Studietips voor beelddenkers

25tipsHoe haal je zo goed mogelijke cijfers met een maximum aan vrije tijd? Door je huiswerk op een zo effectief mogelijke manier te maken! Onderstaande tips helpen je hierbij! Reacties en aanvullende tips zijn welkom! 

Studietips:

[posts-by-tag tags=”studietips-praktijk” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Planning:

[posts-by-tag tags=”studietips-planning” number=”99″ excerpt=”true” thumbnail=”true” excerpt_filter=”false” order=”asc”]

Van te voren:

[posts-by-tag tags=”studietips-voorbereiding” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Leeromgeving:

[posts-by-tag tags=”studietips-leeromgeving” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

 

Groep 1 en 2

groep1en2Aan het einde van groep 2 is de spanningsboog van de kleuter 10 minuten.

Kleuters denken en beleven vooral in beelden en gebeurtenissen. De leerstijl van beelddenken past bij deze leeftijd.

Leren door doen en ervaren kost deze kinderen niet veel energie en gaat spelenderwijs. Wat ze gedaan hebben vergeten ze niet meer en de concentratie is meestal nog geen probleem.

Maar ook in groep 1 en 2 moeten kinderen vaak lang in een kring en op een stoel zitten.

We kennen allemaal het kind dat op zijn stoel wiebelt, niet mee wil doen met rijmpjes opzeggen en niet mee lijkt te doen. Het kind dat wegdroomt, stoort met grappen, geen mooie volzinnen maakt en niet op woorden komt.

De problemen voor beelddenkers worden daar al zichtbaar. Alleen worden zij niet als zodanig herkend.

Daarom is het goed dat kinderen verschillende taken krijgen in groep 1 en 2. In deze periode leren kinderen al spelend, in een vertrouwde omgeving, verschillende manieren van taakaanpak.

Een schilderij maak je met grote bewegingen, het inkleuren van een kleurplaat juist met kleine bewegingen. Het spelen in de poppenhoek vraagt weer een andere taakaanpak. Niet alle manieren gaan vanzelf.

Het is belangrijk dat kinderen gestimuleerd worden ook taken te kiezen die ze moeilijk vinden. Het kind zal er uit zichzelf waarschijnlijk niet voor kiezen. Het kind zal niet zo snel beginnen en misschien snel afgeleid zijn.

Het is belangrijk dat ze toch leren omgaan met taken die hen minder goed liggen. Dat zal in de hogere groepen helpen bij het kiezen van de juiste taakaanpak van je werk.

Werkhouding

slechte-werkhouding
Een goede werkhouding is belangrijk op school. Een slechte werkhouding is lastig en frusterend voor alle partijen.

Van de volgende opmerkingen word je als ouder niet blij….

  • Ze kan het wel maar laat het niet zien.
  • Hij begint er al niet eens aan…..
  • Zij begint wel maar is zo snel afgeleid dat haar werk niet afkomt.
  • Hij doet de hele les niets maar maakt alles in de laatste 5 minuten.
  • In de klas kan zij zich niet concentreren maar achter de computer kan ze dat met gemak een uur!

Onbegrip. Jouw gevoelige, intelligente, creatieve kind? Een slechte werkhouding? Wat willen ze eigenlijk op school?

Goede werkhouding Slechte werkhouding
Opletten tijdens de instructie Wegdromen tijdens instructie
Controle van alle materialen Spullen niet compleet
Snel starten Niet op gang kunnen komen
Rustig doorwerken Steeds stoppen
Je niet laten afleiden Afgeleid worden
Alleen hulp vragen als nodig Niet zelfstandig kunnen werken
Netjes werken Slordig werken
Niets vergeten Altijd iets vergeten
Opruimen Niet opruimen
Gehoorzamen Je eigen gang gaan
Zelfcontrole Niet te enthousiast

Vaak heeft een slechte werkhouding te maken met

  • het hebben van een andere leerstijl en
  • het niet kunnen vinden van de juiste taakaanpak.

Taken die een stap voor stap aanpak vragen, of het luisteren naar verbale instructie is voor beelddenkers moeilijk. Het snel associeren en de behoefte aan totaaloverzicht brengt ze bij dit soort taken in de war en leidt ze af van de opdracht.

Als de opdracht niet lukt daalt de motivatie met sprongen. De volgende keer dat je deze opdracht weer krijgt wil je er misschien niet eens meer aan beginnen.

Beelddenkers hebben in groep 3 een spanningsboog van 10 minuten. Zeker in een volle klas, bij een leerstijl die niet past bij de hunne, en een hoofd vol geweldig creatieve ideeen, kun je niet meer van ze verwachten

Groep 3

schoolHet ouderwetse lespatroon bestaat voornamelijk uit instructie geven, verbeteren en controleren. Leerkrachten zijn goed in het talige onderwijzen.

Praten, schrijven en lezen zijn erg belangrijk.

Voor het beelddenkende kind niet makkelijk. Het leert en denkt vooral ziend, bewegend, ruimtelijk, samenwerkend en voelend.

De leerkracht staat meestal voor de klas. Vanuit die positie wordt instructie gegeven. De nadruk ligt op het verbale.

De zichtbare problemen van de beelddenker starten meestal in groep 3. Het automatiseren komt niet op gang en het werktempo ligt te laag. De beelddenker kijkt veel om zich heen. De leerkracht snapt niet waarom het kind niet luistert en stoort zich aan het kind.

Het kind begrijpt zichzelf en zijn omgeving ook niet erg meer. Faalangst en een slecht zelfbeeld liggen op de loer.

Gelukkig worden de aangeleerde letters en cijfers vaak wel visueel ondersteund met plaatjes of foto’s. Het zou nog beter zijn als de liedjes die bij de methode horen gezongen worden en de spelletjes worden aangeleerd. Deze doen namelijk een beroep op het kinsethetisch, muzikaal of visueel talent van de kinderen. Helaas komen deze oefeningen door tijdnood vaak niet aan bod.

MI les! Moleculen en atomen

Stel je voor: een standaard scheikundeles over moleculen en atomen.

scheikundeles

Iedereen neemt zijn boek voor zich, de leerkracht geeft aan waar het boek opengeslagen moet worden.

De stof wordt gezamenlijk doorgenomen waarin al het materiaal wordt besproken.

Hierna is er de kans tot vragen stellen.

Als het hoofdstuk na meerdere lessen is afgerond, wordt er een repetitie gegeven die wordt nagekeken en gewaardeerd.

De les is voornamelijk gericht op de linker-hersenhelft.

Het kan ook anders:

marshmallow-molecuul

  • Begin eerst met een kleine uitleg voor het overzicht. Vertel waarover je het gaat hebben en wat je gaat doen. Vertel wat moleculen en atomen zijn. Laat beelden zien.
  • Begin hierna met een fantasie waarin de leerling zich voorstelt dat hij krimpt tot de maat van een atoom. In gedachten gaat de leerling op reis door de wereld van atomen en moleculen. Je kan ze laten voelen en inbeelden hoe het is water te zijn bijvoorbeeld, of lucht, of zout. Beschrijf wat ze zouden zien, horen en voelen.
  • Vervolgens zouden ze de moleculen kunnen tekenen, hoe ze zich die ingebeeld hebben. Hier kun je eventueel bijsturen als er dingen niet begrepen zijn.
  • Hierna zou je de stof uit het boek kunnen behandelen. Omdat de leerlingen al met de leerstof bezig zijn geweest is hun interesse gewekt dus zullen ze meer aandacht hebben. Laat de leerlingen hun tekeningen voor zich leggen. Gebruik aanvullende beelden en filmpjes zodat leerlingen de stof zowel horen als zien.
  • Als de theoretische stof is doorgenomen laat je de leerlingen met marshmallows en tandenstokers of droge spaghetti zelf verschillende soorten moleculen en atomen nabouwen.
  • De eindtoets die afgenomen wordt zou moeten toetsen op begrip van de stof. Leerlingen mogen de antwoorden geven in tekst, maar ook in de vorm van tekeningen en diagrammen, of een combinatie daarvan. Je zou ook het marshmallow-project mee kunnen nemen in je beoordeling, alsmede inzet en motivatie.

De tweede methode kost waarschijnlijk meer werk en inzet, het levert ook veel op. Leerlingen zullen enthousiaster zijn voor je vak en zich meer interesseren voor de stof. Ze zijn met de leerstof bezig waardoor ze meer zullen onthouden.

Leerkrachten zijn meestal taaldenkers

leerkracht

Het onderwijssysteem is erg talig ingesteld. De meeste leerkrachten zijn dan ook taaldenkers.

Want wanneer kies je voor lesgeven? Allereerst omdat je van kinderen houdt. Verder heb je waarschijnlijk goede ervaringen met school. Je had het fijn, voelde je veilig en haalde goede cijfers. Dat komt er meestal op neer dat je taaldenker bent.

Het gevolg is dat de meeste leraren goed zijn in het sequentiële verbale systeem van denken. Daarmee wordt het talige systeem (onbedoeld) in stand gehouden.

Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor de Meervoudige Intelligentie. Zodat alle kinderen aan bod komen in de klas!

Ik heb veel respect voor de leerkrachten die zich inleven in het kind en zijn manier van leren! Die de extra moeite doen, met minimaal budget en een klas van 30 kinderen. Weet dat je verschil kan maken voor een kind! Als is het misschien maar één jaar! Het is de moeite waard!

Altijd als laatste klaar

langzaam in de klasBeelddenkers zijn vaak heel traag in de klas. Niet omdat ze minder intelligent zijn maar omdat ze voortdurend moeten schakelen tussen beeld en woord.

Informatie omzetten naar taal omzetten kost veel tijd en energie. Buitenstaanders zien niet dat ze dat in hun hoofd nog veel moeten doen voor het antwoord op papier staat.

Als je dan zo hard zit te werken en je bent weer als laatste klaar kan de je daar erg ontmoedigd en gedemotiveerd van raken. Vooral als je dan ook nog in de pauze (die je zo hard nodig hebt) je werk moet afmaken….

Spelling oefenen met Bloon

bloonBloon is een supertool voor beelddenkers. Het is een gratis en methode-onafhankelijke manier om te oefenen met spelling. Van de reguliere methoden staan de woordenlijsten al in het programma.

Het programma heeft een back-end waarin de leerkracht de vorderingen van de leerling kan bijhouden. Foute antwoorden kunnen meegenomen worden naar de volgende week.

  • B= bekijken van het woord
  • L= lezen van het woord
  • O= omdraaien van het papier
  • O= opschrijven van het woord
  • N= nakijken van het woord

Bekijken

Het oefenen van spelling wint aan kracht als de leerling eerst het woord bekijkt en de spellingregel verwoordt. Eventueel kan deze regel in de denkwolk worden geschreven.

Lezen

Hierna wordt het woord gelezen en laat de leerling de betekenis op zich inwerken. Wanneer woorden worden voorzien van betekenis of emotie, wordt de betrokkenheid van de leerling bij het woord vergroot. Dit heeft een positief effect op het juist spellen ervan.

Omdraaien

Het blad wordt omgedraaid. Hierdoor kan het woord niet worden overgeschreven en wordt de transfer gemaakt van het zichtbare woord naar het geheugen.

Opschrijven

Het woord wordt door de leerling vanuit het geheugen geschreven in een schrift of op een ander schrijfblad en dus niet op het BLOON-blad. De hersenen worden daadwerkelijk geactiveerd, waardoor het woord en de spellingregel daadwerkelijk
ingeoefend worden.

Overschrijven is geen zinvolle spellingoefening. In dit kader is het zinvol om uw klas eens rond te kijken of er woorden en letters hangen: verwijder deze tijdens het inoefenen of een dictee.

Nakijken

Door na te kijken leren leerlingen kritisch te zijn op het gemaakte werk. Ook worden zij in de gelegenheid gesteld te leren van gemaakte fouten. De leerling vergelijkt het geschreven woord met het woord op het BLOON-blad.

Is het woord fout geschreven, dan wordt er een droevige smiley getekend in het rondje. Als het woord goed geschreven is, dan een blije smiley  Er kan ook gekozen worden voor kleuren (rood, groen). Ieder rondje staat voor een dag (vijf dagen in totaal).

Fouten maken mag, daar leer je van! Op de vijfde dag moeten alle woorden wel goed geschreven worden. Fout geschreven woorden worden meegenomen naar de volgende week.

Met Bloon bezig? Download het Ikleerinbeelden Schema voor Bloon

Kijk ook eens op www.bloon.nl

Beelddenk-signalen op school

homework_2158249bWaaraan zou je op school kunnen zien dat het kind in beelden denkt en leert?

Karakter:

  • Beelddenkers zijn soms behoorlijk koppig. Ze hebben meestal, uit lijfsbehoud, een goed doorzettingsvermogen.
  • De beelddenker blijft meestal wat achter in ontwikkeling, komt jong over.
  • Moeite met luisteren en zich aan afspraken en regels houden.

Lezen:

  • Spellend en/of radend lezen
  • Anticiperend lezen
  • Lezen wat ze denken dat er staat
  • Synoniemen gebruiken bij het lezen (kraai wordt raaf, als het maar zwart is en vliegt!)
  • Problemen met hardop lezen, terwijl terugvertellen (begrijpen!) wel goed gaat
  • Kleine’ woordjes worden verwaarloosd, er worden synoniemen gelezen, er is tegenzin in het lezen van ‘grote’ boeken.
  • Het beginnend lezen verloopt vaak nog wel redelijk vanwege het visuele karakter ervan.
  • Het lees-taalproces kenmerkt zich door onvoldoende leesvorderingen en moeite met hardop technisch lezen.
  • Stillezen en het leesbegrip is veel beter.
  • Verschil tussen de taal- en leesprestaties en de overige vakken.
  • Het vertellen gebeurt vaak met veel gebaren, fantasie en werkelijkheid is moeilijk te onderscheiden.
  • Woorden worden verhaspeld, verhalen vormen geen samenhangend geheel en er kunnen woordvindingsproblemen zijn.
  • Standjes en grapjes worden vaak te persoonlijk of te letterlijk opgevat.
  • Meer dan 60% oriëntatiefouten bij dictee
  • Spellingsregels zijn wel bekend, maar worden niet toegepast (geautomatiseerd)

Diversen:

  • Automatiseren zoals lezen, tellen, sommen tot 10, tafels, topografie gaat moeilijk tot slecht
  • Herhalen van leerstof en extra uitleggen helpen weinig.
  • De informatieverwerking verloopt traag.
  • De leerling maakt vaak lange tijd een overmaat aan fouten bij volgorde van letters, zinnen en cijfers.
  • Het oriënteren in de ruimte is vaak blijvend lastig; motorische vaardigheden als fietsen, zwemmen, balspelen, schrijven zijn moeilijk te leren.
  • Ze krijgen vaak op hun kop vanwege rommeligheid en vergeetachtigheid wat betreft het opruimen van spullen.
  • Hebben globaal overzicht maar details worden vergeten
  • Gebruiken zelfbedachte strategieën

 

Profiteer van je fouten!

Deel 7 van 8 in de serie Toetsen en overhoringen

Fouten maken vindt niemand leuk. Je kan je fouten negeren, doen of ze niet belangrijk zijn of je kan anderen er de schuld van geven… Slimme mensen maken ook fouten maar leren daarvan!

Je fout erkennen en onder woorden brengen is vaak niet leuk maar wel zeer effectief! Kom je in de toekomst een soortgelijke opgave tegen dan zal je het probleem waarschijnlijk herkennen en op de goede manier oplossen.

Als je niet zeker weet waarom een vraag fout is gerekend, zoek het dan op in je boek. Het is belangrijk dat je je fouten begrijpt. Je kan het ook vragen aan een klasgenoot, een ouder of aan de docent.

Als de docent de toets doorneemt in de klas, maak dan aantekeningen. Schrijf op welk antwoord de docent wel goed gerekend zou hebben. Vraag om toelichting als je het niet begrijpt.

Wat kan je leren van je fouten?

  • Wie zijn eigen fouten kan beoordelen leert meer dan anderen.
  • Je onthoudt beter en sneller en je krijgt betere vaardigheden.
  • Je basiskennis is beter, vooral met wiskunde is dit belangrijk!

Maak een foutentabel

Met deze methode kijk je naar wat nog niet helemaal goed gaat. Per fout ga je in uitzoeken en opschrijven wat er misgegaan is en hoe je wel tot een goede oplossing komt. Maak een vel met 3 vakken.

  • In vak 1 schrijf je de opgave die fout had.
  • In vak 2 kijk je naar wat je fout hebt gedaan en beschrijf je dit (bijvoorbeeld: ik heb de oppervlakte berekend en niet de inhoud, of ik ben vergeten het min-teken om te draaien).
  • Begrijp je het nog niet? In de klas kan een docent je helpen of een leerling die de som wel goed heeft gemaakt. Thuis kun je je ouders om hulp vragen. Vraag net zolang door tot je het écht begrijpt. Misschien kan het probleem op een andere manier uitgelegd of opgelost worden.
  • Als je begrijpt wat je fout hebt gedaan schrijf je in vak 3 de goede oplossing op.

Hoe vergroot je de motivatie?

Deel 4 van 5 in de serie Motivatie

Soms heeft een kind gewoon geen zin. Dat kan erg frusterend zijn.

Motivatie is niet af te dwingen maar je kan wel dingen doen om het kind te helpen zijn motivatie te vergroten.

Het allerbelangrijkst is in gesprek te blijven met het kind. Laat hem weten dat hij ertoe doet, dat zijn houding ertoe doet! Geeft ze positieve feedback op wat wel goed gaat. Geef vooral compimenten over het hoe het kind het doet en aanpakt, focus niet op het eindresultaat!

Intrinsieke motivatie

  • Laat het kind leren in zijn eigen leerstijl.
  • Hou rekening met wat het kind zelf wil.
  • De taken moeten goed op niveau zijn, niet te makkelijk en niet te moeilijk.
  • Betrek het bij keuzes die het kan maken (“Maak je je huiswerk nu of straks?”). Dat werkt motiverend.

Extrinsieke motivatie

  • Toon interesse voor de leeropdrachten.
  • Toon interesse in de manier waarop het kind problemen oplost.
  • Praat over de problemen waarmee het worstelt.
  • Belonen helpt om kinderen het juiste gedrag aan te leren. Geef een beloning niet zomaar en niet te vaak!
  • Geef complimenten; een schouderklopje doet wonderen!

Dan Pink over motivatie:

Zelfstandig leren

Om zelfstandig te kunnen leren heeft een kind een aantal basisvaardigheden nodig.  Allereerst is het belangrijk dat het kind lekker in zijn vel zit en zich veilig voelt.

Wat heb je nodig om zelfstandig te kunnen leren?

[posts-by-tag tags=”zelfstandig-leren” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Mystudybar programmatuur

Mystudybar bestaat uit een verzameling superhandige programma’s die een hulp kunnen zijn bij het lezen, schrijven en leren!

Eigenlijk zijn er alleen maar voordelen! Studybar is gratis en kan worden geïnstalleerd op de pc maar het kan ook worden gedraaid vanaf een USB Stick. Het bestaat o.a. uit:

  • Xmind: mindmappen voor plannen en organisatie (mét makkelijke export naar Word!!!)
  • T-Bar: voor aanpassen van lettertypes, kleuren en achtergronden
  • Lingoes voor een sprekend woordenboek
  • LetMeType voor hulp bij typen
  • Balabolka voor het omzetten van tekst naar geluid
  • Spraak naar tekst waarbij je je eigen stem kan opnemen

Lees hier meer over mystudybar

Workshop of studiedag op school

Agnes met zoon KristoFotograaf Sicco van Grieken

De leermethode ‘Ik leer anders’ werkt.  De techniek is simpel. Het resultaat direct zichtbaar. Het is van belang dat alle kinderen met leerproblemen, dyslexie en AD(H)D-symptomen, oftewel de beelddenkers, direct kunnen worden geholpen. Agnes Oosterveen-Hess, die deze methode ontwikkeld heeft, geeft workshops en verzorgt studiedagen.

Workshop 2 uur (voor scholen e.d.)

Tijdens deze workshop maken deelnemers kennis met deze nieuwe manier van leren.

  • Kosten:   200 euro exclusief BTW
  • Data:       op aanvraag
  • Locatie:   Incompany op school, omgeving Den Haag, Westland

Meer informatie op de site van www.ikleeranders.nl ->

Verzorgen studiedag op school

Gedurende één dag leren leerkrachten met deze nieuwe leermethode werken.

  • Kosten:   700 euro excl. BTW + lesmateriaal 39 euro (voor het werkboek) per deelnemer.
  • Data:       op aanvraag
  • Tijden:     9.30 – 16.30 uur
  • Locatie:   Incompany op school, omgeving Den Haag, Westland

Meer informatie op de site www.ikleeranders.nl ->

Concept mapping in de natuurkundeles

Concept mapping is een methode om onderwerpen in kaart te brengen aan de hand van begrippen. Het laat de verhouding tussen begrippen zien en hun relatie tot elkaar.

Bron: www.leraar24

Heelal
In deze video volgen we een les van Tony van Berkel, leraar natuurkunde. Hij gebruikt in zijn les over het heelal concept mapping. In groepjes zijn leerlingen bezig met conceptmappen over verschillende onderwerpen zoals Mars, het leven van een ster en ons zonnestelsel.

Werkt het?
Piet Kommers, Associate Professor (Universiteit Twente) en editor van het boek Cognitive Support for Learning (2004) geeft uitleg over wat concept mapping is en waarom we denken dat het werkt.

School

Beelddenkers denken in beelden en gebeurtenissen en niet in woorden en begrippen. Ze hebben een uitzonderlijk goed visueel geheugen. Kinderen die beelddenken verrassen je vaak met onverwachte heldere vragen of oplossingen. Ook levende beelden van personen of straten kunnen ze zich haarscherp herinneren.

Volgens Gardner, grondlegger van de Meervoudige Intelligentie zijn deze kinderen visueel-ruimtelijk intelligent (beeldknap). Ze genieten van ontwerpen, tekenen en ordenen en hebben vaak een goed richtingsgevoel. Ze voelen zich aangetrokken door ruimtelijke relaties, vormen en kleuren. Deze intelligentie is relatief makkelijk in het onderwijs in te passen door informatie visueel te maken en de leerlingen doe-opdrachten te geven.

Jammer genoeg gebeurt dit lang niet altijd waardoor beelddenkers de beelden in hun hoofd steeds moeten vertalen. Dit vergt veel inspanning en resulteert in lagere cijfers dan ze verwachten; als ze menen dat ze de leerstof echt kennen is dat vaak niet waar. Ze voelen dat ze het kunnen, misschien wel beter dan de ander, alleen komt het er niet uit! Veel beelddenkers lopen hierdoor vast en verliezen alle lust in school en leren.

Leerkrachten kunnen bij deze kinderen vaak niet goed inschatten wat het niveau is. Soms worden de kinderen door de leerkracht zelfs als lui, lastig of dom ervaren. Faalangst komt veel voor, net als hoofdpijn, buikpijn en snel of vaak moe zijn (vooral tegen de vakantie). Vaak lopen ze hierdoor een leerachterstand op of krijgen ze een diagnose van dyslexie of zelfs ADHD.

Beeldsamenvatting

Bron: www.leraar24.nl

Natuur- en scheikunde leraar Frits Pals geeft les met behulp van beeldsamenvattingen. Beeldsamenvattingen zijn tekeningen waarin de leerling de geleerde stof verbeeldt. Op basis van deze tekeningen kun je zien in hoeverre de leerling de stof begrijpt. Volgens Frits Pals geeft een beeldsamenvatting de leerling namelijk minder ruimte om zijn gebrek aan kennis of inzicht te camoufleren. Essentieel daarbij is dat de leerling de leraar uitleg geeft over zijn beeldsamenvatting. Door een leerling een tekening te laten maken van de stof zoals hij of zij deze ervaart, krijg je een kijkje in de denkwereld van een leerling.

Een tweede voordeel is dat leerlingen zelf makkelijker lijken te leren als ze daarbij gebruik maken van tekeningen. Tijdens het tekenen is de leerling langer bezig een situatie te verkennen, daardoor krijgt de leerling de gelegenheid om de stof te verwerken. Bovendien werkt het voor sommige leerlingen beter om niet alleen in tekst, maar ook in beelden te denken.

Frits Pals doet zelf onderzoek naar de effecten van het gebruik van beeldsamenvattingen bij de faculteit Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Hoewel het onderzoek nog niet is afgerond lijken de resultaten van een eerste proef positief: leerlingen die mochten tekenen om zo negen voorgelezen zinnen te onthouden, konden na tien minuten meer informatie reproduceren dan de groep die niet mocht tekenen.

In deze video wordt vooral ingegaan op het maken van een beeldsamenvatting. Binnenkort komt er ook een video over instructies en gesprek voeren bij beeldsamenvattingen.

Een belangrijk onderdeel van het werken met beeldsamenvattingen is het voeren van een reflectiegesprek over de getekende stof. In dit gesprek vraagt Frits Pals de leerling om een deel van de stof uit een voorgaande les te reproduceren, waarbij de leerling gebruik mag maken van zijn beeldsamenvatting. Door de leerling op de juiste manier te begeleiden in het gesprek, zorg je ervoor dat de leerling op zijn eigen leerproces reflecteert.

Tafels leren

tafelslerenTafels leren; wat een drama is dat vaak! De ene week kennen ze de tafels nog, de volgende week zijn ze ze weer kwijt.

Er zijn een aantal manieren waarop de informatie beter vastgehouden wordt! Allereerst: combineer het leren met beweging. Door de beweging zal de informatie beter én langer opgeslagen worden. Je kunt hierbij denken aan hoepelen of trampoline springen.

Er bestaan ook speciale tafel-cd’s. Zet deze op en laat het kind hoepelen terwijl het meezingt. Gegarandeerd dat de tafels zo blijven hangen!

De tafels visueel opslaan is ook een goede methode! Vooral de kinderen die visueel sterk zijn hebben zo een “spiekbriefje” in hun hoofd!

Meer tips om de tafels te leren:

[posts-by-tag tags=”tafels” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc” exclude_current_post=”true”]

Vreemde taal leren

Deel 1 van 4 in de serie Vreemde taal leren

european-languagesVeel beelddenkers hebben het de eerste paar jaar op het voortgezet onderwijs problemen met het leren van een nieuwe taal. Een vreemde taal leren is een kwestie van oefenen, oefenen en oefenen. Veel rijtjes leren, en losse woordjes uit de context. Erg lastig voor een beelddenker! In de bovenbouw gaat het gelukkig meer om het overzicht.

Het kan ook anders!

Ideaal gezien zou je de eerste periode bij het leren van een taal de grammatica buiten beschouwing moeten laten en alleen zijdelings bespreken en uitleggen als het echt nodig is. Het is zelfs zo dat grammatica-regels het verwerven van de taal in de weg staan en een hinderpaal is!

Het menselijk brein is zo ingericht dat een vreemde taal geleerd kan worden zonder er formeel les in te krijgen. Als je een Nederlander een jaar plaatst in een Chineestalige omgeving, dan kan hij zich na een jaar in deze nieuwe taal redden (onderdompeling).

In ons brein beschikken we over een Universele Grammatica die het mogelijk maakt patronen in een taal te ontdekken zonder de formele (lees grammaticale) regels. Oefenen vanuit de praktijk van alledag is de allerbeste manier om een taal te leren.

Woorden moeten geleerd worden in de context, zodat ze gevisualiseerd kunnen worden. Op die manier kan de beelddenker ze veel beter onthouden.  Het opzeggen van rijtjes woorden zegt ze niet, het blijven klanken zonder beelden die erg moeilijk te onthouden zijn. Dode dingen zijn immers niet te leren.

Wat erg kan helpen is het lezen van een boek in de betreffende taal. Zelfs al begrijp je niet alles maakt het wel de structuur van de taal duidelijk.  Je krijgt een soort kapstok om de elementen van de taal aan op te hangen. Het “voelt” dan wel of niet goed hoe je iets zegt. Bovendien wordt het duidelijk dat het voor het begrijpen van de tekst niet altijd nodig is om elk woord in een zin te kennen. Dus: lees je favoriete Harry Potter boek eens in het Engels!

Het kan ook helpen radio te luisteren of televisie te kijken, of songteksten te lezen in de betreffende taal.

Een site met veel informatie over het leren van vreemde talen als je dyslexie hebt is:  www.dyslexie-en-vt.org

Hoe maak je een mindmap?

Mindmappen is een perfecte manier om overzicht te krijgen in de leerstof. Het beste gratis programma dat ik tot nog toe tegen ben gekomen is xmind. Dit programma is ook onderdeel van mystudybar.

Tips voor school

Deel 1 van 6 in de serie Tips voor school

Het lijkt wel of er steeds meer beelddenkers komen. In iedere klas zitten er wel een paar. In de klas hebben ze het vaak moeilijk. “Het zit er wel in maar het komt er niet uit” is een uitspraak die we vaak horen.

Het ouderwetse lespatroon bestaat voornamelijk uit instructie geven, verbeteren en controleren. De leerkracht staat meestal voor de klas en geeft vanuit die positie instructie. Voor het beelddenkende kind niet makkelijk. Het leert en denkt vooral ziend, bewegend, ruimtelijk, samenwerkend en voelend. De leermanier van het kind komt niet overeen met de leermethode van school.

Leren op een andere manier

Beelddenkers leren op een andere manier dan de gemiddelde leerling. Ze leren topdown, vanuit het geheel naar de details en nemen het volledige plaatje snel in zich op. Ze leggen verbanden en hebben weinig oog voor volgorde. In hun hoofd volgen de beelden en associaties volgen elkaar razendsnel op, zo snel dat het meeste denken onbewust gebeurt! Logisch dat de beelddenker zich soms moeilijk kan concentreren!

[posts-by-tag tags=”schooltips-leermanier” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Wat kan je doen om te helpen bij het leerproces?

  • Motiveer het kind om de aandacht op de taak te richten.
  • Laat ze niet hardop voorlezen tenzij ze dat willen
  • Geef ze handreikingen hoe het beste te leren
  • Geef ze technieken om zichzelf te controleren
  • Vocabulairelijsten/-boekjes niet gebruiken
  • Controleer het gemaakte huiswerk, vooral moderne vreemde talen.
  • Houd het kind zo lang mogelijk bij de groep, ze hebben meer tijd nodig, het hoeft niet makkelijker.
  • Overschrijven van aantekeningen van het bord is lastig
  • Deze kinderen moeten zich meer dan gemiddeld concentreren omdat het zoveel moeite kost te lezen. Houd daar rekening mee!

Onderpresteren

afgeleidHet zit er wel in maar het komt er niet uit. Die uitspraak horen we erg vaak bij leerkrachten van beelddenkers. De stof die ze aanbieden landt niet op de een of andere manier.

Saai! Zegt de onder-presterende beelddenker vaak. Heel vaak. Bij makkelijke dingen, bij moeilijke dingen. In ieder geval bij dingen die niet de interesse hebben. Het is dan moeilijk de aandacht erbij te houden.

De hersenen sturen de gedachten automatisch naar interessantere dingen.

Hier kunnen ze vaak niets aan doen!

Ze voelen best dat ze afgeleid worden. Weten best dat ze beter zouden kunnen presteren. De omgeving helpt niet mee: “Je kunt het wel maar je wilt niet. Je bent gewoon lui. Gewoon wat vaker oefenen!”. Terwijl de beelddenker het met de juiste input en aansturing best kan!

Dit kan de basis zijn van faalangst, schuldgevoelens, onzekerheid en een negatief zelfbeeld.

Veel beter is het de stof op een manier aan te bieden die bij de beelddenker past en wel de interesse opwekt! Combineer dat met veel aanmoediging en weinig kritiek.

Geef de beelddenker daarnaast de tools om zijn talent te gebruiken! Zodra hij de leerstof kan omzetten naar zijn eigen manier van denken en leren, zal hij het een stuk makkelijker hebben op school!

Een 6 van een beelddenker is evenveel waard als een 8 van een woorddenker!

Moeilijk automatiseren

AutomatiserenBeelddenkers zijn ronduit slecht in het ouderwetse stampwerk. Ze hebben er ook geen belangstelling voor, ze zien er absoluut het nut niet van in.

Het feit dat veel scholen hier zo de nadruk op leggen maakt het lastig. Het is iets dat verwacht wordt maar wat niet lukt. Hoe frusterend is dat?

Neem het automatiseren van de tafels: een drama. Ook sommen onder de 20 leveren problemen op, ze blijven deze uitrekenen. Soms wordt de diagnose dyscalculie gesteld.

Verder hebben beelddenkers erg veel moeite met het onthouden van “dode” dingen zoals namen van personen, topografie en jaartallen.

Automatiseren is het zodanig aanleren van een taak (zoals fietsen, touwtje springen of lezen of spellen) dat je deze taak direct en zonder erover na te denken kan doen of zeggen. De geautomatiseerde taak kan vervolgens uitgevoerd worden:

  • zonder bewuste controle, dus zonder nadenken
  • zonder veel aandacht
  • op verschillende niveaus van moeilijkheid

Een beelddenker moet voordat hij het kan doen iets eerst begrijpen. Bij automatiseren is het juist de bedoeling dat je iets kan doen zonder erbij na te denken. Tegengestelde belangen dus!

Vaak zien beelddenkers de zin van het automatiseren ook niet. ze moeten eerst iets begrijpen voordat het geautomatiseerd kan worden.

Dat maakt het automatiseren lastig. Vaak wordt er door de beelddenker gekozen voor concrete methodes zoals op de vingers rekenen. Als het kind ouder wordt komt het in de problemen als de manier te traag is.

Leren door kijken

Vaak zie je dat beelddenkers niet leren fietsen door oefenen maar door kijken. Eerst brengen ze het beeld van de acties in hun hoofd. Soms hoeven ze dan alleen nog maar op te stappen en weg te fietsen.

Het automatiseren op de ouderwetse manier werkt vaak niet bij beelddenkers. Stampen helpt niet bij deze kinderen. Wat er geleerd is zijn ze binnen de kortste keren weer kwijt, het wordt niet doorgesluisd naar het lange termijn geheugen.

Hoe lukt het wel?

Beelddenkers kunnen wel dingen uit hun hoofd leren, alleen doen ze dat op een andere manier.

  • Leg uit waarom het zo belangrijk is dat het geleerd wordt,
    illustreer dit met bijv. een tafelsom die je op laat tellen of gewoon
    weet.
  • Inzicht en doorzicht gaan vooraf aan automatisering.
  • Niet uit het hoofd laten leren maar laten zoeken naar samenhang.
  • Laat dingen visueel opslaan.
  • Nooit instapdictees.
  • Leer woordbeelden aan.
  • Laat ze leren met meerdere zintuigen. Dus bijvoorbeeld:
    • Bewegen tijdens het tafels opzeggen.
    • Zingen van de tafels.
    • Tekening maken van sommen.
    • Honderdveld gebruiken om e.e.a. visueel te maken.
  • Eén strategie aanbieden bij rekenen.

 

 

Zwakke concentratie

imagesBeelddenkers hebben van nature een spontane onoplettendheid. De woorden die ze horen roepen beelden op. Die beelden associëren ze weer met andere beelden, hun aandacht dwarrelt weg en ze vergeten op te letten.

De linker hersenhelft valt bij deze kinderen makkelijk stil. Daarom zie je dat kinderen vaak gaan wiebelen om de aandacht erbij te kunnen houden. Onbewust stimuleren ze op deze manier hun linker hersenhelft.

Ze doen het dus niet expres!

Hoe langer het verhaal, hoe moeilijker het is om er met de aandacht bij te blijven.

Tegen de tijd dat er wat gedaan  moet worden kan de beelddenker behoorlijk in paniek raken. Want in de verte heeft hij wel wat gehoord van de opdracht, maar eigenlijk weet hij niet precies wat hij moet doen.

Vraag dan: “Wat ga je doen?”. Door deze vraag te stellen – en te beantwoorden – is hij direct weer bij de les en kan hij aan het werk.

Het kan ook zijn dat de beelddenker even tijd nodig heeft de opdracht te laten landen. Soms heeft het even bezinkingstijd nodig.

tangleBeweging helpt!

Wat kan helpen de aandacht vast te houden is beweging.

Laat het kind tijdens de uitleg rommelen met een tangle of stressballetje of iets dergelijks. Of laat het kind tekenen of een  mindmap maken. Dat helpt om de aandacht vast te houden.

Lees hier meer over hoe je de concentratie kan verbeteren.

Slecht handschrift, mogelijk dysgrafie

Schrijven
Sommige kinderen schrijven erg langzaam of slordig. Hoe ze ook hun best doen, het komt niet goed en netjes op papier.  Het kost meer dan gewone inspanning om de lettervormen te automatiseren; de letters rollen nooit vanzelf uit hun pen.
Voor de beelddenkers is het wéér een extra stap in het denkproces (van beeld naar woord naar geschreven woord). Vanuit de beelden wordt de tekst als het ware vertaald naar wat er zou kunnen staan. De beelden verdringen de woorden.
Bij het opschrijven worden de woorden zacht mompelend gespeld en is het moeilijk de letters in de juiste volgorde neer te zetten. Ook zie je vaak dat er niet recht op de regel wordt geschreven en dat er grote verschillen zitten in de grootte van de letters. Vaak worden de letters eerder getekend dan geschreven.

Het ligt niet aan de motoriek!

Deze kinderen zijn vaak wel goed in tekenen. Een slecht handschrift heeft namelijk niets te maken met (fijne) motoriek. Schrijven is niet hetzelfde als bewegen; het is een nauwkeurige vaardigheid die hoofdzakelijk drie vingers gebruikt. Als een kind kan kleuren en tekenen kan het motorisch gezien ook schrijven.
Programma’s voor handschriftverbetering die zich zuiver op de motoriek richten brengen nauwelijks of geen verbetering tot stand. Ook de “schrijfdans” (met twee armen tegelijk bewegingen maken op grote vlakken op muziek) heeft jammer genoeg niet veel zin.
Laat kinderen die problemen hebben met schrijven veel op de computer werken! Dit gaat ze veel beter af; het kost ze veel minder energie zodat ze op dat moment kunnen focussen op wat op dat moment echt belangrijk is (de leerstof in plaats van het schrijven).

Mogelijke oorzaken van een slecht handschrift:

  • Niet schrijfrijp
  • Automatiseringsprobleem
  • Vermenging schriftsoorten
  • Slechte schrijfmethode

Niet schrijfrijp

Het kind is te vroeg begonnen met leren schrijven. Een kind moet “schrijfrijp zijn”.  Schrijfrijp betekent dat er voldoende hersenverbindingen aanwezig zijn om draairichtingsveranderingen, abstracte letterzones en het probleem van het translaterend bewegen te kunnen doorzien. Een kind is dus niet altijd “schrijfrijp” aan het begin van groep 3; dit kan getoetst worden door een “schrijfrijpheidstoets”.

Automatiseringsprobleem

Schrijven maar ook lezen, taal en rekenen zijn in groep 3 nog in een aanleerstadium. Schrijven is, net als lezen, taal en rekenen, een cognitieve vaardigheid. Wij verlangen van onze groep 3 kinderen dat ze twee dingen tegelijk automatiseren maar dit is praktisch onmogelijk! Denk eens aan je eerste autorijles: een inhoudelijk gesprek tijdens het sturen is dan ook nog geen optie! Gevolg hiervan is dat iedere letter steeds weer bedacht, getekend wordt.Bij de training “Ik leer anders” worden alle letters opnieuw opgeslagen in het hoofd. Door het visualiseren worden de letters geautomatiseerd en krijgt de leerling het makkelijker met schrijven.

P1220023Vermenging schriftsoorten

Omdat de kinderen nog niet kunnen schrijven in lusletters gebruiken ze tijdelijk een soort imitatie van de drukletter. Bij het overgaan naar de aan elkaar verbonden lusletters hebben vooral de zwakkere leerlingen het zwaar en mengen ze de diverse schriftsoorten door elkaar. Eventueel kun je ervoor kiezen een kind gewoon in blokletters te laten schrijven.

Goede schrijfmethode

In een goede schrijfmethode wordt veel aandacht gegeven aan de volgende zaken:
  • duidelijke en functionele lettervormgevingskennis: vertel over de vormgeving van de letters; het onderscheid tussen rechte en gebogen lijndelen, wáár letter uit- en invoegen en wat de verhoudingen zijn, zowel van de breedte-/hoogte als van de letterdelen onderling.
  • Gebruik vooral korte lussen! Door te lange lussen gaan de regels in elkaar haken en ziet het handschrift er minder goed uit.

Aanbevelingen:

Beelddenkende kinderen zijn gebaat bij:
  • voordoen: cijfers en letters zien ontstaan op het bord of op het beeldscherm
  • pijltjes:  het traject van de cijfers en letters aangeven door pijltjes
  • beeldhouwen van cijfers en letters met klei
  • afmaken van een letter of cijfer
  • gebruik maken van het PD Bord; een dubbelzijdig schoolbord ontwikkeld door Professor Mesker. Deze methode stimuleert hersenhelften actiever samen te werken. Meer informatie kun je vinden in het boek Dyslexie en touwtjespringen.
  • laat ze eventueel in blokletters schrijven, dat kost minder energie
  • laat ze zoveel mogelijk op de computer werken

Beeldmateriaal: Dianne Craft op Youtube