Moeite met taal

HinkelenBeelddenkers hebben vaak moeite met taal.

Taal is voor hen niet natuurlijk, beelden zijn hun eerste taal. Taal is volgorderlijk, sequentieel, het ene woord volgt na het andere. Beelden geven overzicht.

De wereld van beelddenkers bestaat uit beelden, maar om te communiceren moeten ze gebruik maken van taal. Dat vraagt een voortdurende vertaalslag.

Met name op school is taal noodzakelijk om goed te kunnen functioneren.

De beelddenker heeft het met talige zaken vaak lastig op school:

  • slecht handschrift
  • zwakke articulatie
  • lastig letters en klanken onthouden
  • slordig met taalregels
  • kijken niet naar details in tekst maar naar totaalplaatje
  • moeite met spelling
  • moeite met vreemde woorden
  • leest niet makkelijk hardop
  • vooral jongens hebbenvaak een hekel aan opstellen maken

Trouw aan strategie

Tellen Op Je VingersBeelddenkers vinden het moeilijk van strategie te veranderen.

Ze hebben de neiging om aan één gekozen manier vast te houden. Die is vaak concreet (= zichtbaar zoals bijv. rekenen op vingers i.p.v. uit het hoofd) en omslachtig.

Deze oplossing kan nog werken in groep 3, maar in groep 6 is het te traag.

Ook per leerjaar worden vaak verschillende strategieën gebruikt om hetzelfde probleem aan te pakken.

Laat ze zelf fouten verbeteren!

foutjeFouten zijn kansen om bij te leren!

Vooral voor beelddenkers is het belangrijk zijn eigen fouten te verbeteren; als er een fout woordbeeld blijft hangen kan is het lastig weer uit het hoofd te krijgen.

Sommige scholen hebben de gewoonte dat fouten worden verbeterd door er puntjes omheen te zetten, zo blijft het fouten woordbeeld bestaan. Gewoon doorstrepen zodat je de fout voor altijd wist!

Als een ander een fout verbetert leert het kind hier niets van; het is van belang dat het kind zelf zijn eigen fouten verbetert zodat het ervan leert. Montessori-materiaal bevat vaak zelfcorrigerend materiaal.

Verbeterpunt!

Je zou kunnen bedenken dat ze, als ze de fouten goed verbeteren, een halve punt of een punt hoger scoren!

Lees ook het artikel Profiteer van je fouten

Makkelijke dingen zijn soms moeilijker

leesplankje-makkelijk-moeilijk2Vaak is het voor beelddenkers makkelijker te werken met moeilijkere woorden en moeilijkere getallen. De stof is vaak interessanter, overzichtelijker en gaat meer de diepte in waardoor de interesse wordt gewekt.

Laat het leesniveau vrij! Laat ze zelf boeken uitzoeken die ze interessant vinden. De moeilijke woorden zijn makkelijker te herkennen dan de korte woordjes uit de lagere AVI-niveaus.

Als automatiseren nog niet lukt in een hogere klas, laat de beelddenker dan oefenen met hogere getallen.

Slechte werkhouding

getty_rf_photo_of_distracted_schoolgirlVaak doen beelddenkers hun uiterste best! Van nature zijn het harde werkers en doorzetters. Maar; vooral als ze niet op hun talenten worden aangesproken; kunnen beelddenkers een slechte werkhouding gaan ontwikkelen.

Het kost ze moeite de de aandacht bij de stof te houden. Naar lange verhalen of uitleg luisteren vinden ze moeilijk. Ze worden snel afgeleid; vooral als ze niet mogen bewegen. Ze zitten te dromen of horen en zien juist alles om zich heen.

Het duurt vaak even voor opdrachten landen en ze aan de slag gaan. Vervolgens laat ook het werktempo te wensen over. De beelddenker moet alles in zijn hooft vertalen van beeld naar woord en andersom; dat kost tijd en energie!

Vaak hebben beelddenkers moeite met het automatiseren van leerstof. Vaak zien ze het nut niet van de dingen die ze moeten leren. Ze willen weten wáárom iets geleerd moet worden en zijn er moeilijk te overtuigen dat iets is zoals het is. Niet de meest ideale werkhouding.

Wat kan helpen?

  • Het helpt de beelddenker zelf aan het werk te zetten.
  • Laat ze zelf oplossingen vinden voor problemen
  • Laat ze doordenken, actief zijn, informatie inwinnen en opzoeken
  • Laat ze associëren, dat is hun leerstijl, zo blijven ze enthousiast

Behoefte aan een duidelijk doel

wolkDe beelddenker leert vanuit het geheel. Het helpt als duidelijk is wat het einddoel is, wat er geleerd moet gaan worden en vooral waarom het wat moet leren. Op die manier kan hij ergens naartoe werken.

Het is wel belangrijk dat het kind snapt dat je met inzicht alleen niet alle kennis krijgt die je nodig hebt in het leven, dat sommige dingen wel geleerd moeten worden.

Moeite met tijdsdruk

Beelddenkers leven in een tijdloze wereld. Ze hebben niet veel met tijd en vinden het lastig in te schatten hoe lang ze voor iets hebben. Vijf minuten? Tien minuten? Een half uur? Géén idee hoe lang dat duurt!

Dat is lastig want de rest van de wereld draait wel om tijd. Ook op school is tijd erg belangrijk. Presteren onder tijdsdruk is lastig voor beelddenkers.

Maak een planning voor het huiswerk. Stel in ieder geval een tijdslimiet, na een bepaalde tijd wordt er toch niets meer geleerd.

Het is handig te oefenen met tijd zodat ze leren wat bijvoorbeeld een tijdsduur van 10 minuten inhoudt. Hiervoor zou je kunnen werken met zandlopers of bijvoorbeeld tijdklokken.

Voorbeelden van tijdklokken:

[posts-by-tag tags=”timer” number=”99″ excerpt=”true” excerpt_filter=”false” thumbnail=”true” order=”asc”]

Moeilijk automatiseren

AutomatiserenBeelddenkers zijn ronduit slecht in het ouderwetse stampwerk. Ze hebben er ook geen belangstelling voor, ze zien er absoluut het nut niet van in.

Het feit dat veel scholen hier zo de nadruk op leggen maakt het lastig. Het is iets dat verwacht wordt maar wat niet lukt. Hoe frusterend is dat?

Neem het automatiseren van de tafels: een drama. Ook sommen onder de 20 leveren problemen op, ze blijven deze uitrekenen. Soms wordt de diagnose dyscalculie gesteld.

Verder hebben beelddenkers erg veel moeite met het onthouden van “dode” dingen zoals namen van personen, topografie en jaartallen.

Automatiseren is het zodanig aanleren van een taak (zoals fietsen, touwtje springen of lezen of spellen) dat je deze taak direct en zonder erover na te denken kan doen of zeggen. De geautomatiseerde taak kan vervolgens uitgevoerd worden:

  • zonder bewuste controle, dus zonder nadenken
  • zonder veel aandacht
  • op verschillende niveaus van moeilijkheid

Een beelddenker moet voordat hij het kan doen iets eerst begrijpen. Bij automatiseren is het juist de bedoeling dat je iets kan doen zonder erbij na te denken. Tegengestelde belangen dus!

Vaak zien beelddenkers de zin van het automatiseren ook niet. ze moeten eerst iets begrijpen voordat het geautomatiseerd kan worden.

Dat maakt het automatiseren lastig. Vaak wordt er door de beelddenker gekozen voor concrete methodes zoals op de vingers rekenen. Als het kind ouder wordt komt het in de problemen als de manier te traag is.

Leren door kijken

Vaak zie je dat beelddenkers niet leren fietsen door oefenen maar door kijken. Eerst brengen ze het beeld van de acties in hun hoofd. Soms hoeven ze dan alleen nog maar op te stappen en weg te fietsen.

Het automatiseren op de ouderwetse manier werkt vaak niet bij beelddenkers. Stampen helpt niet bij deze kinderen. Wat er geleerd is zijn ze binnen de kortste keren weer kwijt, het wordt niet doorgesluisd naar het lange termijn geheugen.

Hoe lukt het wel?

Beelddenkers kunnen wel dingen uit hun hoofd leren, alleen doen ze dat op een andere manier.

  • Leg uit waarom het zo belangrijk is dat het geleerd wordt,
    illustreer dit met bijv. een tafelsom die je op laat tellen of gewoon
    weet.
  • Inzicht en doorzicht gaan vooraf aan automatisering.
  • Niet uit het hoofd laten leren maar laten zoeken naar samenhang.
  • Laat dingen visueel opslaan.
  • Nooit instapdictees.
  • Leer woordbeelden aan.
  • Laat ze leren met meerdere zintuigen. Dus bijvoorbeeld:
    • Bewegen tijdens het tafels opzeggen.
    • Zingen van de tafels.
    • Tekening maken van sommen.
    • Honderdveld gebruiken om e.e.a. visueel te maken.
  • Eén strategie aanbieden bij rekenen.

 

 

Beelddenkers leren anders

Carolyn_-Eyles_teaching_09Leren is een natuurlijk proces. Op het moment dat je afwijkt van het natuurlijke proces en probeert te leren op een manier die niet bij je past, heb je een uitdaging. In het ergste geval resulteert het in een ongelukkig kind dat slecht presteert op school.

Een beelddenker denkt van nature in beelden. In de `talige` omgeving van school kan dit kind het zwaar hebben. In feite wordt geprobeerd de beelddenker te laten leren als een woorddenker. Dat zal nooit gaan lukken. Dit uit zich vaak in problemen op school.

Waar woorddenkers leren vanuit de details en de herhaling, leren beelddenkers vanuit het overzicht, door associatie en door het zelf doen en ontdekken. Bij het leerproces is het belangrijk dat alle zintuigen worden gebruikt.

Pas de manier van lesgeven aan!

De methodes op school sluiten vaak niet aan bij de wereld van de beelddenker. Als het het kind niet lukt om iets te leren met een bepaalde methode moet er een manier gezocht worden die wel werkt.

De enige manier waarop de beelddenker goed zal kunnen functioneren is als de manier van lesgeven wordt aangepast. Help het kind te ontdekken hoe het het beste leert, ze weten dat niet vanzelf. Help hem meerdere oplossingen voor een probleem te vinden.

Het is belangrijk de leerstof zo aan te bieden dat het kind de interesse vasthoudt. Bij beelddenkers zie je vaak dat ze prima kunnen leren als de stof hen interesseert! Het is belangrijk dat het kind nieuwsgierig en leergierig blijft en plezier houdt in het leren.

Wat werkt?

Wat voor een taaldenker moeilijk is kan voor een beelddenker makkelijk zijn en andersom. Het is de moeite waard uit te proberen wat werkt.

Het kind moet leren de informatie op zijn eigen manier te verwerken. Die manier is anders dan men gewend is op school en vraagt dus om een aangepaste manier van lesgeven.

Naarmate het onderwijs zich meer op begrip richt, komt er meer ruimte voor de positieve kant van het beelddenken.