Leerstijlen

eerlijkIedereen heeft een persoonlijke leerstijl, een eigen manier van omgaan met leerstof en leeractiviteiten.

Sommige leerlingen vinden het fijn om te leren door te doen. Anderen vinden het fijn om te leren door vragen te stellen, of door uit te proberen. Ook de manier waarop je het liefst informatie neemt kan verschillen, bijvoorbeeld auditief (horen), visueel (zien) of kinesthetisch (bewegen).

Vanuit het verleden wordt op veel scholen nog vaak de nadruk gelegd op het verbale (de auditieve leerstijl) en op het reproduceren van informatie (de reproductiegerichte leerstijl). Hierdoor komen veel leerlingen op school niet uit de verf.

Zowel voor leerkrachten als voor leerlingen is het fijn om de leerstijl van een leerling te kennen. Het is verrassend tot welke resultaten deze kinderen komen als de leerstof op een andere manier wordt aangeboden!

Er zijn diverse modellen van leerstijlen.

Leerstijl-modellen:

[posts-by-tag tags=”leerstijl-model” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” thumbnail=”true” order=”asc”]

Ongerichte leerstijl

Deel 6 van 6 in de serie De leerstijlen van Vermunt

ver4Heb je een leerling met een ongerichte leerstijl in de klas dan heb je een uitdaging. Ze laten zich niet of heel moeilijk aansturen en zijn niet gemotiveerd. Vaak zie je dat deze leerlingen onzeker zijn, en bang zijn de leerstof niet aan te kunnen. Het is een uitdaging deze leerling weer gemotiveerd te krijgen!

Aansturing:

  • ze sturen zichzelf niet aan en laten zich ook niet sturen door de docent
  • voorkeur voor op hen toegesneden externe sturing
  • hebben weinig houvast aan instructie en aanwijzingen (stuurloos)
  • vinden het moeilijk om hun eigen leren te sturen

Leeropvatting:

  • doel van leren het weten van de feiten, het kennen van de stof
  • vinden dat het onderwijs stimulerend hoort te zijn
  • bang het niet aan te kunnen, niet goed aan te pakken, de stof niet geleerd te krijgen

Leeroriëntatie:

  • zijn niet specifiek gemotiveerd, leren zonder duidelijk doel
  • leren omdat anderen dat van ze verwachten
  • staan onzeker tegenover hun studie (ambivalent)
  • twijfelen aan hun capaciteiten
  • twijfelen over studiekeuze
  • hebben ben wel een bepaalde gerichtheid maar kunnen die niet realiseren.

Verwerking:

  • hebben geen speciale leermethode
  • moeite om hun leerprocessen goed te reguleren
  • verwerken niet wat ze leren
  • werken graag samen met medestudenten
  • weten niet op welke manier de leerstof benaderd moet worden
  • nauwelijks tot zelfstandig studeren in staat
  • hebben moeite met het uitvoeren van instructie
  • vinden alles even belangrijk
  • weten niet wat ze moeten onthouden
  • moeite met scheiden van hoofd- en bijzaken
  • gaan daarom over tot een gedetailleerde werkwijze

Betekenisgerichte leerstijl

Deel 5 van 6 in de serie De leerstijlen van Vermunt

ver3Leerlingen met een betekenisgerichte leerstijl leren vaak makkelijk. Ze kunnen kritisch zijn over wat ze moeten leren en zullen dit duidelijk ventileren. Als ze stof aangeboden krijgen die ze interessant vinden zijn ze erg gemotiveerd. Ze willen de leerstof graag begrijpen en gebruiken het leren om in gesprek te komen met mensen die meer weten dan zij. Ze denken erover na en vormen zich vervolgens een eigen mening.

Aansturing:

  • bepalen zelf wat ze belangrijk vinden (zelfsturing)
  • kunnen goed zelfstandig werken
  • regulatie van deze leerstijl kan variëren van extern naar intern

Leeropvatting:

  • leren vanuit persoonlijke interesse
  • bepalen zelf hoe ze leren
  • zijn kritisch over de te bestuderen stof (diepteverwerking).
  • vormen hun eigen mening over de stof
  • zien het als opbouwen van kennis en inzichten
  • willen steeds meer leren
  • willen de leerstof begrijpen

Leeroriëntatie:

  • zijn intrinsiek gemotiveerd

Verwerking:

  • kunnen doorgaans vlot leren
  • onderzoeken standpunten, ideeën en conclusies
  • willen structuur aanbrengen
  • zoeken zelf gericht in de leerboeken
  • zoeken inzicht, verbanden en samenhang
  • kunnen hoofd- en bijzaken goed onderscheiden
  • maken schema’s
  • proberen inzicht te krijgen door de gedachtengang van auteurs, docenten zo goed mogelijk te volgen.

 

Slaats, Van der Sanden & Lodewijks (1996) vonden bij leerlingen uit het mbo een vergelijkbare leerstijl, die zij ‘constructieve’ leerstijl noemen.

Toepassingsgerichte leerstijl

Deel 4 van 6 in de serie De leerstijlen van Vermunt

ver2Leerlingen met een toepassingsgerichte leerstijl houden van veel voorbeelden en willen alles toetsen en uitproberen in de praktijk. Ze zijn, mits ze de praktisch toepasbare leerstof krijgen, gemotiveerd en makkelijk aan te sturen. Vooral als ze weten waar ze de kennis voor gaan gebruiken zijn ze tot veel in staat!

Aansturing:

  • sturen zichzelf aan
  • laten zich ook aansturen door leerkracht
  • gebruiken graag boeken en studiewijzers

Leeropvatting:

  • zien studeren als het leren gebruiken van de kennis
  • vinden de studie degelijk, pittig, grondig, heel boeiend en uitdagend
  • maken zich weinig zorgen over hun studie

Leeroriëntatie:

  • zijn intrinsiek gemotiveerd
  • zijn vooral gemotiveerd voor leerstof waar ze later iets mee kunnen
  • zijn beroepsgericht

Verwerking:

  • leren in de praktijk
  • willen de stof in de praktijk kunnen gebruiken
  • vertalen leerstof naar de praktijk
  • proberen de stof te concretiseren
  • hebben behoefte aan concrete informatie
  • willen graag voorbeelden
  • bedenken zelf voorbeelden
  • haken af bij te theoretische leerstof
  • selecteren leerstof op bruikbaarheid voor het realiseren van persoonlijke doelstellingen
  • zoeken naar externe relaties van de stof

Reproductiegerichte leerstijl

Deel 3 van 6 in de serie De leerstijlen van Vermunt

ver1In het onderwijs wordt nog veel aandacht besteed aan reproduceerbare kennis (reproductiegerichte stijl). Waarschijnlijk  omdat deze kennis makkelijk te toetsen is bij grote groepen leerlingen. Het kunnen leggen van verbanden, intergratie van de leerstof en die kunnen toepassen in concrete situaties is wordt steeds belangrijker, het is van belang dat het onderwijs zich hierop aanpast.

Leerlingen met een reproductieve leerstijl hebben veel sturing nodig en zijn weinig gemotiveerd. Ze leren voornamelijk omdat ze hun diploma willen halen.

Aansturing:

  • kunnen slecht zelfstandig leren
  • hebben veel sturing nodig
  • laten zich makkelijk sturen
  • richten zich sterk op de externe regulatie

Leeropvatting:

  • zien studeren als het opnemen van kennis
  • zijn niet wezenlijk geïnteresseerd in de inhoud van de leerstof
  • zijn vaak onzeker of ze alles kunnen onthouden

Leeroriëntatie:

  • zijn extrinsiek gemotiveerd, ze leren voor een diploma
  • zijn erg diploma- en toetsgericht
  • hechten belang aan goede cijfers

Verwerking:

  • leren stapsgewijs (sequentiëel)
  • leren het liefst dingen uit het hoofd (stampen)
  • gericht op het onthouden van de studiestof
  • memoriseren veel
  • leren door herhaling
  • zoeken geen samenhang in de leerstof
  • leren kost ze veel tijd
  • werken gedetailleerd
  • besteden veel tijd aan het scheiden van hoofd- en bijzaken

 

Factoren in de leerstijlen van Vermunt

Deel 2 van 6 in de serie De leerstijlen van Vermunt

4Wat wordt gemeten?

  • Verwerking
  • Aansturing
  • Leeropvatting
  • Leeroriëntatie

Verwerking

Op welke wijze verwerken leerlingen leerinhouden en/of ervaringen? Gebeurt dit oppervlakkig of diepgaand, of zijn ze gericht op toepassing van de leerstof? Leren ze stapsgewijs, vanuit het geheel, via concrete voorbeelden of door associaties? Welke strategie kies je en ben je in staat van strategie te wisselen als deze niet effectief was.

Aansturing

Wie stuurt het leerproces en wie neemt de leerbeslissingen, de leraar of de leerling? Of is er sprake van een taakverdeling? Er wordt onderscheid gemaakt in zelfsturing, externe sturing en stuurloos.

Leeropvatting

Hoe denkt de leerling over leren? Gaat het voornamelijk om het verzamelen van kennis, de persoonlijke ontwikkeling of het verwerven van inzichten? Of draait leren om het onthouden van kant-en-klaar aangeboden informatie?

Leeroriëntatie

Waarom leer je? Wat zijn je verwachtingen, motieven, houdingen en persoonlijke doelstellingen? Heb je intrinsieke of extrinsieke motivatie? Leer je bijvoorbeeld om een diploma te halen, om uit te blinken, of omdat je een bepaald beroep wil gaan uitoefenen?

Betekenisgericht Toepassingsgericht Reproductiegericht Ongericht
Verwerking Diepgaand Concreet Oppervlakkig (stapsgewijs) Nauwelijks
Aansturing Intern of zelfgestuurd Intern en extern gestuurd extern gestuurd Stuurloos
Leeropvatting Opbouw van kennis (betekenisverlenend) Gebruik van kennis (toepassen) Opname en reproductie van kennis Samen leren
Leeroriëntatie Persoonlijke interesse beroepsgericht Diploma- en toetsgericht Ambivalent

De leerstijlen van Vermunt

Deel 1 van 6 in de serie De leerstijlen van Vermunt

Jan Vermunt deed onderzoek naar de opvattingen en het gedrag van studenten met betrekking tot hun leren. Uit dit onderzoek bleek dat de manier waarop leerlingen denken over leren in combinatie met hun motivatie resulteert in een bepaald leergedrag.

In zijn Inventaris van LeerStijlen (ILS) koppelt Vermunt leergedrag aan motivatie, wat betekent dat je leerstijl kan veranderen. Een leerling is geen leerstijl, maar heeft een leerstijl. Hij onderscheidt 4 leerstijlen die onderling niet in verband staan. Leerlingen kunnen eigenschappen hebben van meerdere stijlen maar waarschijnlijk wordt één van de stijlen het meest gebruikt.

De leerstijlen die Vermunt onderscheidt:

[posts-by-tag tags=”leerstijl-vermunt” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” thumbnail=”true” order=”asc”]

Test je leerstijl

Wil je weten wat jouw leerstijl is volgens de theorie van Vermunt? Dat kan je op deze site online testen.

Leerstijlen volgens Dunn en Dunn

Het leerstijlen model van Dunn en Dunn is gebaseerd op differentiatie. Het model gaat er van uit dat niemand hetzelfde is; iedereen leert op een andere manier. Het model houdt rekening met 5 categorieën van in totaal 21 variabelen die het leren en de concentratie beïnvloeden.

Uitgangspunt van het leerstijlen-model is dat iedereen kan leren en talenten heeft, gebaseerd op een combinatie van biologische en karakterologische kenmerken. Iedere leerling heeft zijn eigen unieke combinatie van voorkeuren. Als leertaken benaderd worden via deze voorkeuren zijn leerlingen het meest zelfverzekerd en succesvol.

De invloed per variabele kan wisselen sterk tot matig. Er zijn ook variabelen die geen invloed hebben op het vermogen van de leerling om zich te concentreren en te leren.

Het leerstijlen-model van Dunn en Dunn houdt rekening met:

Omgeving

Sommige leerlingen leren het beste in een koele rustige kamer, anderen hebben muziek nodig en een warme kamer. Er wordt rekening gehouden met:

  • licht
  • geluid
  • temperatuur
  • werkplek

Emotioneel

Sommige leerlingen werken het liefst aan meerdere projecten tegelijkertijd, anderen maken het liefst eerst een project af voor ze aan het volgende beginnen. Er wordt rekening gehouden met:

  • motivatie
  • doorzettingsvermogen
  • verantwoordelijkheid
  • structuur

Sociaal

Sommige leerlingen leren het best alleen, anderen het liefste samen met mede-leerlingen.

Fysiologisch

Onder welke omstandigheden leert de leerling het best? Er wordt rekening gehouden met:

  • perceptie (auditief, visueel, tactiel en kinesthetisch),
  • energie-niveaus op welke tijd van de dag (vroege vogel of nachtbraker)
  • eten en drinken (wel of niet tijdens de studie)
  • mobiliteit (stilzitten of bewegen).

Psychologisch

  • hemisferisch (welke hersenhelft heeft de voorkeur)
  • impulsief of reflecterende (direct handelen of eerst nadenken)
  • globaal of analytisch (geluid, licht, zithoek, doorzettingsvermogen, sociologische voorkeur, eten en drinken)
    • Globale leerlingen geven de voorkeur aan een omgeving met zachte verlichting en informele zitplaatsen. Ze hebben pauzes nodig, snacken, mobiliteit en geluid.
    • Analytische leerlingen werken liever in een omgeving met fel licht en formele zitplaatsen. Ze werken het beste in een rustige omgeving met weinig of geen onderbrekingen en weinig of geen tussendoortjes.

DunnandDunn

Hieronder een filmpje over de Hellerup school die werkt met de Leerstijlen-theorie van Dunn en Dunn.

De beslisser

Deel 4 van 5 in de serie De leerstijlen van Kolb

beslisserDe beslisser durft besluiten te nemen. Hij koppelt graag de theorie aan de praktijk.

Als het gaat om een probleem op te lossen waar één juiste oplossing voor gezocht moet worden, ben je bij de beslisser aan het goede adres. Hij gebruikt hierbij graag technologische begrippen, modellen en theorieën.

De beslisser is praktisch ingesteld. Hij werkt graag volgens een plan zodat hij stap voor stap tot het juiste resultaat kan komen. In de planfase van een project weegt hij zorgvuldig voors en tegens tegen elkaar af. Hij gaat doelgericht en planmatig te werk en zet ideeën om in daden.

De beslisser leert van praktijkvoorbeelden. Hij leert optimaal als hij onder begeleiding van een expert kan oefenen. De expert kan hem de technieken tonen en staven met duidelijke praktische voorbeelden

De beslisser doet het goed in conventionele intelligentietesten. Hij houdt zich liever bezig met technische problemen en dingen dan met mensen en weet zijn emoties goed in toom te houden.

Waar wordt een beslisser blij van?

  • deskundige docenten (moeten het zelf ook kunnen)
  • duidelijke rode draad in de stof
  • praktijkvoorbeelden
  • demonstraties
  • gelegenheid om zelf praktische conclusies te trekken;
  • praktijkgerichte leerstof – relatie tussen theorie en praktijk
  • zelfstandigheid: technieken en aanwijzingen om het zelf te doen
  • gelegenheid te experimenteren met zelf bedacht oplossingen
  • gelegenheid zelfstandig praktische conclusies te trekken

Sociaal:

  • is meer gericht op dingen dan mensen

Hulp geven bij:

  • leer hem dat wat hij nu leert later van pas komt.
  • het juiste probleem oplossen

 

De denker

Deel 5 van 5 in de serie De leerstijlen van Kolb

denkerDe denker houdt van logica en redeneren. Hij is goed in analyseren en stelt graag onderzoekende vragen. De denker zoekt naar een logische samenhang tussen zaken. Hij werkt systematisch en nauwkeurig en is goed in het maken van gedetailleerde plannen en schema’s, Hij onderzoekt graag de achtergronden voor hij conclusies trekt.

Logica, nauwkeurigheid en denken in heldere, abstracte begrippen staan voorop. Theoretische modellen worden vertaald naar de werkelijkheid. Het is belangrijker dat de ideeën logisch zijn dan praktisch uitvoerbaar. Niet alle ideeën van een denker zijn even bruikbaar.

Een denker kan niet goed tegen wanorde, hij leert het beste in gestructureerde situaties, Hij leert het liefst uit boeken.Hij zal niet snel om hulp vragen.

Waar wordt een denker blij van?

  • orde en rust in de klas en in de studeerkamer
  • duidelijke doelen en helder programma
  • goed gestructureerde leermiddelen.
  • uitdaging: Complexe vraagstukken
  • gelegenheid om vragen te stellen
  • zelfstandig leerstof doornemen
  • vertel ze waarom ze iets leren
  • zelfstandigheid: Bemoei je niet teveel met een denker
  • geef ze tijd het hoe, wat en waarom te ontdekken

Sociaal:

  • liever geen groepswerk

Hulp nodig bij:

  • het praktisch toepassen van kennis
  • samenwerking

De dromer

Deel 3 van 5 in de serie De leerstijlen van Kolb

dromerDe dromer heeft een grote verbeeldingskracht en fantasie. Concrete situaties kan de dromer vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Hij kan snel verbanden leggen. Dromers zijn meestal creatieve mensen die ruimte nodig hebben voor het creëren van ideeën.

De dromer kijkt hoe anderen een probleem aanpakken en denkt eerst na voordat hij iets doet.Hij denkt na over situaties en probeert zich in te leven. Hierdoor ziet hij vaak meerdere (goede) oplossingen, maar twijfelt over een beslissing. Daardoor neemt hij beslissingen soms traag. Een dromer heeft daarom tijd en ruimte nodig om goed te kunnen leren.

Dromers vernieuwers, ze zien veeloplossingen, ook in de conceptfase van een project.

De dromer wordt blij van:

  • visuele presentatie van de leerstof
  • leerstof uitleggen met voorbeelden
  • geen limiet of tijdsduur opleggen; dan blokkeren ze
  • aanmoediging; zo leren ze beter en liever
  • werk volgens een plan
  • laat ze zich veilig voelen
  • confrontatie met verschillende visies
  • ruimte om ervaringen en gevoelens te uiten
  • tijd om de ervaringen te verwerken
  • geef ze uitdaging, ze hebben een veelzijdige belangstelling
  • geef ze de tijd/kans (achteraf) na te denken over acties

Sociaal:

  • geef ze tijd de overige groepleden te leren kennen
  • geef ze kans gedachten uit te wisselen met de groep

Geef hulp bij:

  • het nemen van besluiten

De doener

Deel 2 van 5 in de serie De leerstijlen van Kolb

doenerDe kracht van de doener ligt in het doen. Hij wil aanpakken; is overal voor in en houdt van nieuwe dingen uitproberen. De doener wordt graag in het diepe gegooid, hij is doelgericht en leert door praktisch bezig zijn en actief experimenteren. Hij is impulsief en gaat snel over tot actie. Hij durft risico’s te nemen en is er goed in nieuwe zaken op gang te brengen.

Hij is graag betrokken bij het hele proces. Hij vindt het soms moeilijk om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden dus hij werkt graag volgens een goede planning, Hij vertaalt graag de strategie in een doel omdat hij tastbare resultaten wil bereiken,

Een doener kan goed met mensen omgaan. Hij doet het goed in nieuwe situaties en een nieuwe omgeving met de daar aanwezige specifieke en concrete situaties. Hij vertrouwt op anderen voor kennis en informatie, die vindt hij belangrijker dan zijn eigen analytische capaciteiten. Een doener werkt graag samen maar kan wel ongeduldig als iets niet gaat zoals verwacht. Soms kan hij drammerig overkomen in zijn dadendrang.

De doener wordt blij van:

  • groepswerk, taakjes en projecten.
  • tijd en ruimte om dingen uit te proberen
  • uitdagingen en nieuwe situaties
  • directe ervaring door dingen te doen
  • problemen om op te lossen
  • afwisseling verschillende werkvormen
  • vrijheid m snel te reageren

Sociaal:

  • humor, plezier en ontspanning op de leerplek
  • veel samenwerken:
  • contact met anderen

Heeft hulp nodig bij:

  • voorbereidingen treffen
  • hoofd- en bijzaken onderscheiden.
  • terugkoppeling op eigen acties

De leerstijlen van Kolb

Deel 1 van 5 in de serie De leerstijlen van Kolb

Leerstijlen Van KolbEen leerstijl is de manier waarop iemand leert. Iedereen pakt een leertaak op zijn eigen manier aan. De een begint met denken, de ander met doen.

Een leerstijl is de manier waarop iemand gewend is de leertaak aan te pakken.

Vergelijk het met de gebruiksaanwijzing van een nieuw apparaat. De een eerst de gebruiksaanwijzing van begin tot eind door. De ander leest alleen het begin. Weer een ander haalt de tekst  niet eens uit de verpakking. Hij gaat aan de slag en ziet wel waar het schip strandt. Uiteindelijk zal het ze allemaal best lukken om het apparaat aan de praat te krijgen. Zo is het ook met leren; iedereen heeft zijn eigen leerstijl.

De Amerikaanse psycholoog Kolb heeft onderzoek gedaan naar leerstijlen. Hij kwam uiteindelijk uit op vier verschillende leerstijlen die corresponderen met vier leerfasen:

[posts-by-tag tags=”leerstijl-kolb” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Voorbeeld

Stel: je koopt een nieuw merk mobiel dat je nog niet kent; je leert hem te bedienen door:

  • ervaren: uitproberen hoe en of het werkt, allerlei knoppen indrukken
  • observeren: kijken wat er gebeurt
  • denken: is dit wat ik wil of moet ik het anders aanpakken
  • doen: de telefoon kunnen bedienen

Meestal worden de leerfasen in deze volgorde doorlopen.Gaat het anders, of wordt er een fase versneld, dan daalt het leerrendement. Dat is te begrijpen: ervaring wint aan waarde als je erover nadenkt, inzichten worden pas echt bruikbaar als je ze uitprobeert en toetst.

Iedereen heeft een eigen unieke leerstijl, vaak een combinatie van  leerstijlen. Als je alle vier de leerstijlen beheerst, ben je een all-rounder. Tegenwoordig, o.a. door de opkomst van het Nieuwe Leren, wordt het ontwikkelen van alle vier de leerstijlen aangemoedigd.

Op school

Gelukkig krijgen leerlingen steeds vaker les in de stijl die bij hen past. Toch is school vooral gericht op de denker, de nadruk ligt op het leren hoe dingen samenhangen en hoe je ze in een theoretisch kader kunt zien. Aan de andere leerstijlen: experimenteren en ervaren wordt meestal minder aandacht besteed.

Als je jarenlang volgens één bepaalde leerstijl moet leren kan je eigen leerstijl veranderen. Daarom hebben veel leerkrachten en afgestudeerde mensen  een overdenkende en theoretiserende leerstijl.

Iedere leerling heeft zijn eigen leerstijl of combinatie van leerstijlen. Iedere leerstijl heeft zijn eigen bijzondere kenmerken.

Leren via de zintuigen

Deel 1 van 4 in de serie Leren via de zintuigen

leerstijlenEen leerstijl bepaalt hoe de leerling omgaat met leerstof en leeractiviteiten. Een leerstijl is een combinatie van verschillende leerstrategieën.

Zoveel kinderen, zoveel leerstijlen. De ene leerstijl is niet beter dan de andere. Sommige leerstijlen zijn wel makkelijker toe te passen.

Afwijken van de eigen leerstijl is moeilijk, zo niet bijna onmogelijk.

 

Informatie komt tot ons via de zintuigen. De ogen, oren, tast, smaak en geur zorgen ervoor dat we kunnen leren en waarnemen. Ieder mens heeft een voorkeur welke zintuigen het meest en makkelijkst gebruikt worden: de perceptuele leerstijl. Dat kan één zintuig zijn maar ook een combinatie.

[posts-by-tag tags=”perceptuele-leerstijl” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Sommigen leren door vragen stellen, echte doeners gaan het liefst zelf aan de slag.

Ook de manier van instuderen verschilt. Sommigen nemen de leerstof grondig door van voor naar achteren, anderen kiezen voor een top-down aanpak.

Het kennen van de leerstijl draagt bij aan de zelfkennis van de leerling. Het beschrijft de sterke en zwakke punten ten aanzien van leren. (Dit wordt ook wel metacognitie genoemd, het bewust zijn van de eigen gedachten en leerprocessen).

Een docent die tijdens zijn les verschillende leerstijlen gebruikt heeft meestal betere resultaten en gemotiveerdere leerlingen. Iedereen herinnert zich wel die ene leerkracht die wist te boeien. En ook van het tegendeel: leerkrachten die ongetwijfeld heel goed waren in hun vak maar het niet wisten over te brengen.

Jammer genoeg krijgen leerlingen vaak alleen les volgens de stijl die past bij hun vakgebied of volgens de stijl die de docent het makkelijkst vindt. Het onderwijs kan veel voordeel halen uit het gebruik maken van de verschillende leerstijlen.

Meervoudige Intelligentie (MI) volgens Howard Gardner

miIeder mens heeft zijn favoriete leerstijl, of combinatie van leerstijlen. Er zijn 8 verschillende leerstijlen:

  • Verbaal-linguïstisch (woordknap)
    Taal, poëzie, spelling, lezen, verhalen
  • Logisch-mathematisch  (rekenknap)
    logisch denken, cijfers, experimenteren
  • Visueel- ruimtelijk (beeldknap)
    tekenen, schilderen, architectuur, vormgeven
  • Muzikaal- ritmisch (muziekknap)
    muziek luisteren, maken, componeren, herkennen
  • Lichamelijk- kinesthetisch (beweegknap)
    lichamelijke inspanning, knutselen, toneel, dans
  • Naturalistisch (natuurknap)
    dieren, planten, verzamelen, ordenen, natuurverschijnselen
  • Interpersoonlijk (mensknap)
    zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven
  • Intrapersoonlijk (zelfknap)
    eigen gevoelens, dromen, alleen zijn, fantasieën

Op school worden vooral de leerstijlen woordknap en rekenknap gebruikt. Beelddenkers leren op een andere manier beter en sneller.

Als een kind op het gebied van automatiseren, lezen, spelling en rekenen, het schrijven of het volgen met de ogen problemen heeft dan is het goed om te gaan zoeken naar de leerstijlen van het kind.

De voorkeur voor leren is de ingang naar een veranderde aanpak.

Zingend rekenen, kleiend lezen en op de trampoline de tafels oefenen kan tot verrassende resultaten leiden. Het kind kan vaak heel goed aangeven hoe het wél graag leert.