Maak samenvattingen, lijstjes en schema’s

Making Notes from BookLange teksten zijn moeilijk te onthouden. Het helpt als je de stof samenvat, of als je er een lijstje of schema van maakt.

Naast het feit dat je de tekst op die manier al in je geheugen prent hoef je de volgende keer een stuk minder te leren. Bovendien heb je het op deze manier allemaal al een keer gelezen.

Ook het maken van een woordweb of mindmap kan je helpen!

Van mega-spiekbrief naar mini-spiekbrief

spiekbriefSpiekbriefjes maken is leuk! Natuurlijk gebruik je ze niet voor de toets.

Je begint met een megaspiekbrief. Schrijf alles erop wat je niet wilt vergeten. Daarna maak je de spiekbrief kleiner; schrijf kleiner en laat dingen weg die je al weet of niet nodig hebt. Dan kan je nóg een kleiner briefje maken. Zo ga je door tot je een mini-spiekbriefje hebt. Dat je vervolgens niet nodig hebt!!!

Als je de spiekbrieven maakt, onthoud je wat je erop schrijft en heb je ze uiteindelijk niet meer nodig!

Ga door met iets anders als het te moeilijk is

119541_gVind je het te moeilijk? Weet je het antwoord niet? Ga dan niet tien minuten nadenken! Je kan beter verder gaan met de volgende vraag of met ander huiswerk. Dan is dat tenminste al af.

Daarna kun je de moeilijke opdracht er weer bij pakken om te kijken of het nu wel lukt. Zoniet kun je hulp vragen aan je ouders of aan een medeleerling!

Gebruik extra oefenmateriaal

cdGebruik het extra oefenmateriaal dat soms bij schoolboeken zit.

Soms zit er een CD voorin, of kun je materiaal vinden op de website van de uitgever.

Op ELO staan vaak ook oefentoetsen.

Probeer deze toetsen altijd te maken voor je de echte toets maakt! Zo kun je zien wat voor soort vragen er gesteld worden en waar je extra op moet letten tijdens het leren. Je vormt je als het ware een beeld van de toets.

Gebruik je tijd effectief

timeZit jij ook wel eens achter je bureau terwijl je er niet toe komt te leren? Dat is eigenlijk zonde van je tijd. Als je niet wil leren kun je beter wat leuks gaan doen. Of lekker snel aan de slag zodat je snel klaar bent!

Het is saai!

Als je iets moet leren wat je niet interesseert , doe dan je best je er toch in te verdiepen. Geef jezelf de opdracht iets interessants te vinden. Informatie die je boeit kun je veel beter onthouden.

Wanneer leer jij het beste?

Kijk wanneer jij het meest effectief leert. Dat kan in de ochtend zijn of in de avond. Ga na op welke momenten jij je het beste kan concentreren. Als je om 7 uur ’s avonds al moe begint te worden heeft het waarschijnlijk weinig zin om dan nog huiswerk te doen.

Neem pauzes

Neem na 50 minuten leren 10 minuten pauze. In een pauze kun je even bijtanken, erna zal je weer veel makkelijker stof opnemen.

Doe in de pauze echt even wat anders. Ga even wat drinken of  een computerspelletje spelen of iets dergelijks. Stip op het uur begin je weer met leren!

Hoe leer je een tekst?

student-writingWat voor cijfer haalde je de vorige keer toen je een tekst moest leren voor dit vak? Ging het goed? Vooral zo laten: never change a winning concept. Ging het niet zo goed? Probeer het dan op een andere manier.

Je leert niet door de tekst een paar keer door te lezen maar door er op verschillende manieren mee te werken.

Als je een tekst moet leren, zet je altijd de volgende stappen

  1. Maak duidelijk wát je moet weten
  2. Maak een planning
  3. Lees de tekst globaal
  4. Maak een mindmap of woordweb
  5. Zoek de structuren aan de hand van signaalwoorden en kernwoorden
  6. Werk de tekst alinea na alinea door
  7. Overhoor jezelf
  8. Leg de tekst uit aan iemand
  9. Laat jezelf overhoren

1. Wat moet je straks weten?

  • Moet je vragen beantwoorden?
  • Moet je het in de les kunnen gebruiken?
  • Wat voor soort vragen zal je docent stellen?
  • Moet je het kunnen toepassen?
  • Moet je verbanden kunnen leggen?

2. Maak een planning.

Zorg dat je weet je wat je nog moet doen en hoeveel tijd dat kost.

3. Lees de tekst eerst globaal

Lees hier het stappenplan.

4. Maak een woordweb of mindmap.

Schrijf in je woordweb of mindmap wat je al weet van het onderwerp. Waar gaat de tekst over volgens jou? Stel jezelf de 5 ‘W’ vragen: wie, wat, waar, wanneer en waarom.

5. Lees nu pas de tekst goed door

Een goede manier: lees de eerste en laatste zin van elke alinea en voorspel wat ertussen staat. Kijk dan of je voorspelling klopt door de hele alinea te lezen.

Let vooral op signaalwoorden, die vertellen je wat voor soort tekst er staat. Dan weet je wat de belangrijke informatie is.

Er zijn drie soorten tekst met daarbij horende signaalwoorden.

  1. opsomming
  2. iets belangrijks
  3. oorzaak en gevolg

Signaal-  en kernwoorden zijn:

want omdat ten eerste ten tweede daarom doordat en ook daardoor daardoor bovendien dus dan tot slot omdat daarop uiteindelijk om voorts doordat aangezien bijvoorbeeld

6. Maak per alinea een schemaatje

Vat per alinea in eigen woorden samen wat je hebt gelezen.  Vertel jezelf waarom iets belangrijk is. Hierdoor merk je of je het wel of niet snapt en of het aansluit bij wat je al wist.

7. Voeg de schema’s samen

Voeg alle schema’s samen tot een groot schema, dan kun je verbanden leggen.

8. Overhoor jezelf

  • Bedenk wat voor soort vragen je docent zou bedenken.
  • Weet je nog niet alles? Maak er een lijstje van.
  • Vertel iemand wat je nog niet weet en begrijpt, daardoor wordt je probleem helderder.
  • Vraag je docent, een ouder of een klasgenoot om toelichting.
  • Filmpjes op youtube kunnen ook verhelderend werken.

9. Klaar met de tekst?

Zoek iemand op die de tekst niet kent Als het goed is kun je de tekst uitleggen, aangeven waar de tekst over gaat en wat de belangrijkste zaken zijn.

10. Laat jezelf overhoren

door een ouder of klasgenoot.

Profiteer van je fouten!

Deel 7 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

Fouten maken vindt niemand leuk. Je kan je fouten negeren, doen of ze niet belangrijk zijn of je kan anderen er de schuld van geven… Slimme mensen maken ook fouten maar leren daarvan!

Je fout erkennen en onder woorden brengen is vaak niet leuk maar wel zeer effectief! Kom je in de toekomst een soortgelijke opgave tegen dan zal je het probleem waarschijnlijk herkennen en op de goede manier oplossen.

Als je niet zeker weet waarom een vraag fout is gerekend, zoek het dan op in je boek. Het is belangrijk dat je je fouten begrijpt. Je kan het ook vragen aan een klasgenoot, een ouder of aan de docent.

Als de docent de toets doorneemt in de klas, maak dan aantekeningen. Schrijf op welk antwoord de docent wel goed gerekend zou hebben. Vraag om toelichting als je het niet begrijpt.

Wat kan je leren van je fouten?

  • Wie zijn eigen fouten kan beoordelen leert meer dan anderen.
  • Je onthoudt beter en sneller en je krijgt betere vaardigheden.
  • Je basiskennis is beter, vooral met wiskunde is dit belangrijk!

Maak een foutentabel

Met deze methode kijk je naar wat nog niet helemaal goed gaat. Per fout ga je in uitzoeken en opschrijven wat er misgegaan is en hoe je wel tot een goede oplossing komt. Maak een vel met 3 vakken.

  • In vak 1 schrijf je de opgave die fout had.
  • In vak 2 kijk je naar wat je fout hebt gedaan en beschrijf je dit (bijvoorbeeld: ik heb de oppervlakte berekend en niet de inhoud, of ik ben vergeten het min-teken om te draaien).
  • Begrijp je het nog niet? In de klas kan een docent je helpen of een leerling die de som wel goed heeft gemaakt. Thuis kun je je ouders om hulp vragen. Vraag net zolang door tot je het écht begrijpt. Misschien kan het probleem op een andere manier uitgelegd of opgelost worden.
  • Als je begrijpt wat je fout hebt gedaan schrijf je in vak 3 de goede oplossing op.