Bloon voor lege woordjes

rsz_bloon_spelling_basisonderwijs_rt_dyslexie
Voor de leessnelheid is het belangrijk de lege woordjes (zoals en, als, dan, etc.) visueel op te slaan.

Een handig hulpmiddel hiervoor is Bloon. Deze gratis site wordt door veel scholen al gebruikt!

In Bloon heb ik een lijst aangemaakt met de lege woorden.

Lijst gebruiken

De lijst met lege woordjes die ik gemaakt hebt kun jij ook gebruiken.

Natuurlijk heb je een account nodig bij Bloon, als begeleider. Dit is gratis.

Als je ingelogd bent als begeleider klik je op onderstaande link op bloon. Daar voer je mijn email-adres in: monique@ikleerinbeelden.nl

Klik hier voor de Bloon-link

Radend lezen

Deel 4 van 7 in de serie Leren lezen

800px-WoordrijtjesSommige lezers raden het woord op grond van een aantal visuele kenmerken. Vaak herkennen ze de letters niet of kunnen ze klanken niet samenvoegen. Goed lezen is dan onmogelijk, de beste optie is raden of gokken.

De neiging tot raden en gokken wordt groter onder druk, zoals hardop lezen; vooral klassikaal, te lezen. Ook tijdsdruk werkt radend lezen in de hand. Stillezen gaat deze lezers vaak veel beter af!

Fouten tijdens het lezen

De radende lezer is vaak een spellende lezer geweest en maakt veel gebruik van de context. Hij heeft een vlot tempo maar maakt veel fouten die hij zelf niet opmerkt. Soms worden woorden verkeerd gelezen of vervangen door woorden die erop lijken. Hij slaat vaak een woord of lettergreep over, keert de volgorde om of spreekt een woord verkeerd uit door een verkeerde lettergreep-verdeling. Het kan ook zijn dat het kind de lege woordjes, zoals ‘de’ of ‘een’ overslaat.

Beelddenkers lezen ook vaak radend, op visuele herkenning. Daarnaast wordt het gelezen woord ook nog omgezet in een beeld. Dit maakt het proces nog moeilijker. Vaak leren ze zichzelf lezen via een eigen systeem.

musDe beelddenker

  • leest de zin of alinea (bijv. de mus zit op het dak)
  • vertaalt dit in een beeld (plaatje van vogel-dak)
  • vertaalt dit weer naar woorden (de vogel zit op de schuur)

De strekking van de zin is uiteindelijk wel duidelijk maar de informatie is toch echt anders.

Er zijn twee soorten radend lezen:

  • Anticiperend lezen:
    Radend lezen, scannend lezen, waarbij er wordt gekozen voor woorden die in de context passen. De lezer leest bijvoorbeeld ‘paleis’, als er ‘kasteel’ staat.
  • Gokkend lezen:
    Bij onvoldoende leestechniek slaat het raden om in gokken en passen de woorden niet in de context. Hierbij wordt maar wat geroepen.

Het is belangrijk dat zwakke lezers werkelijk leren lezen: niet radend, niet op de inhoud vooruit lopend, maar gewoon lezen wat er staat. Met het maken van leeskilometers zullen ze vanzelf meer woordbeelden opslaan, ook van minder voorkomende woorden, en gaan ze meestal minder radend lezen.

Lege woorden

Voor een wat vlotter tempo is het belangrijk dat de lege woorden visueel zijn opgeslagen. Deze woorden hebben geen bijbehorend beeld waardoor er vaak op wordt gehaperd. Vaak worden ze helemaal overgeslagen, wat slechtere scores oplevert op de AVI toets.

Voordeel bij vreemde talen!

Radende lezer zijn beter in het lezen van Engels dan verwacht. Engels heeft een onregelmatige schrijfwijze. Voor het schrijven in het Engels is dit helaas niet het geval.

In het Engels kunnen lettercombinaties in verschillende woorden heel verschillend worden uitgesproken (have – slave). Gelijke klanken kunnen een heel andere schrijfwijze hebben (meet – meat). Soms gaat lezen in het Engels zelfs beter dan in het Nederlands, omdat de nadruk op het spellen wegvalt.

AVI leesniveaus en toetsen

Deel 7 van 7 in de serie Leren lezen

Homework-routineHet technisch leesniveau van een kind geeft aan hoe goed het kind de woorden van een tekst kan lezen. Dit wordt uitgedrukt in een Avi-niveau (Analyse van Individualiseringsvormen.)

Het Avi-niveau wordt door school regelmatig getoetst.

Er zijn twaalf Avi-niveaus: Avi start, M3, E3, M4, E4, M5, E5, M6, E6, M7 en E7 en Avi plus. De niveaus zijn gekoppeld aan de leerjaren. Er wordt onderscheid gemaakt in het niveau halver-
wege het leerjaar (M voor Medio) en aan het einde van

het leerjaar (E voor Einde). Avi-start is het eenvoudigste niveau voor kinderen die net beginnen met lezen, Avi-Plus is het hoogste niveau

Moeilijke boeken zijn makkelijker!

Het Avi-niveau van een boek geeft aan of een boek veel of weinig moeilijk leesbare woorden bevat.

Hier ligt een valkuil: Boeken met een laag Avi-niveau bevatten veel korte woorden. Korte woorden hebben een minder duidelijk woordbeeld dan lange woorden. Dat betekent dat boeken met een hoger niveau voor een beelddenker vaak beter leesbaar zijn! Bovendien is het fijner een iets moeilijker boek te lezen wat interessant is dan een saai makkelijk boek.

Vaak vinden beelddenkers het ook fijn om stripboeken te lezen; hou dit vooral niet tegen; lezen is lezen! Ook een encyclopedie vinden ze vaak leuk!

De Avi-toets

De Avi-toets bestaat uit in totaal 22 korte teksten.
Tijdens de afname leest de leerling de tekst op de kaart hardop voor.
De leerkracht houdt bij hoeveel fouten de leerling maakt en hoe lang deze erover doet.
Per kaart is vastgelegd hoeveel fouten een leerling mag maken en hoe lang hij erover mag doen.
Bij te veel fouten of als er te veel tijd nodig is, dan is de tekst nog te moeilijk.
De leerkracht kiest dan voor een makkelijkere kaart.
Bij weinig fouten en een goede tijd  krijgt de leerling nog een moeilijker kaart te lezen.

Beelddenkers scoren vaak slecht

Beelddenkers scoren vaak slecht op AVI toetsen. Er moet secuur gelezen worden; beelddenkers lezen vaak radend of globaal. Bovendien slaan ze de lege woorden over; wat erg zwaar wordt aangerekend in de AVI toets. Het kan helpen de lege woordjes visueel op te slaan en bij te laten wijzen met de vinger of een leespijl.

Leesproblemen

Deel 2 van 7 in de serie Leren lezen

kid-readingLeren lezen gaat niet altijd vanzelf. Sommige kinderen raken achter omdat het leesonderwijs hen onvoldoende aanspreekt. Ze zijn meer doeners dan stilzitters. Andere kinderen raken achterop omdat het tempo in de klas voor hen vrij hoog ligt, of omdat de leesmethode van de school steken laat vallen.

Zwakke lezers hebben vaak moeite met het onthouden van talige informatie. Ze hebben in veel gevallen een kleinere woordenschat en hun decodeer-snelheid is minder groot. Vaak hebben ze ook problemen met het horen van verschillen in klanken of woorden, bijv. duur-deur. De leeftijd van negen jaar is een omslagpunt in het leesonderwijs, hierna leren kinderen veel minder snel.

Mogelijke oorzaken

  • Handicaps aan het gezicht of het gehoor
  • Zwakke cognitieve ontwikkeling
  • Zwakke sociaal-emotionele ontwikkeling
  • Gedragsproblemen (bijv. concentratieproblemen)
  • Andere leermethode
  • Slecht onderwijs
  • Slechte methode

Kinderen met leesproblemen komen vaak in een visueuze cirkel. Het lezen gaat niet vlot en kost veel energie, het herkennen en vormen van woorden en letters blijft moeite kosten. Vaak blijven ze lang spellend lezen, tergend langzaam, letter voor letter. Hierna gaan ze vaak over op radend lezen, ze gokken woorden binnen de context, dat levert veel fouten op. Doordat het lezen niet leuk is, lezen ze minder en krijgen ze minder oefening.

Het is bewezen dat zitten-blijven geen effect heeft op de leesproblemen. Verplicht lezen als huiswerk draagt ook niet mee aan het leesplezier; probeer verplicht thuis lezen zoveel mogelijk te beperken!

Zet ze met lezen niet bij elkaar!

Het zelfvertrouwen en zelfbeeld van zwakke lezers wordt door deze faalervaringen erg aangetast. Het is geen goed idee alle zwakke lezers bij elkaar te zetten in één groepje. Hierdoor voelen zij zich het groepje “losers.”  Buiten dat biedt je ze geen stimulerende leeromgeving; het is niet motiverend om naar het gehakkel van de ander te luisteren. Gemengde groepen werken beter, goed voorbeeld doet vaak goed volgen. Natuurlijk is het van belang tijdens de instructie vooral deze kinderen aan te moedigen en veel positieve feedback te geven.

Tips:

  • Zorg dat het alfabet goed visueel is opgeslagen (één van de onderdelen de methode Ik leer Anders).
  • Leer hele woordbeelden aan.
  • Lege woorden visueel opslaan.
  • Geef ze boeken die ze leuk vinden en interessant vinden. Moeilijker is vaak makkelijker, hou niet aan het leesniveau vast. Langere woorden zijn makkelijker te herkennen!
  • Veel kinderen houden van de Donald Duck of andere stripboeken, stimuleer dit; lezen is lezen!
  • Veel beelddenkers houden van het kijken en lezen in een ouderwetse encyclopedie.
  • Bij laten wijzen met leeslineaal of leespijl.
  • Zet het boek eens rechtop in een kookboekstandaard, vaak helpt dat!
  • Sommige mensen hebben last van de witte achtergrondkleur, leg er eens een transparant gekleurd vel overheen!

 

 

Spellend lezen

Deel 3 van 7 in de serie Leren lezen

800px-LetterkaartjesSommige lezers hebben moeite grip te krijgen op het de structuur van het woord. De woorden worden niet als geheel gezien maar als een reeks klanken. De spellende lezer leest langzaam maar nauwkeurig, letter voor letter, woord voor woord.  De lezer leest dus /b/ /oo/ /m/ in plaats van /boom/. Hierbij leest hij in zichzelf of zachtjes voor zich uit. Bij het hardop lezen is het hoorbaar dat er niet vloeiend gelezen wordt.

Op zichzelf is met deze vorm van lezen niet iets mis. In de beginfase van het leren lezen leren heel veel kinderen voornamelijk spellend.  In de tweede helft van groep 3 gaan kinderen steeds meer woorden direct herkennen. Als ze een woord niet herkennen spellen ze het meestal in stilte. De toehoorder merkt daar niet zoveel van, behalve dat het kind even na moet denken.

Na ongeveer acht maanden leesonderwijs zou het spellend lezen vanzelf over moeten gaan in vloeiend lezen. Sommige lezers blijven jarenlang hangen in het spellend lezen. Ze spellen minstens een derde van de woorden, uit gewoonte of uit angst om fouten te maken. Uiteindelijk kunnen ze dit zo snel dat je het niet meer zo goed kan zien. Als je goed kijkt naar de ogen van het kind zul je merken dat het niet vooruit kijkt in de zin. Bij niet-spellend lezen zijn de ogen steeds enkele woorden verder dan het gelezen woord; nu zijn ze precies bij het woord dat gelezen wordt.

Het is belangrijk dat deze groep lezers extra begeleiding krijgt. Deze vorm van lezen vraagt veel inspanning en begrijpend lezen is op deze manier bijna onmogelijk. Misschien dat ze de basisschool er nog mee doorkomen maar op de middelbare school is er een grote kans dat ze vastlopen.

Woorden visueel opslaan

Visueel ingestelde kinderen en beelddenkers zijn niet ingesteld op spellend lezen. Zij leren het liefst de hele woordbeelden aan. Ze slaan de fase van het hakken en plakken dus over. Niet ieder woord hoeft apart aangeleerd te worden, woordfamilies worden vaak vanzelf geassocieerd (dit noemen ze ook wel stempelen).

Meer tips:

  • Laat ze de letters voelen, maak letters van schuurpapier
  • Maak alle letters van klei, zo worden ze tastbaar
  • Schrijf de letters op de rug van het kind
  • Schrijf de letters in het zand en spreek ze uit
  • Verf de letters met vingerverf en spreek ze uit
  • Stempel de letters en spreek ze uit
  • Doe spelletjes met de letters

 

Signaal- en kernwoorden

signal.pngSignaalwoorden (ook wel verbindingswoorden) zijn woorden of groepen woorden die verbanden leggen in een tekst. Ze geven de structuur en opbouw aan.

Bij het lezen of leren van een tekst zijn dit dus belangrijke woorden; ze geven een signaal af! Beelddenkers lezen vaak over deze woorden heen, het zijn namelijk woorden waar geen beeld bij is.

Als je moeite hebt met tekstverklaren is het verstandig de signaalwoorden visueel op te slaan. Lees hier hoe!

Tekstverbanden Signaalwoorden
voorbeeld, toelichting bijvoorbeeld, o.a., dat is te zien aan, te merken bij, neem nou, stel je voor, zo, zoals, neem nou, ter illustratie, u kent het wel, ter verduidelijking
opsomming ten eerste, ten tweede, en, verder, ook, tevens, eerst, eerste, laatste, bovendien, daarnaast, vervolgens, verder, om te beginnen, ten eerste, ten slotte, eveneens, evenals, maar ook
voorwaarde als, indien, wanneer, opdat, mits, tenzij, stel dat
reden – gevolg; verklaring, argument, uitleg omdat, want, daarom, namelijk, immers, aangezien, dus, daardoor
oorzaak–gevolg daardoor, doordat, zodat, waardoor, door,zodoende, waardoor, ten gevolge van, vervolgens
tegenstelling maar, echter, toch, daar staat tegenover, dat, hoewel, daarentegen, dat ligt heel anders, niettemin, desondanks, evenwel, nochtans, ondanks dat, anderzijds, in tegenstelling tot, tenzij
doel – middel met behulp van, daarmee, met, door middel van, waarmee, om te, opdat, daartoe
overeenkomst bij vergelijking als, net ….als, zoals, even…als, hetzelfde, zoals, hetzelfde,  in vergelijking met.
verschil bij vergelijking …er (dan), (het) ….st, niet zo ….als
tijd toen, eerst, vervolgens, ten slotte, terwijl, daarna, vroeger, later, nu, dan, in 1682, de 15e eeuw, 7 jaren later, twee maanden eerder
plaats hier, waarop, daar, waarvandaan, waarin
conclusie dus, aldus, concluderend, kortom
samenvatting kortom, samenvattend, het belangrijkste overziend, alles op een rijtje gezet, dus, kortom, samenvattend, samengevat, met andere woorden, al met al, daarom, dat houdt in, concluderend, slotsom

Begrijpend lezen

Deel 5 van 7 in de serie Leren lezen

Huiswerk PlannenBegrijpend lezen is van groot belang in onze talige maatschappij. Woordherkenning is voor begrijpend lezen van fundamenteel belang. Dit
proces van herkenning zou snel en vrijwel automatisch moeten verlopen.

Gebrekkige woordherkenning is één van de hoofd-oorzaken is van zwak begrijpend lezen. Kinderen die moeite hebben woorden te herkennen kunnen minder aandacht besteden aan de betekenis van deze woorden. Daardoor komen ze onvoldoende toe aan het begrijpen van de tekst.

Hierbij is het natuurlijk ook belangrijk dat de woordenschat voldoende is. Het helpt als het juiste beeld bij het woord opgeroepen kan worden.

Beelddenkers lezen vanuit het geheel. Vaak zien ze de zinnen niet woord voor woord maar als geheel. Vaak werkt dat goed, maar met name bij figuurlijk taalgebruik, abstracte teksten, of teksten zonder duidelijke lijn, hebben beelddenkers het zwaar.

Meer begrip

Het begrijpend lezen kun je verbeteren door het kind na elke alinea een beeld te laten geven van wat het gelezen heeft. Laat het de alinea in zijn eigen woorden terug vertellen. Vraag door om de tekst te laten landen.

Zo wordt de tekst stap voor stap duidelijker en overzichtelijker en raakt het kind niet meer in de war (of in paniek) tijdens het lezen. Je leert de kinderen ook dat ze kunnen schakelen als het beeld wat ze hebben niet past bij het verhaal.

Het kind zal op deze manier de tekst ook makkelijker kunnen plaatsen en onthouden. Een groot voordeel bij de zaakvakken als biologie, aardrijkskunde en geschiedenis.

Signaalwoorden

Als het begrijpend lezen niet goed gaat is het verstandig te kijken of de signaalwoorden goed zijn opgeslagen. Net als de lege woorden hebben deze geen bijbehorend beeld waardoor ze vaak worden overgeslagen. De oplossing is deze signaalwoorden visueel te laten opslaan.

Gratis download Signaalwoorden

rsz_1940176_10201461620051245_1039307614_nIs begrijpend lezen een uitaging voor je? Met bijgaand document krijg je meer inzicht in de signaalwoorden, hoe je ze kan herkennen en wat ze betekenen.

Bij signaalwoorden kan vaak geen beeld gevormd kan worden. Hierdoor worden ze vaak “overgeslagen”. Lastig, want voor begrijpend lezen zijn ze belangrijk!

Met bijgaand document leer je de signaalwoorden beter herkennen. Download het document en print het uit. Knip de kaarten en kaartjes uit.

De grote blauwe kaarten leg je neer, de kleine kaartjes ga je hierover verdelen. Het is handig met iemand samen te werken die een goed taalgevoel heeft, zodat je kan overleggen.

Vergelijk met de grote lijst of je de woorden goed neerlegt. Sommige woorden hebben meer betekenissen. Vraag je af: Welke woorden ken je al? Welke woorden nog niet? Kan je er zelf zinnen mee maken?

Download het document: Signaalwoorden-leren-herkennen

 

Leren lezen

Deel 1 van 7 in de serie Leren lezen

boy-reading-book-outsideAanvankelijk lezen en spellen is de term die het proces aangeeft waarin een kind leert lezen en spellen. In Nederland beginnen de meeste kinderen in groep 3, als ze zes jaar zijn, met lezen.

Normaal gesproken begint een kind met spellend lezen, gaat dan groepjes letters herkennen en gaat uiteindelijk hele woordbeelden herkennen.

Beelddenkers gaan van het spellend lezen vaak snel over naar directe woordherkenning. Dit zorgt voor het vermogen tot het snel lezen van teksten en is ook de manier waarop veel volwassenen lezen.

Een voorbeeld van een methode die met deze strategie werkt is de globaal methode uit de jaren 30. Het leren lezen had hele woorden en zinnen als uitgangspunt. Bij het inprenten van globaalwoorden wordt uitgegaan van de visuele woordvorm. Het woord wordt onthouden als een plaatje. Dé manier voor beelddenkers!

Wat als ze al kunnen lezen?

Er is een groep kinderen die in groep 3 al vloeiend kan lezen. Het is niet verstandig deze kinderen mee te laten doen aan de klassikale leesinstructie. Grote kans dat ze hier gefrustreerd en ongeïnteresseerd door raken. Geef ze iets nieuws te leren.

Zorg dat er direct aan de start van groep 3 een niveaubepaling gedaan wordt om te zien welke letters, tweetekenklanken en dubbelklanken het kind al kent. Het kind kan hierna op eigen niveau verder lezen. Hou niet te strak vast aan dit niveau, het belangrijkste is dat ze lezen, begrijpen wat ze lezen en er plezier in hebben!

De leesinstructie kan losgelaten worden bij deze groep. Werkinstructie hebben ze wel nodig want de materialen zijn nieuw voor ze. Het feit dat ze kunnen lezen houdt niet automatisch in dat ze goed kunnen spellen en begrijpend lezen; hou dit in de gaten!

Tips om het lezen leuker te maken:

  • Lees elke dag voor, zo leren kinderen intonatie, nieuwe woorden en verhaal opbouw.
  • Voorlezen laat zwakke lezers zien dat lezen leuk is.
  • Zorg voor een variatie in wat ze lezen; gedichten, kranten of de Donald Duck zijn ook leuk!
  • Laat kinderen regelmatig samenwerken aan teksten.
  • Het is fijn als er regelmatig stil gelezen wordt in de klas (ook door de leerkracht!).
  • Zelfs zwakke lezers vinden het soms leuk om voor te lezen aan de eigen of een lagere klas.

Problemen met lezen: klanken

Lezen (zeker voor beginnende en zwakke lezers) is het vertalen van van teken(s) naar klank. Voor beelddenkers is het nog gecompliceerder. De tekens worden eerst naar een plaatje vertaald en daarna naar klank.

Iedere alfabetische taal heeft eigen klankafspraken met het alfabet. In de Nederlandse taal wordt het alfabet gebruikt om 43 klanken weer te geven.

Letter-klank koppelingen

Om vloeiend te kunnen lezen is het belangrijk dat al deze klanken visueel opgeslagen zijn. Door de klanken aan letterbeelden te koppelen worden de klanken makkelijker herkend en wordt het lezen veel sneller.

Klinkers

Van de 5 klinkers uit het alfabet zijn 23 klinkers gemaakt en drie klinker-medeklinkercombinaties. Dit zijn korte klinkers (a, e, i, o, u), lange klinkers (aa, ee, oo, uu), twee-teken klinkers (ei/ij, ou/au, ie, eu, oe, ui), drie -teken klinkers (aai, ooi, oei), stomme klinkers (e, i/ -ig), ij /-lijk)) en de klinker-medeklinkercombinaties ‘eeuw’, ‘ieuw’ en ‘uw’.

Medeklinkers

De medeklinkers vallen grotendeels samen met het alfabet met uitzondering van de sch, ch/g, ng, nk, -d/-t en -b/-p. De medeklinkers c, q en x worden alleen in buitenlandse woorden (leenwoorden) toegepast.

Snellezen

Deel 6 van 7 in de serie Leren lezen

targ_manuale_scolareSnellezen (ook wel globaal lezen) is handig! Je neemt informatie snel op en kan de stof beter onthouden dan wanneer je gewoon een tekst leest. Tijdens het snellezen hebben je hersenen minder tijd om af te dwalen naar andere onderwerpen.

Snellezen kun je stimuleren door in een vloeiende beweging met je vinger of een pen onder de regels te bewegen. Na een aantal keer oefenen zal je leessnelheid verdubbelen!

Beelddenkers hebben vaak een aangeboren talent voor snellezen. Vanaf jonge leeftijd lezen ze de zinnen al als geheel (niet netjes woord voor woord). Ze zien dus een zin en weten direct wat er staat. Snellezen gaat wel goed, langzaam lezen (woord voor woord) gaat vaak niet zo goed. Ze maken dan veel meer fouten.

Deze manier van lezen heeft voor- en nadelen. Enerzijds gaat het razendsnel, anderzijds wordt de helft wordt niet gezien. De helft die wel gezien wordt gaat direct het lange termijn geheugen. Op school heb je er weinig aan; actieve parate kennis die je nodig hebt voor een toets, zit in je korte termijn geheugen. De kennis ís er dus wel, maar actief is er weinig voorhanden. Hierdoor kunnen beelddenkers zich erg dom voelen.

Scannen voor een toets

Het snellezen is daarentegen een supermanier om je op langere termijn voor te bereiden op een toets. Scan de stof een week of 2 van te voren in zijn geheel door, zo’n 10 tot 20 seconden per bladzijde. Omdat de stof in het lange termijn geheugen komt en een soort “kapstok” vormt scheelt het je veel tijd bij het actieve leren!

Lege woorden overslaan

Onze taal bevat veel woorden waarbij je direct een beeld kan oproepen zoals: maan, ster, vis en hond.

Deze woorden geven meestal geen problemen bij het lezen.

Onze taal bevat ook veel woorden waarbij niet direct een duidelijk beeld op te roepen valt, zoals bijvooorbeeld lidwoorden, abstracte zelfstandig naamwoorden,  en bijvoeglijk naamwoorden. Vaak gaat het maar om kleine woordjes zoals geen, niet, de, het, een, omdat, die, dat, enz.

Beelddenkers slaan deze woorden vaak over omdat ze voor hen eenvoudigweg geen betekenis hebben. Een beelddenker onthoudt in beelden. Hoe moet je een woord onthouden als er geen beeld bij hoort?! Bij het lezen maar ook bij het schrijven zullen ze deze woorden vaak overslaan.

Dit levert een probleem op bij het halen van de leesniveau’s op school, hier wordt namelijk streng op gelet. Ook begrijpend lezen kan een probleem zijn, zeker bij vragen op het examen als: Waar slaat het woord “omdat” op?

Tijdens de training ‘Ik leer anders’ slaan we al deze woordjes op als plaatjes. Lezen gaat daarna een stuk makkelijker!

Problemen met taal, mogelijk dyslexie

Dyslexic_wordsBeelddenken wordt vaak verward met dyslexie. Niet alle beelddenkers zijn dyslectisch, maar de meeste dyslectici zijn wel beelddenkers.

Dyslexie (ook wel woordblindheid) is een verzamelnaam voor een aantal aandoeningen die gepaard gaan met problemen met vooral geschreven taal.

Er zijn verschillende vormen van dyslexie. Sommige dyslectische kinderen hebben veel baat bij RT, bij anderen heeft het geen of weinig effect.

Deze kinderen hebben als beelddenkers hebben een groot talent: visualiseren! Dat talent gaan we natuurlijk gebruiken!

Zwevende letters

Bij veel beelddenkers “zweven” de letters door het hoofd. Ook hebben ze geen idee hoeveel letters er zijn. Wel dúizend, hoor je wel eens.

Beelddenkers zien letters als losse plaatjes, 3-dimensionaal. Als je de letters willekeurig kan draaien, spiegelen en kantelen dan heb je een probleem om het verschil tussen een d – b – p – q te zien. Klanken worden daarom niet op juiste wijze aan deze plaatjes gekoppeld. Tijdens de training gaan we het alfabet nog een keer opslaan. Dit geeft een vaste plek aan de letters.

Hardop lezen is lastig!

De meeste beelddenkers hebben moeite met hardop lezen. Dit komt omdat tijdens het lezen een voortdurende vertaalslag aan de gang is van gelezen woord naar beeld naar gesproken woord. Lege woorden (woorden zonder beeld zoals de, het, dat, hulpwerkwoorden enz.) worden overgeslagen. Op school is het belangrijk dat de teksten foutloos en volledig gelezen worden.

Stillezen kunnen beelddenkers vaak wel heel snel!

Visueel opslaan

Tijdens de training worden de lege woordjes opgeslagen en je leert hoe je woorden waar je moeite mee hebt (dictee) kan onthouden via woordbeelden. Als het woordbeeld goed opgeslagen is kunnen kinderen met gemak van voren naar achteren spellen en van achteren naar voren. Dit is iets waar ze écht heel goed in zijn, je ziet hun zelfvertrouwen groeien! Op dat moment kom je in een positieve cirkel terecht en kan lezen weer leuk worden.

Na de training ‘Ik leer anders’ kan je bijna altijd direct sneller hardop lezen (1 of 2 AVI-niveaus). Dat scheelt op school!

Er is veel praktisch en leuk oefenmateriaal te vinden op www.leestrainer.nl.