Taxonomie van Bloom

Deel 1 van 7 in de serie De leerniveaus van Bloom

blooms-taxonomy-figuurDe taxonomie van Bloom werd in 1956 gepubliceerd door de Amerikaanse onderwijspsycholoog Benjamin Bloom. Dit leermodel is oorspronkelijk bedacht voor het geschiedenisonderwijs. De indeling is inmiddels wat aangepast en biedt nog steeds een goed kader om het leerproces te beschrijven.

Bloom gaat er vanuit dat je iets kunt begrijpen op verschillende niveaus. De vaardigheden zijn geordend in een opklimmende moeilijkheidsgraad. Iedere volgende begripsfase is ingewikkelder en omvat steeds fases. Voor we iets kunnen begrijpen moeten we het ons herinneren, voor we het toe kunnen passen moeten we het begrijpen, enzovoort.

De begripsniveaus zijn:

[posts-by-tag tags=”leerstijl-bloom” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

De taxonomie is door de veranderde maatschappij onlangs aangepast. Onthouden staat inmiddels gelijk aan weten waar je bepaalde informatie kunt terugvinden. Communicatie en samenwerking worden steeds belangrijker.

De leerstijlen van Vermunt

Deel 1 van 6 in de serie De leerstijlen van Vermunt

Jan Vermunt deed onderzoek naar de opvattingen en het gedrag van studenten met betrekking tot hun leren. Uit dit onderzoek bleek dat de manier waarop leerlingen denken over leren in combinatie met hun motivatie resulteert in een bepaald leergedrag.

In zijn Inventaris van LeerStijlen (ILS) koppelt Vermunt leergedrag aan motivatie, wat betekent dat je leerstijl kan veranderen. Een leerling is geen leerstijl, maar heeft een leerstijl. Hij onderscheidt 4 leerstijlen die onderling niet in verband staan. Leerlingen kunnen eigenschappen hebben van meerdere stijlen maar waarschijnlijk wordt één van de stijlen het meest gebruikt.

De leerstijlen die Vermunt onderscheidt:

[posts-by-tag tags=”leerstijl-vermunt” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” thumbnail=”true” order=”asc”]

Test je leerstijl

Wil je weten wat jouw leerstijl is volgens de theorie van Vermunt? Dat kan je op deze site online testen.

Leerstijlen volgens Dunn en Dunn

Het leerstijlen model van Dunn en Dunn is gebaseerd op differentiatie. Het model gaat er van uit dat niemand hetzelfde is; iedereen leert op een andere manier. Het model houdt rekening met 5 categorieën van in totaal 21 variabelen die het leren en de concentratie beïnvloeden.

Uitgangspunt van het leerstijlen-model is dat iedereen kan leren en talenten heeft, gebaseerd op een combinatie van biologische en karakterologische kenmerken. Iedere leerling heeft zijn eigen unieke combinatie van voorkeuren. Als leertaken benaderd worden via deze voorkeuren zijn leerlingen het meest zelfverzekerd en succesvol.

De invloed per variabele kan wisselen sterk tot matig. Er zijn ook variabelen die geen invloed hebben op het vermogen van de leerling om zich te concentreren en te leren.

Het leerstijlen-model van Dunn en Dunn houdt rekening met:

Omgeving

Sommige leerlingen leren het beste in een koele rustige kamer, anderen hebben muziek nodig en een warme kamer. Er wordt rekening gehouden met:

  • licht
  • geluid
  • temperatuur
  • werkplek

Emotioneel

Sommige leerlingen werken het liefst aan meerdere projecten tegelijkertijd, anderen maken het liefst eerst een project af voor ze aan het volgende beginnen. Er wordt rekening gehouden met:

  • motivatie
  • doorzettingsvermogen
  • verantwoordelijkheid
  • structuur

Sociaal

Sommige leerlingen leren het best alleen, anderen het liefste samen met mede-leerlingen.

Fysiologisch

Onder welke omstandigheden leert de leerling het best? Er wordt rekening gehouden met:

  • perceptie (auditief, visueel, tactiel en kinesthetisch),
  • energie-niveaus op welke tijd van de dag (vroege vogel of nachtbraker)
  • eten en drinken (wel of niet tijdens de studie)
  • mobiliteit (stilzitten of bewegen).

Psychologisch

  • hemisferisch (welke hersenhelft heeft de voorkeur)
  • impulsief of reflecterende (direct handelen of eerst nadenken)
  • globaal of analytisch (geluid, licht, zithoek, doorzettingsvermogen, sociologische voorkeur, eten en drinken)
    • Globale leerlingen geven de voorkeur aan een omgeving met zachte verlichting en informele zitplaatsen. Ze hebben pauzes nodig, snacken, mobiliteit en geluid.
    • Analytische leerlingen werken liever in een omgeving met fel licht en formele zitplaatsen. Ze werken het beste in een rustige omgeving met weinig of geen onderbrekingen en weinig of geen tussendoortjes.

DunnandDunn

Hieronder een filmpje over de Hellerup school die werkt met de Leerstijlen-theorie van Dunn en Dunn.

De leerstijlen van Kolb

Deel 1 van 5 in de serie De leerstijlen van Kolb

Leerstijlen Van KolbEen leerstijl is de manier waarop iemand leert. Iedereen pakt een leertaak op zijn eigen manier aan. De een begint met denken, de ander met doen.

Een leerstijl is de manier waarop iemand gewend is de leertaak aan te pakken.

Vergelijk het met de gebruiksaanwijzing van een nieuw apparaat. De een eerst de gebruiksaanwijzing van begin tot eind door. De ander leest alleen het begin. Weer een ander haalt de tekst  niet eens uit de verpakking. Hij gaat aan de slag en ziet wel waar het schip strandt. Uiteindelijk zal het ze allemaal best lukken om het apparaat aan de praat te krijgen. Zo is het ook met leren; iedereen heeft zijn eigen leerstijl.

De Amerikaanse psycholoog Kolb heeft onderzoek gedaan naar leerstijlen. Hij kwam uiteindelijk uit op vier verschillende leerstijlen die corresponderen met vier leerfasen:

[posts-by-tag tags=”leerstijl-kolb” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Voorbeeld

Stel: je koopt een nieuw merk mobiel dat je nog niet kent; je leert hem te bedienen door:

  • ervaren: uitproberen hoe en of het werkt, allerlei knoppen indrukken
  • observeren: kijken wat er gebeurt
  • denken: is dit wat ik wil of moet ik het anders aanpakken
  • doen: de telefoon kunnen bedienen

Meestal worden de leerfasen in deze volgorde doorlopen.Gaat het anders, of wordt er een fase versneld, dan daalt het leerrendement. Dat is te begrijpen: ervaring wint aan waarde als je erover nadenkt, inzichten worden pas echt bruikbaar als je ze uitprobeert en toetst.

Iedereen heeft een eigen unieke leerstijl, vaak een combinatie van  leerstijlen. Als je alle vier de leerstijlen beheerst, ben je een all-rounder. Tegenwoordig, o.a. door de opkomst van het Nieuwe Leren, wordt het ontwikkelen van alle vier de leerstijlen aangemoedigd.

Op school

Gelukkig krijgen leerlingen steeds vaker les in de stijl die bij hen past. Toch is school vooral gericht op de denker, de nadruk ligt op het leren hoe dingen samenhangen en hoe je ze in een theoretisch kader kunt zien. Aan de andere leerstijlen: experimenteren en ervaren wordt meestal minder aandacht besteed.

Als je jarenlang volgens één bepaalde leerstijl moet leren kan je eigen leerstijl veranderen. Daarom hebben veel leerkrachten en afgestudeerde mensen  een overdenkende en theoretiserende leerstijl.

Iedere leerling heeft zijn eigen leerstijl of combinatie van leerstijlen. Iedere leerstijl heeft zijn eigen bijzondere kenmerken.

Leren via de zintuigen

Deel 1 van 4 in de serie Leren via de zintuigen

leerstijlenEen leerstijl bepaalt hoe de leerling omgaat met leerstof en leeractiviteiten. Een leerstijl is een combinatie van verschillende leerstrategieën.

Zoveel kinderen, zoveel leerstijlen. De ene leerstijl is niet beter dan de andere. Sommige leerstijlen zijn wel makkelijker toe te passen.

Afwijken van de eigen leerstijl is moeilijk, zo niet bijna onmogelijk.

 

Informatie komt tot ons via de zintuigen. De ogen, oren, tast, smaak en geur zorgen ervoor dat we kunnen leren en waarnemen. Ieder mens heeft een voorkeur welke zintuigen het meest en makkelijkst gebruikt worden: de perceptuele leerstijl. Dat kan één zintuig zijn maar ook een combinatie.

[posts-by-tag tags=”perceptuele-leerstijl” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Sommigen leren door vragen stellen, echte doeners gaan het liefst zelf aan de slag.

Ook de manier van instuderen verschilt. Sommigen nemen de leerstof grondig door van voor naar achteren, anderen kiezen voor een top-down aanpak.

Het kennen van de leerstijl draagt bij aan de zelfkennis van de leerling. Het beschrijft de sterke en zwakke punten ten aanzien van leren. (Dit wordt ook wel metacognitie genoemd, het bewust zijn van de eigen gedachten en leerprocessen).

Een docent die tijdens zijn les verschillende leerstijlen gebruikt heeft meestal betere resultaten en gemotiveerdere leerlingen. Iedereen herinnert zich wel die ene leerkracht die wist te boeien. En ook van het tegendeel: leerkrachten die ongetwijfeld heel goed waren in hun vak maar het niet wisten over te brengen.

Jammer genoeg krijgen leerlingen vaak alleen les volgens de stijl die past bij hun vakgebied of volgens de stijl die de docent het makkelijkst vindt. Het onderwijs kan veel voordeel halen uit het gebruik maken van de verschillende leerstijlen.

Meervoudige Intelligentie (MI) volgens Howard Gardner

miIeder mens heeft zijn favoriete leerstijl, of combinatie van leerstijlen. Er zijn 8 verschillende leerstijlen:

  • Verbaal-linguïstisch (woordknap)
    Taal, poëzie, spelling, lezen, verhalen
  • Logisch-mathematisch  (rekenknap)
    logisch denken, cijfers, experimenteren
  • Visueel- ruimtelijk (beeldknap)
    tekenen, schilderen, architectuur, vormgeven
  • Muzikaal- ritmisch (muziekknap)
    muziek luisteren, maken, componeren, herkennen
  • Lichamelijk- kinesthetisch (beweegknap)
    lichamelijke inspanning, knutselen, toneel, dans
  • Naturalistisch (natuurknap)
    dieren, planten, verzamelen, ordenen, natuurverschijnselen
  • Interpersoonlijk (mensknap)
    zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven
  • Intrapersoonlijk (zelfknap)
    eigen gevoelens, dromen, alleen zijn, fantasieën

Op school worden vooral de leerstijlen woordknap en rekenknap gebruikt. Beelddenkers leren op een andere manier beter en sneller.

Als een kind op het gebied van automatiseren, lezen, spelling en rekenen, het schrijven of het volgen met de ogen problemen heeft dan is het goed om te gaan zoeken naar de leerstijlen van het kind.

De voorkeur voor leren is de ingang naar een veranderde aanpak.

Zingend rekenen, kleiend lezen en op de trampoline de tafels oefenen kan tot verrassende resultaten leiden. Het kind kan vaak heel goed aangeven hoe het wél graag leert.