Redekundig ontleden

ontledenOm leerlingen duidelijk te laten voelen en ervaren hoe het systeem van het redekundig ontleden in elkaar zit, kun je simpelweg duplo gebruiken.

Gebruik van kleur

Door de zin in stukken te verdelen en er een kleur aan de verschillende functies toe te kennen, biedt dit het overzicht waar visueel ingestelde kinderen steun aan hebben.

De zinsdelen worden weergegeven in kleuren. Deze kleuren komen in de meeste taalmethodes weer terug in de opdrachten als: ‘Kleur het onderwerp in de zin rood, kleur het gezegde blauw’.

Zinsdelen:

  • Rood = onderwerp (wie?)
  • Blauw = PV en gezegde
  • Groen = lijdend voorwerp (wat?)
  • Geel = meewerkend voorwerp (aan wie? voor wie?)
  • Wit = overige /bepaling (wat op de middelbare school opgesplitst zal worden in o.a. bepaling van plaats en tijd)

Met een watervaste stift worden de zinsonderdelen op het blokje geschreven met de hulpvraag erbij.

Ik doe dit het liefst ter plekke samen met de leerling(en) zodat kinderen handelend bezig zijn en ze dit proces zo snel mogelijk eigen maken. Nu wordt inzichtelijk dat een zin is opgebouwd uit zinsdelen. De gevraagde zin kan met een whitebord stift op de blokken schrijven zodat de functie van de zinsonderdelen per zin zichtbaar zijn.

Zo kunnen we gaan bouwen met zinnen door de zin te veranderen in:

  • De boswachter toont sporen van dieren aan ons.
  • Toont de boswachter sporen van dieren aan ons?

Bij het werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde breiden we de blauwe blokken uit met de afkortingen ww gez en naamw. gez.

Met speciale dank aan:

Deze bijdrage is afkomstig van:

Hildeloes ten Brinke
www.SlimmerIQ.nl

Woordkasteel: oefenen met taal

woordkasteelWoordkasteel is een taalprogramma voor op de computer voor kinderen vanaf 6 jaar, zowel thuis als op school te gebruiken.

Het bevat mogelijkheden om met taal en spelling te oefenen in 20 verschillende spelvormen. Ook worden er 9 diagnostische toetsen meegeleverd.

Dit biedt de mogelijkheid om een kind met een specifiek spellingprobleem te laten oefenen.
Voor het nakijken van de toetsen wordt gebruik gemaakt van een door ons ontwikkeld (en voor zover wij weten uniek) woordanalyse-algoritme.

Je kunt dit programma gratis downloaden.

Radend lezen

Deel 4 van 7 in de serie Leren lezen

800px-WoordrijtjesSommige lezers raden het woord op grond van een aantal visuele kenmerken. Vaak herkennen ze de letters niet of kunnen ze klanken niet samenvoegen. Goed lezen is dan onmogelijk, de beste optie is raden of gokken.

De neiging tot raden en gokken wordt groter onder druk, zoals hardop lezen; vooral klassikaal, te lezen. Ook tijdsdruk werkt radend lezen in de hand. Stillezen gaat deze lezers vaak veel beter af!

Fouten tijdens het lezen

De radende lezer is vaak een spellende lezer geweest en maakt veel gebruik van de context. Hij heeft een vlot tempo maar maakt veel fouten die hij zelf niet opmerkt. Soms worden woorden verkeerd gelezen of vervangen door woorden die erop lijken. Hij slaat vaak een woord of lettergreep over, keert de volgorde om of spreekt een woord verkeerd uit door een verkeerde lettergreep-verdeling. Het kan ook zijn dat het kind de lege woordjes, zoals ‘de’ of ‘een’ overslaat.

Beelddenkers lezen ook vaak radend, op visuele herkenning. Daarnaast wordt het gelezen woord ook nog omgezet in een beeld. Dit maakt het proces nog moeilijker. Vaak leren ze zichzelf lezen via een eigen systeem.

musDe beelddenker

  • leest de zin of alinea (bijv. de mus zit op het dak)
  • vertaalt dit in een beeld (plaatje van vogel-dak)
  • vertaalt dit weer naar woorden (de vogel zit op de schuur)

De strekking van de zin is uiteindelijk wel duidelijk maar de informatie is toch echt anders.

Er zijn twee soorten radend lezen:

  • Anticiperend lezen:
    Radend lezen, scannend lezen, waarbij er wordt gekozen voor woorden die in de context passen. De lezer leest bijvoorbeeld ‘paleis’, als er ‘kasteel’ staat.
  • Gokkend lezen:
    Bij onvoldoende leestechniek slaat het raden om in gokken en passen de woorden niet in de context. Hierbij wordt maar wat geroepen.

Het is belangrijk dat zwakke lezers werkelijk leren lezen: niet radend, niet op de inhoud vooruit lopend, maar gewoon lezen wat er staat. Met het maken van leeskilometers zullen ze vanzelf meer woordbeelden opslaan, ook van minder voorkomende woorden, en gaan ze meestal minder radend lezen.

Lege woorden

Voor een wat vlotter tempo is het belangrijk dat de lege woorden visueel zijn opgeslagen. Deze woorden hebben geen bijbehorend beeld waardoor er vaak op wordt gehaperd. Vaak worden ze helemaal overgeslagen, wat slechtere scores oplevert op de AVI toets.

Voordeel bij vreemde talen!

Radende lezer zijn beter in het lezen van Engels dan verwacht. Engels heeft een onregelmatige schrijfwijze. Voor het schrijven in het Engels is dit helaas niet het geval.

In het Engels kunnen lettercombinaties in verschillende woorden heel verschillend worden uitgesproken (have – slave). Gelijke klanken kunnen een heel andere schrijfwijze hebben (meet – meat). Soms gaat lezen in het Engels zelfs beter dan in het Nederlands, omdat de nadruk op het spellen wegvalt.

AVI leesniveaus en toetsen

Deel 7 van 7 in de serie Leren lezen

Homework-routineHet technisch leesniveau van een kind geeft aan hoe goed het kind de woorden van een tekst kan lezen. Dit wordt uitgedrukt in een Avi-niveau (Analyse van Individualiseringsvormen.)

Het Avi-niveau wordt door school regelmatig getoetst.

Er zijn twaalf Avi-niveaus: Avi start, M3, E3, M4, E4, M5, E5, M6, E6, M7 en E7 en Avi plus. De niveaus zijn gekoppeld aan de leerjaren. Er wordt onderscheid gemaakt in het niveau halver-
wege het leerjaar (M voor Medio) en aan het einde van

het leerjaar (E voor Einde). Avi-start is het eenvoudigste niveau voor kinderen die net beginnen met lezen, Avi-Plus is het hoogste niveau

Moeilijke boeken zijn makkelijker!

Het Avi-niveau van een boek geeft aan of een boek veel of weinig moeilijk leesbare woorden bevat.

Hier ligt een valkuil: Boeken met een laag Avi-niveau bevatten veel korte woorden. Korte woorden hebben een minder duidelijk woordbeeld dan lange woorden. Dat betekent dat boeken met een hoger niveau voor een beelddenker vaak beter leesbaar zijn! Bovendien is het fijner een iets moeilijker boek te lezen wat interessant is dan een saai makkelijk boek.

Vaak vinden beelddenkers het ook fijn om stripboeken te lezen; hou dit vooral niet tegen; lezen is lezen! Ook een encyclopedie vinden ze vaak leuk!

De Avi-toets

De Avi-toets bestaat uit in totaal 22 korte teksten.
Tijdens de afname leest de leerling de tekst op de kaart hardop voor.
De leerkracht houdt bij hoeveel fouten de leerling maakt en hoe lang deze erover doet.
Per kaart is vastgelegd hoeveel fouten een leerling mag maken en hoe lang hij erover mag doen.
Bij te veel fouten of als er te veel tijd nodig is, dan is de tekst nog te moeilijk.
De leerkracht kiest dan voor een makkelijkere kaart.
Bij weinig fouten en een goede tijd  krijgt de leerling nog een moeilijker kaart te lezen.

Beelddenkers scoren vaak slecht

Beelddenkers scoren vaak slecht op AVI toetsen. Er moet secuur gelezen worden; beelddenkers lezen vaak radend of globaal. Bovendien slaan ze de lege woorden over; wat erg zwaar wordt aangerekend in de AVI toets. Het kan helpen de lege woordjes visueel op te slaan en bij te laten wijzen met de vinger of een leespijl.

Leesproblemen

Deel 2 van 7 in de serie Leren lezen

kid-readingLeren lezen gaat niet altijd vanzelf. Sommige kinderen raken achter omdat het leesonderwijs hen onvoldoende aanspreekt. Ze zijn meer doeners dan stilzitters. Andere kinderen raken achterop omdat het tempo in de klas voor hen vrij hoog ligt, of omdat de leesmethode van de school steken laat vallen.

Zwakke lezers hebben vaak moeite met het onthouden van talige informatie. Ze hebben in veel gevallen een kleinere woordenschat en hun decodeer-snelheid is minder groot. Vaak hebben ze ook problemen met het horen van verschillen in klanken of woorden, bijv. duur-deur. De leeftijd van negen jaar is een omslagpunt in het leesonderwijs, hierna leren kinderen veel minder snel.

Mogelijke oorzaken

  • Handicaps aan het gezicht of het gehoor
  • Zwakke cognitieve ontwikkeling
  • Zwakke sociaal-emotionele ontwikkeling
  • Gedragsproblemen (bijv. concentratieproblemen)
  • Andere leermethode
  • Slecht onderwijs
  • Slechte methode

Kinderen met leesproblemen komen vaak in een visueuze cirkel. Het lezen gaat niet vlot en kost veel energie, het herkennen en vormen van woorden en letters blijft moeite kosten. Vaak blijven ze lang spellend lezen, tergend langzaam, letter voor letter. Hierna gaan ze vaak over op radend lezen, ze gokken woorden binnen de context, dat levert veel fouten op. Doordat het lezen niet leuk is, lezen ze minder en krijgen ze minder oefening.

Het is bewezen dat zitten-blijven geen effect heeft op de leesproblemen. Verplicht lezen als huiswerk draagt ook niet mee aan het leesplezier; probeer verplicht thuis lezen zoveel mogelijk te beperken!

Zet ze met lezen niet bij elkaar!

Het zelfvertrouwen en zelfbeeld van zwakke lezers wordt door deze faalervaringen erg aangetast. Het is geen goed idee alle zwakke lezers bij elkaar te zetten in één groepje. Hierdoor voelen zij zich het groepje “losers.”  Buiten dat biedt je ze geen stimulerende leeromgeving; het is niet motiverend om naar het gehakkel van de ander te luisteren. Gemengde groepen werken beter, goed voorbeeld doet vaak goed volgen. Natuurlijk is het van belang tijdens de instructie vooral deze kinderen aan te moedigen en veel positieve feedback te geven.

Tips:

  • Zorg dat het alfabet goed visueel is opgeslagen (één van de onderdelen de methode Ik leer Anders).
  • Leer hele woordbeelden aan.
  • Lege woorden visueel opslaan.
  • Geef ze boeken die ze leuk vinden en interessant vinden. Moeilijker is vaak makkelijker, hou niet aan het leesniveau vast. Langere woorden zijn makkelijker te herkennen!
  • Veel kinderen houden van de Donald Duck of andere stripboeken, stimuleer dit; lezen is lezen!
  • Veel beelddenkers houden van het kijken en lezen in een ouderwetse encyclopedie.
  • Bij laten wijzen met leeslineaal of leespijl.
  • Zet het boek eens rechtop in een kookboekstandaard, vaak helpt dat!
  • Sommige mensen hebben last van de witte achtergrondkleur, leg er eens een transparant gekleurd vel overheen!

 

 

Spellend lezen

Deel 3 van 7 in de serie Leren lezen

800px-LetterkaartjesSommige lezers hebben moeite grip te krijgen op het de structuur van het woord. De woorden worden niet als geheel gezien maar als een reeks klanken. De spellende lezer leest langzaam maar nauwkeurig, letter voor letter, woord voor woord.  De lezer leest dus /b/ /oo/ /m/ in plaats van /boom/. Hierbij leest hij in zichzelf of zachtjes voor zich uit. Bij het hardop lezen is het hoorbaar dat er niet vloeiend gelezen wordt.

Op zichzelf is met deze vorm van lezen niet iets mis. In de beginfase van het leren lezen leren heel veel kinderen voornamelijk spellend.  In de tweede helft van groep 3 gaan kinderen steeds meer woorden direct herkennen. Als ze een woord niet herkennen spellen ze het meestal in stilte. De toehoorder merkt daar niet zoveel van, behalve dat het kind even na moet denken.

Na ongeveer acht maanden leesonderwijs zou het spellend lezen vanzelf over moeten gaan in vloeiend lezen. Sommige lezers blijven jarenlang hangen in het spellend lezen. Ze spellen minstens een derde van de woorden, uit gewoonte of uit angst om fouten te maken. Uiteindelijk kunnen ze dit zo snel dat je het niet meer zo goed kan zien. Als je goed kijkt naar de ogen van het kind zul je merken dat het niet vooruit kijkt in de zin. Bij niet-spellend lezen zijn de ogen steeds enkele woorden verder dan het gelezen woord; nu zijn ze precies bij het woord dat gelezen wordt.

Het is belangrijk dat deze groep lezers extra begeleiding krijgt. Deze vorm van lezen vraagt veel inspanning en begrijpend lezen is op deze manier bijna onmogelijk. Misschien dat ze de basisschool er nog mee doorkomen maar op de middelbare school is er een grote kans dat ze vastlopen.

Woorden visueel opslaan

Visueel ingestelde kinderen en beelddenkers zijn niet ingesteld op spellend lezen. Zij leren het liefst de hele woordbeelden aan. Ze slaan de fase van het hakken en plakken dus over. Niet ieder woord hoeft apart aangeleerd te worden, woordfamilies worden vaak vanzelf geassocieerd (dit noemen ze ook wel stempelen).

Meer tips:

  • Laat ze de letters voelen, maak letters van schuurpapier
  • Maak alle letters van klei, zo worden ze tastbaar
  • Schrijf de letters op de rug van het kind
  • Schrijf de letters in het zand en spreek ze uit
  • Verf de letters met vingerverf en spreek ze uit
  • Stempel de letters en spreek ze uit
  • Doe spelletjes met de letters

 

Verwarde verhalen

childspeechBeelddenkers hebben een ingewikkelde manier waarop ze hun belevenissen vertellen. Vaak is er geen touw aan vast te knopen…. Het vergt veel tijd en geduld hun verhalen aan te horen en te ontwarren.

Beelddenkers hebben  een beeld van wat ze willen zeggen. Ze zien een idee of oplossing ruimtelijk voor zich. In meer dimensies.

In gedachten kan de beelddenker eromheen lopen, erin gaan zitten, noem maar op. Iedere manier van kijken en iedere dimensie levert een nieuw aspect op dat laat zien waarom het idee zo goed is.

Vertalen van beeld naar woord

Hoe ga je dit overbrengen? Wat zou het makkelijk zijn als het plaatje vanuit je hersens naar een schermpje zouden kunnen worden gestuurd. Jammer genoeg kan dat nog niet. Het plaatje moet naar een maquette of naar een tekening of naar woorden vertaald worden. Zeker als het onderwerp abstract is, geen makkelijke opgave.

Van de hak op de tak

Omdat er aan het beeld geen begin zit, begint de beelddenker maar ergens. Tijdens het kiezen van de woorden schieten plaatjes van relevante aspecten door het hoofd die ook verteld moeten worden. Zinnen worden niet afgemaakt, woorden die niet worden gevonden, het perspectief wordt gewijzigd zonder aankondiging.

De beelddenker ziet zijn beeld duidelijk voor zich en denkt dat hij een prima verhaal heeft. Het publiek haakt af omdat ze de uitleg niet kunnen volgen en de beelddenker blijft verward achter. Voor beide partijen frustratie.

Laat het zien!

Het is van belang dat beelddenkers leren hoe ze een verhaal moeten structureren zodat het wel te volgen is. Laat zien dat er een begin, een midden en een eind zitten aan een boek of film. Dat er een opbouw in zit.

 

Geen touw aan vast te knopen

Werkwoorden leren in wolken

Rijtjes werkwoorden leren is vaak lastig. Deze methode werkt leuk bij beelddenkers.

De wolken zijn vast opgebouwd, in alle talen. Zo worden de structuren duidelijk en kunnen ze makkelijk de juiste vervoeging vinden.werkwoorden-leren

  • In het midden schrijf je het volledige werkwoord met vertaling.
  • Linksboven begin je met de ik-vorm
  • Zo ga je rond
  • Als laatste zet je het volledig vervoegde voltooid deelwoord.

 

De leerling zet dit op papier.

Het is handig als iemand die de taal juist spreekt de vervoegingen voorleest terwijl hij ze aanwijst.

Daarna pak je een klein papiertje waarmee je de vervoegingen kan afdekken.

Je gaat eerst 2 keer rond in de goede volgorde. In een rustig tempo dek je steeds de volgende vervoeging af. Het geeft niet als je de vervoeging nog even ziet, dat geeft juist zekerheid.

Daarna door elkaar. Je zal zien dat je op deze manier snel de werkwoorden frans lerenkent!

 

Leren schrijven met LetterSchool

LetterSchoolLeren schrijven is een enorme uitdaging.

Ingewikkelde schrijftrajecten, lettervormen koppelen aan letterklanken en cijfers aan getalbegrip.Veel kinderen blijven lang de letters en cijfers spiegelen.

LetterSchool speelt hierop in met een fraaie app. Door een leuke game leren kinderen spelenderwijs en ontwikkelen al doende hun motoriek.

Groot voordeel is dat de app voor het schrijfproces uitsluitend gebruik maakt van visuele instructies. Dit maakt de app geschikt voor alle kinderen, ongeacht hun leerstijl.

LetterSchool is een leuke game waarin kinderen belangrijke schrijf vaardigheden oefenen door kijken, aanraken, overtrekken en schrijven.

Kijk voor meer info op de website van Letterschool.

Begrijpend lezen

Deel 5 van 7 in de serie Leren lezen

Huiswerk PlannenBegrijpend lezen is van groot belang in onze talige maatschappij. Woordherkenning is voor begrijpend lezen van fundamenteel belang. Dit
proces van herkenning zou snel en vrijwel automatisch moeten verlopen.

Gebrekkige woordherkenning is één van de hoofd-oorzaken is van zwak begrijpend lezen. Kinderen die moeite hebben woorden te herkennen kunnen minder aandacht besteden aan de betekenis van deze woorden. Daardoor komen ze onvoldoende toe aan het begrijpen van de tekst.

Hierbij is het natuurlijk ook belangrijk dat de woordenschat voldoende is. Het helpt als het juiste beeld bij het woord opgeroepen kan worden.

Beelddenkers lezen vanuit het geheel. Vaak zien ze de zinnen niet woord voor woord maar als geheel. Vaak werkt dat goed, maar met name bij figuurlijk taalgebruik, abstracte teksten, of teksten zonder duidelijke lijn, hebben beelddenkers het zwaar.

Meer begrip

Het begrijpend lezen kun je verbeteren door het kind na elke alinea een beeld te laten geven van wat het gelezen heeft. Laat het de alinea in zijn eigen woorden terug vertellen. Vraag door om de tekst te laten landen.

Zo wordt de tekst stap voor stap duidelijker en overzichtelijker en raakt het kind niet meer in de war (of in paniek) tijdens het lezen. Je leert de kinderen ook dat ze kunnen schakelen als het beeld wat ze hebben niet past bij het verhaal.

Het kind zal op deze manier de tekst ook makkelijker kunnen plaatsen en onthouden. Een groot voordeel bij de zaakvakken als biologie, aardrijkskunde en geschiedenis.

Signaalwoorden

Als het begrijpend lezen niet goed gaat is het verstandig te kijken of de signaalwoorden goed zijn opgeslagen. Net als de lege woorden hebben deze geen bijbehorend beeld waardoor ze vaak worden overgeslagen. De oplossing is deze signaalwoorden visueel te laten opslaan.

Gratis download Signaalwoorden

rsz_1940176_10201461620051245_1039307614_nIs begrijpend lezen een uitaging voor je? Met bijgaand document krijg je meer inzicht in de signaalwoorden, hoe je ze kan herkennen en wat ze betekenen.

Bij signaalwoorden kan vaak geen beeld gevormd kan worden. Hierdoor worden ze vaak “overgeslagen”. Lastig, want voor begrijpend lezen zijn ze belangrijk!

Met bijgaand document leer je de signaalwoorden beter herkennen. Download het document en print het uit. Knip de kaarten en kaartjes uit.

De grote blauwe kaarten leg je neer, de kleine kaartjes ga je hierover verdelen. Het is handig met iemand samen te werken die een goed taalgevoel heeft, zodat je kan overleggen.

Vergelijk met de grote lijst of je de woorden goed neerlegt. Sommige woorden hebben meer betekenissen. Vraag je af: Welke woorden ken je al? Welke woorden nog niet? Kan je er zelf zinnen mee maken?

Download het document: Signaalwoorden-leren-herkennen

 

Stepping Stones Engels Idioom

stepping stonesDe methode voor “Stepping Stones” voor Engels heeft een fijne manier om idioom te leren.

De te leren woorden worden in zinsverband gegeven. Het woord waar het omgaat wordt rood afgedrukt.

Bij het boek  zit een rood doorzichtig velletje bij dat je op de zinnen kan leggen, zodat het te leren, roodgedrukte woord, wegvalt.

Het leren in zinsverband maakt het makkelijker een betekenis te onthouden.

Leren lezen

Deel 1 van 7 in de serie Leren lezen

boy-reading-book-outsideAanvankelijk lezen en spellen is de term die het proces aangeeft waarin een kind leert lezen en spellen. In Nederland beginnen de meeste kinderen in groep 3, als ze zes jaar zijn, met lezen.

Normaal gesproken begint een kind met spellend lezen, gaat dan groepjes letters herkennen en gaat uiteindelijk hele woordbeelden herkennen.

Beelddenkers gaan van het spellend lezen vaak snel over naar directe woordherkenning. Dit zorgt voor het vermogen tot het snel lezen van teksten en is ook de manier waarop veel volwassenen lezen.

Een voorbeeld van een methode die met deze strategie werkt is de globaal methode uit de jaren 30. Het leren lezen had hele woorden en zinnen als uitgangspunt. Bij het inprenten van globaalwoorden wordt uitgegaan van de visuele woordvorm. Het woord wordt onthouden als een plaatje. Dé manier voor beelddenkers!

Wat als ze al kunnen lezen?

Er is een groep kinderen die in groep 3 al vloeiend kan lezen. Het is niet verstandig deze kinderen mee te laten doen aan de klassikale leesinstructie. Grote kans dat ze hier gefrustreerd en ongeïnteresseerd door raken. Geef ze iets nieuws te leren.

Zorg dat er direct aan de start van groep 3 een niveaubepaling gedaan wordt om te zien welke letters, tweetekenklanken en dubbelklanken het kind al kent. Het kind kan hierna op eigen niveau verder lezen. Hou niet te strak vast aan dit niveau, het belangrijkste is dat ze lezen, begrijpen wat ze lezen en er plezier in hebben!

De leesinstructie kan losgelaten worden bij deze groep. Werkinstructie hebben ze wel nodig want de materialen zijn nieuw voor ze. Het feit dat ze kunnen lezen houdt niet automatisch in dat ze goed kunnen spellen en begrijpend lezen; hou dit in de gaten!

Tips om het lezen leuker te maken:

  • Lees elke dag voor, zo leren kinderen intonatie, nieuwe woorden en verhaal opbouw.
  • Voorlezen laat zwakke lezers zien dat lezen leuk is.
  • Zorg voor een variatie in wat ze lezen; gedichten, kranten of de Donald Duck zijn ook leuk!
  • Laat kinderen regelmatig samenwerken aan teksten.
  • Het is fijn als er regelmatig stil gelezen wordt in de klas (ook door de leerkracht!).
  • Zelfs zwakke lezers vinden het soms leuk om voor te lezen aan de eigen of een lagere klas.

Spelling oefenen met Bloon

bloonBloon is een supertool voor beelddenkers. Het is een gratis en methode-onafhankelijke manier om te oefenen met spelling. Van de reguliere methoden staan de woordenlijsten al in het programma.

Het programma heeft een back-end waarin de leerkracht de vorderingen van de leerling kan bijhouden. Foute antwoorden kunnen meegenomen worden naar de volgende week.

  • B= bekijken van het woord
  • L= lezen van het woord
  • O= omdraaien van het papier
  • O= opschrijven van het woord
  • N= nakijken van het woord

Bekijken

Het oefenen van spelling wint aan kracht als de leerling eerst het woord bekijkt en de spellingregel verwoordt. Eventueel kan deze regel in de denkwolk worden geschreven.

Lezen

Hierna wordt het woord gelezen en laat de leerling de betekenis op zich inwerken. Wanneer woorden worden voorzien van betekenis of emotie, wordt de betrokkenheid van de leerling bij het woord vergroot. Dit heeft een positief effect op het juist spellen ervan.

Omdraaien

Het blad wordt omgedraaid. Hierdoor kan het woord niet worden overgeschreven en wordt de transfer gemaakt van het zichtbare woord naar het geheugen.

Opschrijven

Het woord wordt door de leerling vanuit het geheugen geschreven in een schrift of op een ander schrijfblad en dus niet op het BLOON-blad. De hersenen worden daadwerkelijk geactiveerd, waardoor het woord en de spellingregel daadwerkelijk
ingeoefend worden.

Overschrijven is geen zinvolle spellingoefening. In dit kader is het zinvol om uw klas eens rond te kijken of er woorden en letters hangen: verwijder deze tijdens het inoefenen of een dictee.

Nakijken

Door na te kijken leren leerlingen kritisch te zijn op het gemaakte werk. Ook worden zij in de gelegenheid gesteld te leren van gemaakte fouten. De leerling vergelijkt het geschreven woord met het woord op het BLOON-blad.

Is het woord fout geschreven, dan wordt er een droevige smiley getekend in het rondje. Als het woord goed geschreven is, dan een blije smiley  Er kan ook gekozen worden voor kleuren (rood, groen). Ieder rondje staat voor een dag (vijf dagen in totaal).

Fouten maken mag, daar leer je van! Op de vijfde dag moeten alle woorden wel goed geschreven worden. Fout geschreven woorden worden meegenomen naar de volgende week.

Met Bloon bezig? Download het Ikleerinbeelden Schema voor Bloon

Kijk ook eens op www.bloon.nl

Eigen woordenschat

images (4)Een beeld heeft geen begin en geen eind. Alles gebeurt tegelijkertijd. Daarom is het voor beelddenkers lastig zaken te ordenen. Dit is ook lastig bij het luisteren en spreken.

Verbasteringen

Door de vele beelden die ze zien, gaat het luisteren bij beelddenkers over in een soort “gokken wat je hoort”. Ze horen en luisteren in eerste instantie niet goed en corrigeren zichzelf later niet.  Ze onderscheiden geen letters in woorden en geen woorden in zinnen. Ze leren makkelijk een verkeerd woordbeeld aan, een woord wat er een beetje op lijkt. “Klinkt als” dus.

Als gevolg daarvan praten beelddenkers vaak slordig, ze hebben vaak een slechte articulatie en een geheel eigen, bijzondere, woordenschat.

Zo dacht mijn dochter op een gegeven moment dat “poffertjes” koffertjes heetten. Ze werd verbeterd door een vriendinnetje: dat zijn geen “koffertjes”, dat zijn “ploffertjes”.

Verbasteringen zoals valvis voor walvis, aloge voor horloge en stokcontact voor stopcontact komen vaak voor. Ook zinnen die als heel woord worden uitgesproken (wiedoetturmee?) komen veel voor. Vaak wordt dit in eerste intantie niet opgemerkt maar komt het pas naar voren op school bij het schrijfonderwijs (dictee, verhalen schrijven).

Woordvindings-problemen

brain-maze3Hoe heet het ook alweer? Het ligt op het puntje van mijn tong! Woordvindings-problemen komen vaak voor bij beelddenkers. Het beeld zien ze haarscherp voor zich. Ze kennen het woord wel, maar kunnen het (even) niet oproepen. Een tijdelijke blokkade naar het woord.

Vaak gaat het om de meest simpele woorden maar ook om getallen, namen en plaatsen. Meestal wordt het niet gevonden woord beschreven als “dinges” of “je weet wel”. Ook ontstaan er soms spontaan nieuwe woorden om het “verloren” woord te vervangen. Bijvoorbeeld deuropener in plaats van sleutel.

Wat vaak meespeelt is vermoeidheid en spanning. Ook emotioneel beladen situaties en tijdsdruk kunnen het probleem verergeren.

Woordvindingsproblemen kunne de nodige problemen opleveren in de communicatie. Het is lastig je verhaal te vertellen als je de juiste woorden niet kan vinden. Mensen kunnen het niet volgen en haken af. Er ontstaan makkelijk misverstanden in de communicatie.

Je kan het kind helpen door het:

  • extra tijd geven
  • een beginklank te geven
  • de kans geven het woord te omschrijven
  • het beeld wat ze zien te laten omschrijven

Moeite met taal

HinkelenBeelddenkers hebben vaak moeite met taal.

Taal is voor hen niet natuurlijk, beelden zijn hun eerste taal. Taal is volgorderlijk, sequentieel, het ene woord volgt na het andere. Beelden geven overzicht.

De wereld van beelddenkers bestaat uit beelden, maar om te communiceren moeten ze gebruik maken van taal. Dat vraagt een voortdurende vertaalslag.

Met name op school is taal noodzakelijk om goed te kunnen functioneren.

De beelddenker heeft het met talige zaken vaak lastig op school:

  • slecht handschrift
  • zwakke articulatie
  • lastig letters en klanken onthouden
  • slordig met taalregels
  • kijken niet naar details in tekst maar naar totaalplaatje
  • moeite met spelling
  • moeite met vreemde woorden
  • leest niet makkelijk hardop
  • vooral jongens hebbenvaak een hekel aan opstellen maken

Werkboek Ik Leer Anders ~ Agnes Oosterveen-Hess

Ik werk in mijn praktijk met het werkboek Ik Leer Anders (te bestellen via bol.com). Dit praktische werkboek is bij uitstek geschikt voor leerlingen van de basisschool met leerproblemen, dyslexie, ADHD of ADD en voor kinderen die hoogbegaafd zijn.

“Er zit meer in, dan er uit komt” . Dit wordt vaak gezegd over leerlingen die onvoldoende presteren op school. Zij hebben een leerachterstand of een vorm van dyslexie.

Als bijles niet of nauwelijks helpt, kan de leermethode Ik leer anders een oplossing bieden. Want een grote groep ondergewaardeerde leerlingen heeft juist een bijzondere gave: het zijn beelddenkers. Zij denken niet in woorden, maar in beelden. Daarom wordt het lesmateriaal in de klas niet begrepen en onthouden.

Het werkboek Ik leer anders vertaalt de lesstof naar deze visuele manier van denken. Zo kunnen deze leerlingen direct voldoendes halen. Op www.ikleeranders.nl staat de test: Ben jij een beelddenker?

Direct resultaat. Het werkboek Ik leer anders wordt doorgewerkt door een leerling begeleid door een ouder, coach of leerkracht. De leerling kan direct vertellen of deze leermethode werkt. Een voorbeeld: tijdens het oefenen kunnen leerlingen met een taalprobleem, woorden foutloos spellen. Van voor naar achter, maar ook van achter naar voor. Simpelweg omdat ze het woord als woordbeeld hebben opgeslagen.

Tafels worden direct onthouden na jarenlang tevergeefs oefenen. Leren klokkijken lukt binnen een paar uur. In het inkijkexemplaar staan verhalen uit de praktijk van ouders en kinderen. De teksten zijn ingekort. Complete teksten staan op www.ikleeranders.nl.

Inhoud werkboek Ik leer anders: Het werkboek kan worden voorgelezen en is voorzien van vele voorbeelden en foto’s. Theorie: een andere manier van denken en leren.

Test en karaktervergelijking: herkennen visuele leerlingen.

  • Informatie op juiste manier ordenen, opslaan en onthouden.
  • Taal: het alfabet, woordbeelden opslaan, woordpakketten groep 3 t/m 8.
  • Lezen: lege woorden visueel opslaan, leesletters oefenen, lezen met de leespijl.
  • Cijfers: cijferveld, tafels en het automatiseren van sommen.
  • Klokkijken: analoog.

Jay 10 jaar: Eindelijk iemand die mij begrijpt wat ik zie en denk.

Klik hier voor een inkijkexemplaar van het werkboek Ik leer Anders.

Visueel opslaan van een woordbeeld

Ook beelddenkers kunnen foutloos spellen en tienen voor dictees halen!

Het visuele talent van de beelddenker komt hierbij goed van pas.Het geheim is dat je het woordbeeld visueel opslaat in je geheugen. Met andere woorden: je slaat het woord op als jpg bestand in plaats van als Word bestand. Als je het woordbeeld goed opslaat zal je het nooit meer vergeten.

Het visueel opslaan van een woord is niet moeilijk. Vervolgens kun je het spellen, van voor naar achter, maar ook van achter naar voor. Simpelweg omdat het woord als woordbeeld is opgeslagen.

Taal: werkwoorden spellen

Lastig om de werkwoorden goed te spellen? Op http://www.spellingjuf.nl/ worden de regels in filmpjes kort en helder uitgelegd. Bekijk eerst het hoofdfilmpje om te zien hoe de site werkt!

Visuele aanbieding van de werkwoordspelling als aanvulling op de schema’s, uitlegteksten en oefeningen die er bestaan op dit gebied. Naast leren en oefenen uit tekst en de uitleg in de les die vervliegt kun je met deze site op je gemak de filmpjes die jij nodig hebt bekijken en eventueel herhalen.

Problemen met lezen: klanken

Lezen (zeker voor beginnende en zwakke lezers) is het vertalen van van teken(s) naar klank. Voor beelddenkers is het nog gecompliceerder. De tekens worden eerst naar een plaatje vertaald en daarna naar klank.

Iedere alfabetische taal heeft eigen klankafspraken met het alfabet. In de Nederlandse taal wordt het alfabet gebruikt om 43 klanken weer te geven.

Letter-klank koppelingen

Om vloeiend te kunnen lezen is het belangrijk dat al deze klanken visueel opgeslagen zijn. Door de klanken aan letterbeelden te koppelen worden de klanken makkelijker herkend en wordt het lezen veel sneller.

Klinkers

Van de 5 klinkers uit het alfabet zijn 23 klinkers gemaakt en drie klinker-medeklinkercombinaties. Dit zijn korte klinkers (a, e, i, o, u), lange klinkers (aa, ee, oo, uu), twee-teken klinkers (ei/ij, ou/au, ie, eu, oe, ui), drie -teken klinkers (aai, ooi, oei), stomme klinkers (e, i/ -ig), ij /-lijk)) en de klinker-medeklinkercombinaties ‘eeuw’, ‘ieuw’ en ‘uw’.

Medeklinkers

De medeklinkers vallen grotendeels samen met het alfabet met uitzondering van de sch, ch/g, ng, nk, -d/-t en -b/-p. De medeklinkers c, q en x worden alleen in buitenlandse woorden (leenwoorden) toegepast.

Vreemde taal leren

Deel 1 van 4 in de serie Vreemde taal leren

european-languagesVeel beelddenkers hebben het de eerste paar jaar op het voortgezet onderwijs problemen met het leren van een nieuwe taal. Een vreemde taal leren is een kwestie van oefenen, oefenen en oefenen. Veel rijtjes leren, en losse woordjes uit de context. Erg lastig voor een beelddenker! In de bovenbouw gaat het gelukkig meer om het overzicht.

Het kan ook anders!

Ideaal gezien zou je de eerste periode bij het leren van een taal de grammatica buiten beschouwing moeten laten en alleen zijdelings bespreken en uitleggen als het echt nodig is. Het is zelfs zo dat grammatica-regels het verwerven van de taal in de weg staan en een hinderpaal is!

Het menselijk brein is zo ingericht dat een vreemde taal geleerd kan worden zonder er formeel les in te krijgen. Als je een Nederlander een jaar plaatst in een Chineestalige omgeving, dan kan hij zich na een jaar in deze nieuwe taal redden (onderdompeling).

In ons brein beschikken we over een Universele Grammatica die het mogelijk maakt patronen in een taal te ontdekken zonder de formele (lees grammaticale) regels. Oefenen vanuit de praktijk van alledag is de allerbeste manier om een taal te leren.

Woorden moeten geleerd worden in de context, zodat ze gevisualiseerd kunnen worden. Op die manier kan de beelddenker ze veel beter onthouden.  Het opzeggen van rijtjes woorden zegt ze niet, het blijven klanken zonder beelden die erg moeilijk te onthouden zijn. Dode dingen zijn immers niet te leren.

Wat erg kan helpen is het lezen van een boek in de betreffende taal. Zelfs al begrijp je niet alles maakt het wel de structuur van de taal duidelijk.  Je krijgt een soort kapstok om de elementen van de taal aan op te hangen. Het “voelt” dan wel of niet goed hoe je iets zegt. Bovendien wordt het duidelijk dat het voor het begrijpen van de tekst niet altijd nodig is om elk woord in een zin te kennen. Dus: lees je favoriete Harry Potter boek eens in het Engels!

Het kan ook helpen radio te luisteren of televisie te kijken, of songteksten te lezen in de betreffende taal.

Een site met veel informatie over het leren van vreemde talen als je dyslexie hebt is:  www.dyslexie-en-vt.org

Snellezen

Deel 6 van 7 in de serie Leren lezen

targ_manuale_scolareSnellezen (ook wel globaal lezen) is handig! Je neemt informatie snel op en kan de stof beter onthouden dan wanneer je gewoon een tekst leest. Tijdens het snellezen hebben je hersenen minder tijd om af te dwalen naar andere onderwerpen.

Snellezen kun je stimuleren door in een vloeiende beweging met je vinger of een pen onder de regels te bewegen. Na een aantal keer oefenen zal je leessnelheid verdubbelen!

Beelddenkers hebben vaak een aangeboren talent voor snellezen. Vanaf jonge leeftijd lezen ze de zinnen al als geheel (niet netjes woord voor woord). Ze zien dus een zin en weten direct wat er staat. Snellezen gaat wel goed, langzaam lezen (woord voor woord) gaat vaak niet zo goed. Ze maken dan veel meer fouten.

Deze manier van lezen heeft voor- en nadelen. Enerzijds gaat het razendsnel, anderzijds wordt de helft wordt niet gezien. De helft die wel gezien wordt gaat direct het lange termijn geheugen. Op school heb je er weinig aan; actieve parate kennis die je nodig hebt voor een toets, zit in je korte termijn geheugen. De kennis ís er dus wel, maar actief is er weinig voorhanden. Hierdoor kunnen beelddenkers zich erg dom voelen.

Scannen voor een toets

Het snellezen is daarentegen een supermanier om je op langere termijn voor te bereiden op een toets. Scan de stof een week of 2 van te voren in zijn geheel door, zo’n 10 tot 20 seconden per bladzijde. Omdat de stof in het lange termijn geheugen komt en een soort “kapstok” vormt scheelt het je veel tijd bij het actieve leren!

Lege woorden overslaan

Onze taal bevat veel woorden waarbij je direct een beeld kan oproepen zoals: maan, ster, vis en hond.

Deze woorden geven meestal geen problemen bij het lezen.

Onze taal bevat ook veel woorden waarbij niet direct een duidelijk beeld op te roepen valt, zoals bijvooorbeeld lidwoorden, abstracte zelfstandig naamwoorden,  en bijvoeglijk naamwoorden. Vaak gaat het maar om kleine woordjes zoals geen, niet, de, het, een, omdat, die, dat, enz.

Beelddenkers slaan deze woorden vaak over omdat ze voor hen eenvoudigweg geen betekenis hebben. Een beelddenker onthoudt in beelden. Hoe moet je een woord onthouden als er geen beeld bij hoort?! Bij het lezen maar ook bij het schrijven zullen ze deze woorden vaak overslaan.

Dit levert een probleem op bij het halen van de leesniveau’s op school, hier wordt namelijk streng op gelet. Ook begrijpend lezen kan een probleem zijn, zeker bij vragen op het examen als: Waar slaat het woord “omdat” op?

Tijdens de training ‘Ik leer anders’ slaan we al deze woordjes op als plaatjes. Lezen gaat daarna een stuk makkelijker!

Slecht handschrift, mogelijk dysgrafie

Schrijven
Sommige kinderen schrijven erg langzaam of slordig. Hoe ze ook hun best doen, het komt niet goed en netjes op papier.  Het kost meer dan gewone inspanning om de lettervormen te automatiseren; de letters rollen nooit vanzelf uit hun pen.
Voor de beelddenkers is het wéér een extra stap in het denkproces (van beeld naar woord naar geschreven woord). Vanuit de beelden wordt de tekst als het ware vertaald naar wat er zou kunnen staan. De beelden verdringen de woorden.
Bij het opschrijven worden de woorden zacht mompelend gespeld en is het moeilijk de letters in de juiste volgorde neer te zetten. Ook zie je vaak dat er niet recht op de regel wordt geschreven en dat er grote verschillen zitten in de grootte van de letters. Vaak worden de letters eerder getekend dan geschreven.

Het ligt niet aan de motoriek!

Deze kinderen zijn vaak wel goed in tekenen. Een slecht handschrift heeft namelijk niets te maken met (fijne) motoriek. Schrijven is niet hetzelfde als bewegen; het is een nauwkeurige vaardigheid die hoofdzakelijk drie vingers gebruikt. Als een kind kan kleuren en tekenen kan het motorisch gezien ook schrijven.
Programma’s voor handschriftverbetering die zich zuiver op de motoriek richten brengen nauwelijks of geen verbetering tot stand. Ook de “schrijfdans” (met twee armen tegelijk bewegingen maken op grote vlakken op muziek) heeft jammer genoeg niet veel zin.
Laat kinderen die problemen hebben met schrijven veel op de computer werken! Dit gaat ze veel beter af; het kost ze veel minder energie zodat ze op dat moment kunnen focussen op wat op dat moment echt belangrijk is (de leerstof in plaats van het schrijven).

Mogelijke oorzaken van een slecht handschrift:

  • Niet schrijfrijp
  • Automatiseringsprobleem
  • Vermenging schriftsoorten
  • Slechte schrijfmethode

Niet schrijfrijp

Het kind is te vroeg begonnen met leren schrijven. Een kind moet “schrijfrijp zijn”.  Schrijfrijp betekent dat er voldoende hersenverbindingen aanwezig zijn om draairichtingsveranderingen, abstracte letterzones en het probleem van het translaterend bewegen te kunnen doorzien. Een kind is dus niet altijd “schrijfrijp” aan het begin van groep 3; dit kan getoetst worden door een “schrijfrijpheidstoets”.

Automatiseringsprobleem

Schrijven maar ook lezen, taal en rekenen zijn in groep 3 nog in een aanleerstadium. Schrijven is, net als lezen, taal en rekenen, een cognitieve vaardigheid. Wij verlangen van onze groep 3 kinderen dat ze twee dingen tegelijk automatiseren maar dit is praktisch onmogelijk! Denk eens aan je eerste autorijles: een inhoudelijk gesprek tijdens het sturen is dan ook nog geen optie! Gevolg hiervan is dat iedere letter steeds weer bedacht, getekend wordt.Bij de training “Ik leer anders” worden alle letters opnieuw opgeslagen in het hoofd. Door het visualiseren worden de letters geautomatiseerd en krijgt de leerling het makkelijker met schrijven.

P1220023Vermenging schriftsoorten

Omdat de kinderen nog niet kunnen schrijven in lusletters gebruiken ze tijdelijk een soort imitatie van de drukletter. Bij het overgaan naar de aan elkaar verbonden lusletters hebben vooral de zwakkere leerlingen het zwaar en mengen ze de diverse schriftsoorten door elkaar. Eventueel kun je ervoor kiezen een kind gewoon in blokletters te laten schrijven.

Goede schrijfmethode

In een goede schrijfmethode wordt veel aandacht gegeven aan de volgende zaken:
  • duidelijke en functionele lettervormgevingskennis: vertel over de vormgeving van de letters; het onderscheid tussen rechte en gebogen lijndelen, wáár letter uit- en invoegen en wat de verhoudingen zijn, zowel van de breedte-/hoogte als van de letterdelen onderling.
  • Gebruik vooral korte lussen! Door te lange lussen gaan de regels in elkaar haken en ziet het handschrift er minder goed uit.

Aanbevelingen:

Beelddenkende kinderen zijn gebaat bij:
  • voordoen: cijfers en letters zien ontstaan op het bord of op het beeldscherm
  • pijltjes:  het traject van de cijfers en letters aangeven door pijltjes
  • beeldhouwen van cijfers en letters met klei
  • afmaken van een letter of cijfer
  • gebruik maken van het PD Bord; een dubbelzijdig schoolbord ontwikkeld door Professor Mesker. Deze methode stimuleert hersenhelften actiever samen te werken. Meer informatie kun je vinden in het boek Dyslexie en touwtjespringen.
  • laat ze eventueel in blokletters schrijven, dat kost minder energie
  • laat ze zoveel mogelijk op de computer werken

Beeldmateriaal: Dianne Craft op Youtube

Problemen met taal, mogelijk dyslexie

Dyslexic_wordsBeelddenken wordt vaak verward met dyslexie. Niet alle beelddenkers zijn dyslectisch, maar de meeste dyslectici zijn wel beelddenkers.

Dyslexie (ook wel woordblindheid) is een verzamelnaam voor een aantal aandoeningen die gepaard gaan met problemen met vooral geschreven taal.

Er zijn verschillende vormen van dyslexie. Sommige dyslectische kinderen hebben veel baat bij RT, bij anderen heeft het geen of weinig effect.

Deze kinderen hebben als beelddenkers hebben een groot talent: visualiseren! Dat talent gaan we natuurlijk gebruiken!

Zwevende letters

Bij veel beelddenkers “zweven” de letters door het hoofd. Ook hebben ze geen idee hoeveel letters er zijn. Wel dúizend, hoor je wel eens.

Beelddenkers zien letters als losse plaatjes, 3-dimensionaal. Als je de letters willekeurig kan draaien, spiegelen en kantelen dan heb je een probleem om het verschil tussen een d – b – p – q te zien. Klanken worden daarom niet op juiste wijze aan deze plaatjes gekoppeld. Tijdens de training gaan we het alfabet nog een keer opslaan. Dit geeft een vaste plek aan de letters.

Hardop lezen is lastig!

De meeste beelddenkers hebben moeite met hardop lezen. Dit komt omdat tijdens het lezen een voortdurende vertaalslag aan de gang is van gelezen woord naar beeld naar gesproken woord. Lege woorden (woorden zonder beeld zoals de, het, dat, hulpwerkwoorden enz.) worden overgeslagen. Op school is het belangrijk dat de teksten foutloos en volledig gelezen worden.

Stillezen kunnen beelddenkers vaak wel heel snel!

Visueel opslaan

Tijdens de training worden de lege woordjes opgeslagen en je leert hoe je woorden waar je moeite mee hebt (dictee) kan onthouden via woordbeelden. Als het woordbeeld goed opgeslagen is kunnen kinderen met gemak van voren naar achteren spellen en van achteren naar voren. Dit is iets waar ze écht heel goed in zijn, je ziet hun zelfvertrouwen groeien! Op dat moment kom je in een positieve cirkel terecht en kan lezen weer leuk worden.

Na de training ‘Ik leer anders’ kan je bijna altijd direct sneller hardop lezen (1 of 2 AVI-niveaus). Dat scheelt op school!

Er is veel praktisch en leuk oefenmateriaal te vinden op www.leestrainer.nl.