer.


Wat kan je doen ter voorbereiding?

  • Lees de stof waar de toets om gaat van te voren. Weet waar je alles kan
    vinden. Kijk naar titels en subtitels. Zorg dat de structuur van de stof
    in je hoofd zit.
  • Markeer alle belangrijke termen, gebruik post-its en post-it tabs.
  • Gebruik post-it tabs als tabbladen zodat je het boek makkelijk op de juiste plaats openslaat.
  • Gebruik post-it blaadjes op alle belangrijke plaatsen met een beschrijving er op wat er staat.
  • Markeer de belangrijke passages in de teksten die je nodig hebt zodat ze opvallen
  • Maak een register waarin staat waar je het belangrijkste onderwerpen kan vinden.

   Als je aantekeningen mag meenemen:

  • Schrijf belangrijke aantekeningen, formules en concepten op die je in de klas hebt gehad.
  • Leg je aantekeningen op volgorde
  • Doe ze netjes in een map
  • Maak je eigen samenvatting
  • Maak een register
  • Maak een mindmap van de stof

Tijdens de toets:

  • Werk netjes en houdt het materiaal op orde.
  • Laat losse dingen op volgorde liggen en verspreid ze niet over je tafel.
  • Evalueer iedere vraag. Bedenk het antwoord moet bestaan uit feiten of uit jouw interpretatie van de feiten.
    Feiten vragen zijn bijvoorbeeld: “Noem 5 redenen…”
    en “Welke gebeurtenissen leidden tot…” Deze vragen nemen minder tijd in dan de interpretatie vragen.
  • Beantwoord de vragen in je eigen woorden..

Hoe maak je een toets met open vragen?

Deel 3 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

testsEen toets met open vragen is vaak lastig voor een beelddenkers in verband met woordvindingsproblemen. Kladpapier kan uitkomst bieden Moeilijke termen of formules kan je hier aan het begin van de toets alvast opschrijven.

Haal even diep adem voor de toets wordt uitgedeeld. Kijk de toets eerst globaal door.

Vorm je een beeld van de toets

  • Hoeveel vragen zijn er?
  • Zijn er verschillende onderdelen?
  • Check ook de achterkant van het toetsblad!
  • Is er een puntensysteem waarbij sommige vragen een hogere waarde hebben?
  • Kijk globaal alle vragen door

Maak een inschatting van de tijd

Een gevaar is dat je teveel tijd besteed aan een of twee moeilijke vragen en daardoor in tijdnood komt. Een oplossing is als je de gewenste eindtijd naast de vraag zet.

  • Kijk hoeveel tijd je hebt voor de vragen
  • Schrijf eventueel een eindtijd naast de vraag
  • Hou tijd over voor de eindcontrole

Bepaal je volgorde

Als er een puntensysteem is dan is het verstandig met de vragen te  beginnen die het meeste opleveren.

Anders kun je de vragen het beste in de goede volgorde maken. Van de ene naar de andere vraag hoppen kost vaak kostbare tijd omdat je de overgeslagen vragen later weer moet opzoeken en nalezen. Met het risico dat je ze later vergeet.

Wat doe je per vraag?

  • Onderstreep of omcirkel de sleutelwoorden en wat je moet doen
  • Schrijf eerst op een kladblaadje de kernwoorden op die je in je antwoord wilt gebruiken
  • Schrijf je antwoord op
  • Laat na je antwoord altijd een paar regels open voor als je er nog wat bij wilt zetten
  • Weet je het echt niet? Vul dan het beste antwoord in dat in je opkomt en zet er een vraagteken voor. Dan staat er in ieder geval een antwoord en kun je eventueel later nog verbeteren.

Wat kan je meer punten opleveren?

Probeer zo netjes mogelijk te werken. Schrijf leesbaar en ga niet krassen. Als de docent ziet dat je je best hebt gedaan en het er netjes uitziet zijn ze geneigd meer punten te geven!

Weet je het antwoord niet helemaal, maar weet je wel wat zinnigs te melden over de vraag? Vul het toch in! Vaak krijg je er punten voor! Zorg wel dat het ermee te maken heeft, ga geen onzin opschrijven om ruimte op te vullen.

Als de vraag niet duidelijk is kun je ter plekke om uitleg vragen. Als dat niet mogelijk is, schrijf dan bij je antwoord dat je de vraag niet begrijpt maar dat je ervan uit bent gegaan dat het zus en zo bedoeld werd. Hierdoor ziet de docent de gedachtengang achter je antwoord en zal hij eerder geneigd zijn punten te geven.

Eindcontrole

Het is belangrijk dat je voor het inleveren je toets nog goed nakijkt. Zijn alle antwoorden leesbaar? Kloppen de antwoorden? Controleer ook op spelfouten, vergissingen en overgeslagen vragen.

Eventueel kan je nog aanvullingen maken in de ruimtes die je opengelaten hebt.

Hoe maak je een meerkeuzetoets?

Deel 4 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

multiplechoiceMeerkeuzetoetsen worden ook wel multiple-choice toetsen genoemd. Veel mensen vinden meerkeuzevragen lastig. De antwoorden lijken soms erg op elkaar, of het goede antwoord lijkt er niet bij te staan.

Het grote voordeel bij meerkeuzetoetsen is dat je kan gokken met een kans van 1 op 4 dat je het goed hebt! Bij slim kiezen ligt die kans nog hoger! Dus:

Blijf kalm!

Je hoeft niet alles goed te hebben. Als je een aantal vragen moet gokken is dat geen ramp. Het gaat er niet om dat je alle vragen goed hebt, het gaat erom dat je er genoeg goed hebt!

Zoek niet teveel achter de vragen. Meestal zijn ze niet erg diepzinnig bedoeld.

Vorm je een beeld van de toets!

Neem de toets eerst globaal door. Lees eerst alleen de vragen en dek de antwoorden af.

 Werk volgens het rondesysteem

  1. Eerste ronde: alleen de makkelijke vragen. Zet een – voor de vragen die nog je niet invult.
  2. Tweede ronde: de moeilijkere vragen. Maak van het – een + als je ze hebt ingevuld. Sla de vragen die je echt niet weet nog over.
  3. Derde ronde: de allermoeilijkste vragen invullen.

Lees de vraag en de antwoorden

  • Lees de vraag zorgvuldig door en omcirkel of onderstreep de sleutelwoorden. Uit onderzoek blijkt dat mensen die dit doen meer beter scoren!
  • Formuleer in gedachten jouw antwoord voor je naar de antwoorden kijkt.
  • Lees ieder antwoord voor je een keus maakt, zo haal je de valkuilen eruit!

Ontrafel de vraag

De vraag heeft meestal vier antwoorden.

  • Eén van de vier is duidelijk fout, zet hier een f voor.
  • De tweede blijkt met enig nadenken fout te zijn, zet hier ook een f voor.
  • Er blijven 2 alternatieven over.  Vergelijk de sleutelwoorden van de vraag met die van de twee alternatieven. Lees goed en volg je intuïtie.
  • Kies het best passende antwoord, zelfs al vind je dat geen enkel antwoord echt klopt. Het hoeft niet perfect te zijn. Soms zijn de andere antwoorden klinkklare onzin en soms zijn ze alleen maar minder juist.

Blijf bij je eerste gevoel

Meestal klopt je eerste ingeving omdat je het antwoord herkent. Verander je antwoord alleen:

  • als het een extreem wilde gok was
  • als je nieuwe inzichten hebt gekregen
  • als je de vraag verkeerd hebt gelezen
  • als je een fout hebt gemaakt in een exacte vraag (wiskunde of logica)

Slim gokken:

  • Elimineer eerst de foute antwoorden
  • Een antwoord is meestal fout als er woorden instaan als “altijd”, “nooit” of “geen enkel”.
  • Het langste of ingewikkeldste antwoord is vaak het juiste, de toetsenmaker moet zorgen dat het antwoord juist is, wat leidt tot lange zinnen.
  • Liggen de mogelijke antwoorden op een rekenvraag ver uit elkaar, kies dan voor de middelste.
  • Liggen twee antwoorden op een rekenvraag dicht bij elkaar, kies er daar dan één van.
  • Lijken twee sterk antwoorden elkaar maar verschillen ze op een duidelijk detail: kies één van die twee.
  • Zijn twee antwoorden tegengesteld aan elkaar, dan is de juiste waarschijnlijk één van de twee.
  • Lijken twee antwoorden hetzelfde, kies dan geen van beide.
  • Te doorzichtig is ook niet goed: wantrouw te gemakkelijke antwoorden.

Alle bovenstaande antwoorden zijn goed/fout

Begin eerst met de drie andere antwoorden. Als er een antwoord staat waarvan je zeker weet dat het of goed of fout is zet je er een g of een f voor. Dat geeft overzicht. Weet je het niet zeker maar vermoed je dat het goed of fout is zet je er een g? of een f? neer.

Je kunt dan afwegen of het vierde antwoord zou kunnen kloppen.

In het kort:

  1. Werk volgens het rondesysteem
  2. Het perfecte antwoord bestaat vaak niet. zoek het best passende antwoord.
  3. Twijfels?
    Als je goed bent voorbereid is de eerste indruk meestal de beste. Verbeter alleen op grond van een nieuw inzicht

Hoe maak je een toets?

Deel 2 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

testingToetsen zijn een grote uitdaging voor beelddenkers. Het lukt ze vaak niet de vragen te doorgronden.

Multiple choice is nog erger; ieder antwoord maakt beelden los en in ieder antwoord schuilt wel iets waars…

Er wordt vaak ondergemiddeld gescored op de CITO-toetsen. De methode-toetsen gaan vaak iets beter.

Bij toetsen moet je kennis overdragen. Het is voor een beelddenker niet makkelijk om zijn kennis over te brengen op een taaldenker. De vragen bij een toets kunnen open zijn, of multiple choice. Beide systemen hebben voor- en nadelen.

Maak het niet te moeilijk…

Denk vooral niet te ver door. Toetsen zijn positief bedoeld; ze vragen naar wat je weet en niet naar wat je begrijpt! Probeer rustig te blijven, geloof in jezelf en laat je niet gek maken!

Voor de toets

  • Zorg dat je goed geslapen hebt voor de toets: uitgeslapen presteer je beter.
  • Zorg dat je je goed voorbereid hebt
  • Zorg dat je alles bij je hebt
  • Ga van tevoren naar het toilet.
  • Probeer er vijf minuten van te voren te zijn.
  • Zorg ervoor dat je ontspannen en positief bent.
  • Eet goed voor de toets (geen snoep; suiker vertraagt je hersenen)
  • Water drinken bevordert de werking van je hersens!

Zorg dat je de goede spullen bij je hebt!

Kijk van te voren na wat je nodig hebt voor de toets. Doe deze spullen de avond van te voren al in je tas! Zeker niet vergeten:

  • twee pennen die lekker schrijven (een is reserve)
  • een potlood en gum
  • een horloge of iets anders waarop je de tijd kan zien
  • voor wiskunde: rekenmachine en geodriehoek
  • kladpapier: Je kan het gebruiken om je gedachten te ordenen en  je geheugen op te frissen. Je kan ook aan het begin van de toets de moeilijke termen en formules opschrijven om ze veilig te stellen.

Hou de tijd in de gaten

Schat in hoeveel tijd je hebt voor ieder onderdeel. Het is fijn als je 10 minuten voor de eindtijd klaar bent zodat je de test nog kan nakijken op fouten gemiste antwoorden.

Vorm je een beeld van de toets

Als de toetsen worden uitgedeeld kijk je hem eerst globaal door. Op die manier krijg je een beeld van de toets en waar de makkelijke en moeilijke onderdelen zitten.

Neem tussendoor korte pauzes

Sluit je ogen en neem haal diep adem. Dit maakt je hoofd even leeg en geeft je nieuwe energie. Dertig seconden bijtanken kan veel opleveren!

Blackout?

Weet je tijdens het maken van een toets het antwoord  ineens niet meer? Blijf rustig! Sla de vraag gewoon even over en bekijk eerst de andere vragen.

Waarschijnlijk weet je de antwoorden op de andere vragen wel. Het kan ook gebeuren dat je ineens helemaal niets meer weet. Dat heet een blackout. Vaak duurt dit maar heel even.

Het helpt als je terugdenkt aan de situatie hoe je zat te leren. Waar zat je? hoe rook het? Heb je wat gegeten? Heb je een mindmap of samenvatting gemaakt? Als dat de stof niet naar boven haalt dan kun je ook even wat anders gaat doen (bijv. even naar het toilet) voordat je weer verder gaat met de toets.

Voorbereiding op een toets

Deel 1 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

test.pngOp sommige scholen wordt het toets genoemd, op andere scholen repetitie of proefwerk. Kleinere stukken stof worden overhoord met een SO, een schriftelijke overhoring.

Je wilt natuurlijk een zo goed mogelijk cijfer waar je zo weinig mogelijk voor hoeft te doen!

Hoe bereid je je voor op een toets?

Als je een toets hebt opgekregen kijk je eerst goed naar wat je moet weten.

  • Welke stof moet je precies kennen?
  • Wat moet je ermee kunnen doen?
  • Moet je verbanden kunnen leggen?
  • Wat vindt deze leraar belangrijk?
  • Worden er meerkeuze- of open vragen gesteld?

Het is het handigst als je de toets in stukken leert omdat je het anders niet redt. Voordeel is dat je het dan ook sneller leert en beter onthoudt! Maak daar een planning voor. Kijk naar hoeveel tijd je hebt en hoeveel stof het is. Probeer de stof in minimaal 3 stukken te hakken. Schrijf in je agenda welk stuk je wanneer wilt kennen. Hou je daar ook aan!

Controleer jezelf; vraag eventueel hulp

Maak een proeftoets! Van een toets maken met de antwoorden erbij leer je het meest!  Overhoor jezelf of laat je overhoren.

Schrijf op wat je echt moeilijk vindt. Vraag eventueel uitleg aan je ouders of de docent

Profiteer van je fouten!

Deel 7 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

Fouten maken vindt niemand leuk. Je kan je fouten negeren, doen of ze niet belangrijk zijn of je kan anderen er de schuld van geven… Slimme mensen maken ook fouten maar leren daarvan!

Je fout erkennen en onder woorden brengen is vaak niet leuk maar wel zeer effectief! Kom je in de toekomst een soortgelijke opgave tegen dan zal je het probleem waarschijnlijk herkennen en op de goede manier oplossen.

Als je niet zeker weet waarom een vraag fout is gerekend, zoek het dan op in je boek. Het is belangrijk dat je je fouten begrijpt. Je kan het ook vragen aan een klasgenoot, een ouder of aan de docent.

Als de docent de toets doorneemt in de klas, maak dan aantekeningen. Schrijf op welk antwoord de docent wel goed gerekend zou hebben. Vraag om toelichting als je het niet begrijpt.

Wat kan je leren van je fouten?

  • Wie zijn eigen fouten kan beoordelen leert meer dan anderen.
  • Je onthoudt beter en sneller en je krijgt betere vaardigheden.
  • Je basiskennis is beter, vooral met wiskunde is dit belangrijk!

Maak een foutentabel

Met deze methode kijk je naar wat nog niet helemaal goed gaat. Per fout ga je in uitzoeken en opschrijven wat er misgegaan is en hoe je wel tot een goede oplossing komt. Maak een vel met 3 vakken.

  • In vak 1 schrijf je de opgave die fout had.
  • In vak 2 kijk je naar wat je fout hebt gedaan en beschrijf je dit (bijvoorbeeld: ik heb de oppervlakte berekend en niet de inhoud, of ik ben vergeten het min-teken om te draaien).
  • Begrijp je het nog niet? In de klas kan een docent je helpen of een leerling die de som wel goed heeft gemaakt. Thuis kun je je ouders om hulp vragen. Vraag net zolang door tot je het écht begrijpt. Misschien kan het probleem op een andere manier uitgelegd of opgelost worden.
  • Als je begrijpt wat je fout hebt gedaan schrijf je in vak 3 de goede oplossing op.