Studietips voor beelddenkers

25tipsHoe haal je zo goed mogelijke cijfers met een maximum aan vrije tijd? Door je huiswerk op een zo effectief mogelijke manier te maken! Onderstaande tips helpen je hierbij! Reacties en aanvullende tips zijn welkom! 

Studietips:

[posts-by-tag tags=”studietips-praktijk” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Planning:

[posts-by-tag tags=”studietips-planning” number=”99″ excerpt=”true” thumbnail=”true” excerpt_filter=”false” order=”asc”]

Van te voren:

[posts-by-tag tags=”studietips-voorbereiding” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Leeromgeving:

[posts-by-tag tags=”studietips-leeromgeving” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

 

Gebruik per vak een kleur

product-afbeelding-6931.largeZoveel vakken, zoveel boeken, zoveel schriften.

Voor het overzicht helpt het kleuren te gebruiken. Bijvoorbeeld blauw voor Frans en bruin voor Aardrijkskunde.

Koop (rekbare) kaften en schriften in die kleur. De kleuren kunnen natuurlijk ook gebruikt worden in de agenda.

Als je werkt met de methode Ik leer Anders kun je de kast of kamer in het hoofd ook in die kleur laten maken.

Complimenten: hoe wel en hoe niet!

Sommige kinderen horen al van jongs af aan dat ze slim zijn. Bijna alle ouders denken dat het belangrijk is dat ze hun kinderen prijzen omdat ze slim zijn. Het is bewezen dat kinderen die denken dat ze slim zijn minder gaan presteren en niet meer doorzetten! Niet wat we willen dus!

Ondanks al onze goedbedoelde complimenten onderschatten veel kinderen onderschatten ook nog eens hun eigen capaciteiten en hebben lage verwachtingen van zichzelf. Ze zien het belang van inspanning niet en ze overwaarderen hoeveel hulp van ouders ze nodig hebben.

Carol Dweck, psycholoog in Columbia, heeft een test gedaan met het oplossen van puzzels.

  • Test 1 was een test met eenvoudige puzzels die alle kinderen redelijk goed konden oplossen. Zodra ze klaar waren met de puzzel vertelden de onderzoekers de score en gaven ze dan een kort compliment. De ene groep werd geprezen om de intelligentie (je moet hier wel slim in zijn), de andere groep werd geprezen om de inspanning (je zal er wel hard aan gewerkt hebben).
  • Bij test 2 kregen dezelfde studenten de keus tussen een puzzel die hetzelfde was of een puzzel die moeilijker was. De onderzoekers vertelden hierbij dat ze veel hadden geleerd van de inspanningen bij de eerste puzzel. Van de kinderen geprezen werden om de inspanning koos 90% voor de moeilijkere puzzel. Van degenen die om hun intelligentie geprezen werden koos de meerderheid de makkelijke test.
  • Bij test 3 had niemand een keus. Het was een moeilijke test. De twee groepen kinderen reageerden weer verschillend. Degenen die bij de eerste test om de inzet gewaardeerd werden namen aan dat ze niet hard genoeg geprobeerd hadden. Ze waren erg betrokken een oplossing te vonden en hadden plezier in de test. De andere groep dacht dat het falen een bewijs was dat ze niet zo slim waren.

Eerlijk zijn als je complimenten geeft is erg belangrijk. Slimheid is niet alleen aangeboren, het is iets dat je kan oefenen! Als kinderen dat weten, presteren ze beter! Goede opmerkingen om kinderen te motiveren zijn:

  • Wat heb je dat goed gedaan!
  • Goed dat je zo volhoudt!

Profiteer van je fouten!

Deel 7 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

Fouten maken vindt niemand leuk. Je kan je fouten negeren, doen of ze niet belangrijk zijn of je kan anderen er de schuld van geven… Slimme mensen maken ook fouten maar leren daarvan!

Je fout erkennen en onder woorden brengen is vaak niet leuk maar wel zeer effectief! Kom je in de toekomst een soortgelijke opgave tegen dan zal je het probleem waarschijnlijk herkennen en op de goede manier oplossen.

Als je niet zeker weet waarom een vraag fout is gerekend, zoek het dan op in je boek. Het is belangrijk dat je je fouten begrijpt. Je kan het ook vragen aan een klasgenoot, een ouder of aan de docent.

Als de docent de toets doorneemt in de klas, maak dan aantekeningen. Schrijf op welk antwoord de docent wel goed gerekend zou hebben. Vraag om toelichting als je het niet begrijpt.

Wat kan je leren van je fouten?

  • Wie zijn eigen fouten kan beoordelen leert meer dan anderen.
  • Je onthoudt beter en sneller en je krijgt betere vaardigheden.
  • Je basiskennis is beter, vooral met wiskunde is dit belangrijk!

Maak een foutentabel

Met deze methode kijk je naar wat nog niet helemaal goed gaat. Per fout ga je in uitzoeken en opschrijven wat er misgegaan is en hoe je wel tot een goede oplossing komt. Maak een vel met 3 vakken.

  • In vak 1 schrijf je de opgave die fout had.
  • In vak 2 kijk je naar wat je fout hebt gedaan en beschrijf je dit (bijvoorbeeld: ik heb de oppervlakte berekend en niet de inhoud, of ik ben vergeten het min-teken om te draaien).
  • Begrijp je het nog niet? In de klas kan een docent je helpen of een leerling die de som wel goed heeft gemaakt. Thuis kun je je ouders om hulp vragen. Vraag net zolang door tot je het écht begrijpt. Misschien kan het probleem op een andere manier uitgelegd of opgelost worden.
  • Als je begrijpt wat je fout hebt gedaan schrijf je in vak 3 de goede oplossing op.

Leren en onthouden

Effectief leren gebeurt in een aantal stappen. Voor zaakvakken als geschiedenis, aardrijkskunde of biologie moeten vaak lange stukken tekst worden onthouden. De volgende manier werkt vaak het beste:

  1. Overzicht krijgen
  2. Lezen en begrijpen
  3. Onthouden en herinneren
  4. Herhalen en gebruiken

1. Overzicht krijgen:

Ongeveer een week voor de toets is het belangrijk dat de stof snel wordt doorgenomen. Dit zet in je hersens allerlei processen aan het werk die het later makkelijker maken de stof op te nemen!

Blader het boek door, lees de koppen, bekijk de plaatjes en grafieken. Scan snel door de leerstof. Neem voor een dik boek ongeveer 20 minuten en voor de dikte van een tijdschrift niet mer dan een minuut of 5. Concentreer je op wat je te weten wil komen en waar het eigenlijk om draait. Noteer opkomende vragen! Zie ook “snellezen“.

Leg je leerstof dan weer weg en laat het een paar dagen bezinken.

2. Lezen en begrijpen:

Het állerbelangrijkste van leren is begrijpen! Wat je niet begrijpt, kan je niet onthouden. Als je begrijpt wat er gezegd wordt kun je het makkelijker en langer onthouden, soms bijna vanzelf! Bij het begrijpen zijn er 3 struikelblokken:

2.1 Woordkennis

Weet je van alle woorden wat ze betekenen? Sommige woorden hebben meerdere betekenissen, let daarop! Woorden die onduidelijk zijn kun je het beste opzoeken in een woordenboek of op Google. Probeer je een beeld te vormen en maak er daarna zinnen mee.

Onderschat dit belang niet! Alle ideeën, zelfs rekenen en wiskunde, worden overgebracht in taal!

2.2 Geen stappen overslaan

Het is belangrijk dat de volledige stof wordt doorgenomen (topdown). Lees het hele hoofdstuk en niet alleen de samenvatting, anders zie je het geheel niet meer.

Lees de stof rustig door. Per alinea vertaal je wat er staat in je eigen woorden. Doordat je de stof in je eigen woorden vertaalt ben je al bezig met het leerproces! Zoek naar verbanden en maak aantekeningen!

Stel jezelf vragen en kijk naar de vragen die je in stap 1 al hebt gesteld. Probeer deze vragen te beantwoorden in je eigen woorden.

Bij praktische vakken is het belangrijk dat je alle opdrachten uit het handboek nog een keer maakt, vanaf de eerste opdracht. Ieder hoofdstuk bouwt namelijk verder op eerder opgedane kennis dus een klein hiaat kan een groot probleem worden!

2.3 Tastbaarheid

Maak alle stof tastbaar door het maken van schema’s, tekeningen, grafieken en mindmaps!

Wat we met onze primaire zintuigen waarnemen (bijv. zien) wordt het makkelijkst onthouden. Iedereen weet bijv. wel wat een poes is. Abstracte stof die we het niet direct kunnen waarnemen (bijv. een molecuul) is moeilijker te begrijpen, en dus te onthouden.

Probeer abstracte dingen dus te vergelijken echte dingen. Hulpmiddelen als een atlas, Google, Youtube. klei en Lego kunnen helpen dingen concreter en echter te maken.

3. Onthouden/herinneren

Het geheugen is opgedeeld in een korte termijn geheugen (ktg) en een lange termijn geheugen (ltg). Het ktg heeft weinig capaciteit, wat erin staat wordt snel weer vergeten. Het ltg heeft veel capaciteit en de dingen worden lang onthouden. Alles wat geleerd wordt komt in de eerste instantie terecht in het ktg. Dit vergeet je jammer genoeg snel weer. Hoe zorg je nu dat je de dingen langer onthoudt?

Het is beter regelmatig kort te oefenen dan één keer lang te oefenen. Drie keer 20 minuten is veel meer waard dan een uur!

3.1 Wat ben je eigenlijk aan het leren?

Met welk deel van het geheel ben je bezig? Kijk niet alleen naar de paragraaf en het hoofdstuk. Als je de stof kan benoemen en plaatsen komen de feiten in je hoofd in de juiste map met de goede naam. Zo kun je de informatie beter oproepen als het nodig is (bij een toets bijvoorbeeld). Zie ook topdown denken en wiskunde.

3.2 Visueel/verbaal:

  • Maak een plaatje van de stof. Zoek op Youtube of Google afbeeldingen.
  • Vertel er hierna over in je eigen woorden. Dit moet je op een toets tenslotte ook kunnen.

3.3 Verbanden zoeken:

Alles houdt verband met elkaar. Door mindmaps en schema’s te maken ga je ordenen en verbanden leggen. Hierdoor worden nieuwe feiten gekoppeld aan dingen die je al weet. Dit heet associëren.

3.4 Waar gaat het om?

Maak een samenvatting. Probeer hoofd- en bijzaken te scheiden en de essentie op te pakken. Een supermanier is een mega-spiekbrief te maken waar alles wat je moet onthouden opstaat. Deze spiekbrief is natuurlijk zo groot dat je hem niet kan gebruiken dus je moet hem net zo vaak verkleinen tot het een klein briefje is met alle belangrijke stof erop. Je zal zien dat je dit spiekbriefje niet meer nodig hebt!

3.5 Ezelsbruggetjes:

Droge feiten hebben soms ezelsbruggetjes nodig. Denk aan het “’t kofschip”,  TVTAS of Meneer van Dale wacht op antwoord….. Ook dit geeft een kader aan de feiten die onthouden moeten worden.

4. Herhalen en gebruiken

Wat zijn de belangrijke punten? Scan de stof nogmaals. Sluit na elke paragraaf het boek en herhaal de tekst in eigen woorden.

De stof wordt extra vastgezet in het geheugen door de stof te oefenen en te gebruiken. Dit kan d.m.v.:

  • een mindmap maken
  • een beeldsamenvatting maken
  • een mega-spiekbrief maken (die je niet gebruikt)
  • oefeningen maken
  • vraagstukken oplossen
  • denkvragen beantwoorden

Zelfstandig leren

Om zelfstandig te kunnen leren heeft een kind een aantal basisvaardigheden nodig.  Allereerst is het belangrijk dat het kind lekker in zijn vel zit en zich veilig voelt.

Wat heb je nodig om zelfstandig te kunnen leren?

[posts-by-tag tags=”zelfstandig-leren” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Taal: werkwoorden spellen

Lastig om de werkwoorden goed te spellen? Op http://www.spellingjuf.nl/ worden de regels in filmpjes kort en helder uitgelegd. Bekijk eerst het hoofdfilmpje om te zien hoe de site werkt!

Visuele aanbieding van de werkwoordspelling als aanvulling op de schema’s, uitlegteksten en oefeningen die er bestaan op dit gebied. Naast leren en oefenen uit tekst en de uitleg in de les die vervliegt kun je met deze site op je gemak de filmpjes die jij nodig hebt bekijken en eventueel herhalen.

Pictoselector programmatuur voor pictogrammen

Een superprogramma om pictogrammen te selecteren en af te drukken. Het programma is gratis, er zijn meer dan 12000 pictogrammen om uit te kiezen; ook eigen pictogrammen kunnen toegevoegd worden. Vervolgens zijn de pictogrammen op diverse manieren af te drukken.

Wat is Picto Selector?

Picto selector is een Windows programma dat geschreven is om gemakkelijk Picto’s te selecteren en af te drukken. De 12000 picto’s komen van verschillende websites en zijn voorzien van een Nederlandse, Engelse, Franse, Spaanse en Catalaanse vertaling. Ook het programma zelf ondersteunt deze talen.

Met Picto Selector is het tijdrovende knippen, plakken en bewerken in Word verleden tijd.

Vanuit het hoofdscherm kunnen verschillende picto bladen bekeken worden en nieuwe aangemaakt. De bladen kunnen vervolgens afgedrukt worden.

Picto’s kunnen eenvoudig vanuit een lijst tussengevoegd worden, waarmee het aanpassen van bijvoorbeeld een avondritueel een kwestie van minuten is.

Wie heeft dit gemaakt?

Dit programma is geschreven door Martijn van der Kooij. Software ontwikkelaar in Bodegraven en wonend in Stadskanaal. Hij heeft het gemaakt voor zijn vrouw zodat die gemakkelijk schema’s voor hun jongste zoon kan maken.

Meer informatie en download:

http://www.pecsforall.com/pictoselector/index_nl.html

Mystudybar programmatuur

Mystudybar bestaat uit een verzameling superhandige programma’s die een hulp kunnen zijn bij het lezen, schrijven en leren!

Eigenlijk zijn er alleen maar voordelen! Studybar is gratis en kan worden geïnstalleerd op de pc maar het kan ook worden gedraaid vanaf een USB Stick. Het bestaat o.a. uit:

  • Xmind: mindmappen voor plannen en organisatie (mét makkelijke export naar Word!!!)
  • T-Bar: voor aanpassen van lettertypes, kleuren en achtergronden
  • Lingoes voor een sprekend woordenboek
  • LetMeType voor hulp bij typen
  • Balabolka voor het omzetten van tekst naar geluid
  • Spraak naar tekst waarbij je je eigen stem kan opnemen

Lees hier meer over mystudybar

Concept mapping in de natuurkundeles

Concept mapping is een methode om onderwerpen in kaart te brengen aan de hand van begrippen. Het laat de verhouding tussen begrippen zien en hun relatie tot elkaar.

Bron: www.leraar24

Heelal
In deze video volgen we een les van Tony van Berkel, leraar natuurkunde. Hij gebruikt in zijn les over het heelal concept mapping. In groepjes zijn leerlingen bezig met conceptmappen over verschillende onderwerpen zoals Mars, het leven van een ster en ons zonnestelsel.

Werkt het?
Piet Kommers, Associate Professor (Universiteit Twente) en editor van het boek Cognitive Support for Learning (2004) geeft uitleg over wat concept mapping is en waarom we denken dat het werkt.

Beeldsamenvatting

Bron: www.leraar24.nl

Natuur- en scheikunde leraar Frits Pals geeft les met behulp van beeldsamenvattingen. Beeldsamenvattingen zijn tekeningen waarin de leerling de geleerde stof verbeeldt. Op basis van deze tekeningen kun je zien in hoeverre de leerling de stof begrijpt. Volgens Frits Pals geeft een beeldsamenvatting de leerling namelijk minder ruimte om zijn gebrek aan kennis of inzicht te camoufleren. Essentieel daarbij is dat de leerling de leraar uitleg geeft over zijn beeldsamenvatting. Door een leerling een tekening te laten maken van de stof zoals hij of zij deze ervaart, krijg je een kijkje in de denkwereld van een leerling.

Een tweede voordeel is dat leerlingen zelf makkelijker lijken te leren als ze daarbij gebruik maken van tekeningen. Tijdens het tekenen is de leerling langer bezig een situatie te verkennen, daardoor krijgt de leerling de gelegenheid om de stof te verwerken. Bovendien werkt het voor sommige leerlingen beter om niet alleen in tekst, maar ook in beelden te denken.

Frits Pals doet zelf onderzoek naar de effecten van het gebruik van beeldsamenvattingen bij de faculteit Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Hoewel het onderzoek nog niet is afgerond lijken de resultaten van een eerste proef positief: leerlingen die mochten tekenen om zo negen voorgelezen zinnen te onthouden, konden na tien minuten meer informatie reproduceren dan de groep die niet mocht tekenen.

In deze video wordt vooral ingegaan op het maken van een beeldsamenvatting. Binnenkort komt er ook een video over instructies en gesprek voeren bij beeldsamenvattingen.

Een belangrijk onderdeel van het werken met beeldsamenvattingen is het voeren van een reflectiegesprek over de getekende stof. In dit gesprek vraagt Frits Pals de leerling om een deel van de stof uit een voorgaande les te reproduceren, waarbij de leerling gebruik mag maken van zijn beeldsamenvatting. Door de leerling op de juiste manier te begeleiden in het gesprek, zorg je ervoor dat de leerling op zijn eigen leerproces reflecteert.

Is je kind een beelddenker?

  • Kan jouw zoon of dochter goed puzzelen?
  • Houdt je kind veel van de TV en/of spelcomputer?
  • Speelt je kind graag met constructiespeelgoed (Lego e.d.)?
  • Heeft je kind een levendige verbeelding en kan daardoor op gaan in zijn/haar fantasiewereld?
  • Wordt hij/zij makkelijk afgeleid?
  • Moet je instructies vaak herhalen voordat taken worden uitgevoerd?
  • Heeft je kind laat leren lopen?
  • Wiebelt hij/zij veel?
  • Eerst doen en dan pas denken?
  • Is hij/zij overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken? (Na eerst de kat uit de boom te hebben gekeken.)
  • Denkt je kind erg zwart-wit?
  • Is hij/zij erg perfectionistisch, die niet graag faalt (gevoelig voor kritiek)?
  • Wint je kind graag en is het een slechte verliezer?
  • Herinnert hij/zij gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
  • Heeft je kind problemen met het vasthouden van een pen, slecht handschrift?
  • Heeft je kind een allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?
  • Heeft je kind een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?
  • Moeten de etiketten uit kleding geknipt worden? Draagt hij/zij graag zachte stoffen en heeft hij/zij bijvoorbeeld een hekel aan harde knoopjes?

Als je 10 van de bovenstaande vragen met ‘ja’ hebt beantwoord, is jouw kind waarschijnlijk een beelddenker.

De meeste ouders herkennen hun kind direct bij het beantwoorden van bovenstaande vragen. Deze lijst benadrukt met name de drukke kant van beelddenkers. Er zijn daarentegen ook veel beelddenkende kinderen die juist rustig zijn. Ieder mens is anders en uit zich ook anders.

Gelukkig zie je direct of deze leermethode werkt. Een beelddenker spelt een woord met gemak van voor naar
achter en van achter naar voor. Dat lukt alleen als je het woord kan visualiseren. Altijd proberen! Want als je zoon
of dochter in beelden denkt, wordt het leren opeens een stuk makkelijker.

Tafels leren

tafelslerenTafels leren; wat een drama is dat vaak! De ene week kennen ze de tafels nog, de volgende week zijn ze ze weer kwijt.

Er zijn een aantal manieren waarop de informatie beter vastgehouden wordt! Allereerst: combineer het leren met beweging. Door de beweging zal de informatie beter én langer opgeslagen worden. Je kunt hierbij denken aan hoepelen of trampoline springen.

Er bestaan ook speciale tafel-cd’s. Zet deze op en laat het kind hoepelen terwijl het meezingt. Gegarandeerd dat de tafels zo blijven hangen!

De tafels visueel opslaan is ook een goede methode! Vooral de kinderen die visueel sterk zijn hebben zo een “spiekbriefje” in hun hoofd!

Meer tips om de tafels te leren:

[posts-by-tag tags=”tafels” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc” exclude_current_post=”true”]

Vreemde taal leren

Deel 1 van 4 in de serie Vreemde taal leren

european-languagesVeel beelddenkers hebben het de eerste paar jaar op het voortgezet onderwijs problemen met het leren van een nieuwe taal. Een vreemde taal leren is een kwestie van oefenen, oefenen en oefenen. Veel rijtjes leren, en losse woordjes uit de context. Erg lastig voor een beelddenker! In de bovenbouw gaat het gelukkig meer om het overzicht.

Het kan ook anders!

Ideaal gezien zou je de eerste periode bij het leren van een taal de grammatica buiten beschouwing moeten laten en alleen zijdelings bespreken en uitleggen als het echt nodig is. Het is zelfs zo dat grammatica-regels het verwerven van de taal in de weg staan en een hinderpaal is!

Het menselijk brein is zo ingericht dat een vreemde taal geleerd kan worden zonder er formeel les in te krijgen. Als je een Nederlander een jaar plaatst in een Chineestalige omgeving, dan kan hij zich na een jaar in deze nieuwe taal redden (onderdompeling).

In ons brein beschikken we over een Universele Grammatica die het mogelijk maakt patronen in een taal te ontdekken zonder de formele (lees grammaticale) regels. Oefenen vanuit de praktijk van alledag is de allerbeste manier om een taal te leren.

Woorden moeten geleerd worden in de context, zodat ze gevisualiseerd kunnen worden. Op die manier kan de beelddenker ze veel beter onthouden.  Het opzeggen van rijtjes woorden zegt ze niet, het blijven klanken zonder beelden die erg moeilijk te onthouden zijn. Dode dingen zijn immers niet te leren.

Wat erg kan helpen is het lezen van een boek in de betreffende taal. Zelfs al begrijp je niet alles maakt het wel de structuur van de taal duidelijk.  Je krijgt een soort kapstok om de elementen van de taal aan op te hangen. Het “voelt” dan wel of niet goed hoe je iets zegt. Bovendien wordt het duidelijk dat het voor het begrijpen van de tekst niet altijd nodig is om elk woord in een zin te kennen. Dus: lees je favoriete Harry Potter boek eens in het Engels!

Het kan ook helpen radio te luisteren of televisie te kijken, of songteksten te lezen in de betreffende taal.

Een site met veel informatie over het leren van vreemde talen als je dyslexie hebt is:  www.dyslexie-en-vt.org

Snellezen

Deel 6 van 7 in de serie Leren lezen

targ_manuale_scolareSnellezen (ook wel globaal lezen) is handig! Je neemt informatie snel op en kan de stof beter onthouden dan wanneer je gewoon een tekst leest. Tijdens het snellezen hebben je hersenen minder tijd om af te dwalen naar andere onderwerpen.

Snellezen kun je stimuleren door in een vloeiende beweging met je vinger of een pen onder de regels te bewegen. Na een aantal keer oefenen zal je leessnelheid verdubbelen!

Beelddenkers hebben vaak een aangeboren talent voor snellezen. Vanaf jonge leeftijd lezen ze de zinnen al als geheel (niet netjes woord voor woord). Ze zien dus een zin en weten direct wat er staat. Snellezen gaat wel goed, langzaam lezen (woord voor woord) gaat vaak niet zo goed. Ze maken dan veel meer fouten.

Deze manier van lezen heeft voor- en nadelen. Enerzijds gaat het razendsnel, anderzijds wordt de helft wordt niet gezien. De helft die wel gezien wordt gaat direct het lange termijn geheugen. Op school heb je er weinig aan; actieve parate kennis die je nodig hebt voor een toets, zit in je korte termijn geheugen. De kennis ís er dus wel, maar actief is er weinig voorhanden. Hierdoor kunnen beelddenkers zich erg dom voelen.

Scannen voor een toets

Het snellezen is daarentegen een supermanier om je op langere termijn voor te bereiden op een toets. Scan de stof een week of 2 van te voren in zijn geheel door, zo’n 10 tot 20 seconden per bladzijde. Omdat de stof in het lange termijn geheugen komt en een soort “kapstok” vormt scheelt het je veel tijd bij het actieve leren!

Hoe maak je een mindmap?

Mindmappen is een perfecte manier om overzicht te krijgen in de leerstof. Het beste gratis programma dat ik tot nog toe tegen ben gekomen is xmind. Dit programma is ook onderdeel van mystudybar.

Wiskunde

A. Denkwijze, sorteergedrag niet-beelddenker:

B. Denkwijze, sorteergedrag beelddenker:

Een beelddenker gaat de lesstof ziften (uit elkaar trekken) en op zijn manier ordenen (wat zijn de verbanden vanuit de verschillende gezichtspunten). Het eindresultaat is daarom anders dan dat van zijn klasgenoten. Als vooraf het eindresultaat van te voren duidelijk zou zijn, had hij de informatie anders opgeslagen in zijn geheugen.