Langere bezinkingstijd

time2Soms zijn beelddenkers wat naar binnen gekeerd waardoor ze een wat trage, slome indruk maken. Dit komt omdat ze alles eerst bekijken voor ze  in taal kunnen reageren.

Nieuwe kennis lijkt soms ‘niet aan te komen’. Maar na drie dagen bezinken blijken ze het toch te weten.

Vaak heeft men de indruk dat dit kind wel kan leren maar geen moeite doet, of lui is. Dat is wel het laatste wat men de beelddenkers mag verwijten! Beelddenkers zijn doorgaans harde werkers die, ondanks de soms geringe resultaten, van doorzetten weten!

Vaak vergeten zij ook dingen die ze moeten doen of ze worden ‘gewoon niet gedaan’. Niet met kwade opzet maar omdat de opdracht niet “geland” is.

Kortsluiting

temper-tantrumSoms is het moeilijk om geduld op te brengen als je kind een driftbui heeft.

Soms helpt het om in te spelen op het gevoel. Zelf beelden laten oproepen (visualiseren) van de situatie en de mogelijke (negatieve) gevolgen.

Het helpt nog wel eens de aandacht af te leiden van het (gevoelige) onderwerp. Bij driftbuien (kortsluiting noem ik het ook wel eens) kan afleiden van het onderwerp soms de oplossing bieden. Zeker als je het als ouder even niet meer weet.

Roep lolly (of suikervrije kauwgom), en het is stil… Vaak zijn ze direct afgeleid van het kritische onderwerp.

Overprikkeld

overstimulated2-300x234Beelddeners zijn vaak hoogsensitief. Ze zijn (extreem) gevoelig voor licht, geluid, gevoel.

Van tijd tot tijd kan een beelddenker overprikkeld raken. Ze raken geïrriteerd, worden snel boos, worden emotioneel of onzeker. Ze kunnen op zo’n moment niet helder denken en maken sneller fouten.

Op school is het meestal druk. Veel geluid, veel gevoelens en indrukken. Soms is het aantal binnengekomen prikkels zo groot dat de filters het niet meer kunnen verwerken. Het kind raakt overprikkeld en heeft rust nodig om te herstellen.

Prikkels van buitenaf

Hectische thuis-of school-situatie, lawaai, prestatiedruk, warmte en kou, vervelende kleding (bijvoorbeeld labeltjes), bepaald eten, onrust, stress, verdriet bij anderen, viezigheid, verassingen, onvoorspelbare gebeurtenissen, veranderingen.

Veel invloeden van buiten af en gebrek aan overzicht, kunnen uiteindelijk angsten veroorzaken. Zorg voor voldoende rustmomenten (prikkel-vrij) gedurende de dag om weer op te laden. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een koptelefoon uit de bouw (stilte). Vaak helpt een TV-programma of computer(spel) om de wereld even buiten te sluiten. Kijk wat voor jullie prettig voelt!

Prikkels van binnenuit

Vaak door angst (faalangst, anticipatieangst, verlatingsangst), schaamte, onzekerheid, schuldgevoelens, perfectionisme, enthousiasme en gedrevenheid.

Hoe voelt het om overprikkeld te zijn?

Je hebt last van alles en iedereen om je heen en je kan geen geluid verdragen. Het liefst zou je een paar uur (of langer) alleen in een stille ruimte willen verblijven.

Signalen van overprikkeling:

  • Slechte concentratie
  • Wisselende prestaties
  • Laag of negatief zelfbeeld
  • Faalangst
  • Laag werktempo
  • Grote kwetsbaarheid
  • Perfectionisme.
  • Hoofd of buikpijn.
  • Huilbuien.
  • Drift aanvallen of woede uitbarstingen.
  • Onzichtbaar maken, zodat niemand ze opmerkt
  • Clownesk gedrag (bij slechte resultaten)

Hoe voorkom je overprikkeling?

  • Informeer het kind vooraf als er iets bijzonders gaat gebeuren
  • Maak de omgeving prikkelarm
  • Zorg voor afwisseling in activiteit
  • Wees zelf rustig en kalm
  • Stimuleer rust in de klas
  • Zorg dat het kind zich op zijn gemak voelt
  • Geef de opdracht in stapjes, visualiseer oefeningen
  • Push of stimuleer niet teveel bij weerstand
  • Bouw rustmomenten in
  • Neem vrije dagen zonder afspraken

Wat helpt bij overprikkeling?

  • Lang douchen
  • In bad
  • Water over je polsen.laten stromen
  • Alleen zijn op een rustige plek
  • Ga de natuur in
  • Slapen
  • In de tuin werken.
  • Lezen
  • Mediteren
  • Ademhalingsoefeningen/yoga

Hyperfocus

hyperfocusVeel beelddenkers hebben met enige regelmaat een hyperfocus. Een hyperfocus is hetzelfde als overconcentratie. Een tot het uiterst doorgevoerde hobby. Ze kunnen zich volledig verliezen in iets dat hun interesse heeft gewekt en kunnen geen rust vinden tot het gehoopte eindresultaat is bereikt.

Bij interesse zijn is een beelddenker in staat bijna alles te leren. Hierdoor zijn de verwachtingen die hij van zichzelf heeft ook extreem hoog.

Dit resulteert vaak in creatieve uitbarstingen Alleen hetgeen waar je mee bezig bestaat nog, alle prikkels van buitenaf komen niet meer binnen. Als je dan iets vraagt aan deze persoon hoort deze persoon je niet.

Sommige mensen kunnen zich bijvoorbeeld volledig verliezen in een boek, of in een spel aan de computer. Ook creatieve activiteiten kunnen een hyperfocus opwekken, zoals bij het componeren van een muziekstuk of het maken van een schilderij.

Meestal komt de hyperfocus op bij nieuwe interessante dingen. Dit wekt bij de persoon met de hyperfocus bovengemiddelde interesse. Dankzij de hyperfocus kan hij in extreem korte tijd ongewoon veel informatie opnemen. Prestaties die zijn gehaald met een hyperfocus worden vaak als zeer bijzonder gezien. De hyperfocus kan dus werken als een groot voordeel maar kan de beelddenker ook overweldigen.

Alles gaat dan te snel en alles lijkt tegelijkertijd te moeten. Dit kan ontaarden in chaos in het hoofd en/of hyperactiviteit (duizend ideeën die om aandacht en uitvoering vragen). Dit vraagt een enorme hoeveelheid energie waardoor de accu tussendoor even moet worden opgeladen. Het kind voelt zich leeg en uitgeblust en lijkt is zeer afwezig en op zichzelf gericht. Op zo’n moment is keuzes maken of prioriteiten stellen is moeilijk.

dinossaurosEen  hyperfocus die bij kinderen vaak voorkomt is die van dinosaurussen. Een driejarig kind dat je alles kan vertellen over de Tyrannosaurus Rex.

Soms voldoet het eindresultaat maar net aan de minimale eisen.
De beelddenker, met het eindbeeld zo duidelijk in zijn hoofd, is teleurgesteld. In zichzelf. Meisjes kunnen hier heel verdrietig vanworden. Jongens kunnen boos, opstandig en ongeduldig reageren.

Zo snel en plotseling als een hyperfocus begint, zo abrupt kan hij ook weer afgelopen zijn.

Sommige mensen kunnen hun hyperfocus aan- of uit te zetten, bijvoorbeeld tijdens een les. Maak er gebruik van als er een hyperfocus opkomt en leer het gevoel herkennen. Je kan op die manier leren hoe je de hyperfocus aan moet zetten. Dit kan naar aanleiding van een kranten-artikel zijn of een documentaire, het maakt niet uit.

Herhaal dit zoveel mogelijk. Zet zo vaak mogelijk je hyperfocus aan en uiteindelijk kun je ook proberen de hyperfocus aan te zetten bij dingen die je minder extreem interesseren. Bouw het interesse niveau af en zo zul je zien je dat je jezelf ook beter kunt concentreren bij dingen die je eigenlijk helemaal niet zo leuk vindt.

Slechte werkhouding

getty_rf_photo_of_distracted_schoolgirlVaak doen beelddenkers hun uiterste best! Van nature zijn het harde werkers en doorzetters. Maar; vooral als ze niet op hun talenten worden aangesproken; kunnen beelddenkers een slechte werkhouding gaan ontwikkelen.

Het kost ze moeite de de aandacht bij de stof te houden. Naar lange verhalen of uitleg luisteren vinden ze moeilijk. Ze worden snel afgeleid; vooral als ze niet mogen bewegen. Ze zitten te dromen of horen en zien juist alles om zich heen.

Het duurt vaak even voor opdrachten landen en ze aan de slag gaan. Vervolgens laat ook het werktempo te wensen over. De beelddenker moet alles in zijn hooft vertalen van beeld naar woord en andersom; dat kost tijd en energie!

Vaak hebben beelddenkers moeite met het automatiseren van leerstof. Vaak zien ze het nut niet van de dingen die ze moeten leren. Ze willen weten wáárom iets geleerd moet worden en zijn er moeilijk te overtuigen dat iets is zoals het is. Niet de meest ideale werkhouding.

Wat kan helpen?

  • Het helpt de beelddenker zelf aan het werk te zetten.
  • Laat ze zelf oplossingen vinden voor problemen
  • Laat ze doordenken, actief zijn, informatie inwinnen en opzoeken
  • Laat ze associëren, dat is hun leerstijl, zo blijven ze enthousiast

Niet zo lekker in je vel

sad_kidBeelddenkers hebben het lastig op school. Vaak blijven resultaten achter en hebben ze het niet hun zin op school. Vaak past de manier van lesgeven niet bij deze kinderen, hun talenten worden niet genoeg aangesproken.

Als je kind niet lekker in zijn vel zit kan dit ervoor zorgen dat dat het leren niet meer lukt.

Het kind voelt zich vaak anders dan de rest;  soms spelen er ook aanvullende zorgen zoals bijvoorbeeld een scheiding, ruzie, een zwakke gezondheid en faalangst. Ook gepest worden is naar. Het is dan moeilijk de motivatie en concentratie op te brengen om te leren.

Beelddenkers zijn vaak hoogsensitief. Zij voelen de emoties van andere mensen en de sfeer in een groep vaak haarfijn aan. Van nature stemmen ze zich af op anderen, ze weten nog niet hoe ze zichzelf moeten beschermen.

Zonder zich ervan bewust te zijn, dragen deze kinderen naast de eigen gevoelens vaak ook gevoelens van de ander met zich mee. Ook buikpijn of hoofdpijn kunnen ze overnemen. Dit kan innerlijke chaos en angstig gedrag veroorzaken.

Het helpt als een kind begrip krijgt voor hoe het voelt, denkt en leert. Bespreek dit met het kind en neem eventueel een coach in de arm voor begeleiding. Vaak zijn een paar sessies al genoeg om het kind zich beter te laten voelen!

Tips:

  • Zorg voor een warm en veilig nest.
  • Maak tijd voor het kind.
  • Luister naar het kind.
  • Laat het kind voelen dat je van hem houdt ongeacht de resultaten op school.
  • Besteed aandacht aan de mogelijke problemen.
  • Zoek samen naar oplossingen, betrek het kind erbij.
  • Hou de communicatie met school open.
  • Benadruk het positieve! Vertel waar het goed in is.
  • geef waar nodig eerlijk opbouwende kritiek op zijn gedrag (“je had dit misschien beter kunnen leren”).
  • Val nooit zijn persoon aan (“Je bent dom”).
  • Vertel het kind niet steeds wat het (nog) niet kan.
  • Geef complimenten over hoe het kind iets doet en niet over het eindresultaat. Bijvoorbeeld: wat heb je mooie kleuren gebruikt in die tekening.

Negatief zelfbeeld

negatief.pngBeelddenkers worden vaak niet begrepen. Ook blijven schoolprestaties, ondanks een voldoende tot hoge intelligentie, vaak achter. Meestal zoekt hij de tekortkomingen bij zichzelf. ‘Ik zal wel dom zijn.’”Ik kan niets en ik ben niets”. Het gevolg hiervan is vaak een laag zelfbeeld en/of een hardnekkige onzekerheid.

Van “andersdenkenden” wordt verwacht dat zij zich aanpassen. Ze komen minder toe aan het ontplooien van hun eigen mogelijkheden. Naarmate een beelddenker zich steeds weer tegenkomt op school, gaat hij steeds minder van zichzelf en zijn omgeving begrijpen.

Redenen waarom beelddenkers vaak een zwak zelfbeeld hebben

  • Functioneren en presteren vaak niet goed op school
  • Moeten zich vaak aanpassen
  • Stellen vaak hoge eisen stellen aan zichzelf (perfectionisme)
  • Overzien wat ze nog niet weten en niet kunnen
  • Omgeving reageert vaak negatief op ze
  • Ervaren dat ze anders zijn dan andere kinderen.

negNegatieve spiraal

Met een laag zelfbeeld kunnen kinderen in een negatieve spiraal terechtkomen. Vanaf een jaar of 12 begint de zelfwaardering bij de meeste pubers te dalen.

Pubers richten zich op deze leeftijd steeds meer op anderen dan hun ouders. Tegenover je mede-pubers moet je je meer waarmaken dan tegenover je ouders.

Rond het 15e jaar is de het zlefbeeld op een dieptepunt; over het algemeen stijgt het daarna gelukkig weer snel.

 

Signalen van een negatief zelfbeeld

  • niet willen oefenen
  • moeite met kritiek
  • snel beledigd
  • vaak boos
  • vooral negatieve verwachtingen van zichzelf
  • vraagt vaker om hulp dan nodig
  • vindt het moeilijk hulp te aanvaarden.
  • weinig zelfreflectie
  • trekt zich falen sterk.
  • vergelijkt eigen prestaties met die van van anderen.
  • stellen van onbereikbare doel (zodat het gewoon “te moeilijk” was)
  • doel juist laag stellen
  • uitstelgedrag.
  • geringe inspanning leveren

Slechte cijfers werken niet

Het is natuurlijk fijn om goede cijfers te halen. Ze zijn een beloning, geven een gevoel van trots en voldoening en dat bevordert het leren. Deze positieve gevoelens helpen bij een goed zelfbeeld.

Slechte cijfers werken niet; ze houden het leerproces zelfs tegen. Bij vakken waar al slechte cijfers zijn gehaald maakt de leerling voor zijn idee nauwelijks een kans. Als hij dan, tot overmaat van ramp, een docent treft die hem niet begrijpt of motiveert, zal hij zich afkeren van dit vak.

De leerling voelt zich tekortschieten en gaat twijfelen aan zichzelf, wat leidt tot schaamte, boosheid en machteloosheid. Dit machteloze gevoel kan leiden tot een “laat maar zitten” houding. Je ziet dat de leerling uitvluchten gaat zoeken: “Ik vind het een stom vak.”, “Ik mag de lerares niet”, ” Ik laat het volgend jaar toch vallen.”

Het vermijden van vergelijkbare situaties betekent dat een kind niet ziet dat het beter gaat als het blijft proberen en geen succeservaringen opdoet.

Faalangst

Deel 1 van 4 in de serie Faalangst

faalangstVeel beelddenkers hebben vaak de neiging tot faalangst en onzekerheid. Hierbij hoort ook een ‘dom’ voelen ondanks duidelijk aanwezige capaciteiten.

Ze hebben een perfect plaatje in hun hoofd waar ze eigenlijk nooit aan kunnen voldoen. Ze verwachten veel van zichzelf. Een tekening die ze voor zich zien, levensecht, komt bijna nooit zo op papier. Vaak wordt de tekening uit frustratie verscheurd en weggegooid.

Faalangst is de angst dat je niet voldoet aan de gestelde verwachtingen. Het heeft te maken met het kind zelf (dat de hoge lat legt), meestal met andere mensen (die de eisen stellen) en met zelfvertrouwen.

Faalangst wordt meestal veroorzaakt door negatieve ervaringen tijdens de schoolloopbaan of in de opvoeding. Het kan ook zijn dat er erg hoge verwachtingen zijn van het kind. Als een van de ouders last heeft van faalangst kan het kind dit overnemen (kopieergedrag).

Kinderen kunnen zich persoonlijk verantwoordelijk gaan voelen, en voelen zich minderwaardig als ze niet aan de eisen (kunnen) voldoen. Soms gaat het zo ver dat kinderen zich isoleren van klasgenoten en vrienden.

Faalangst is een probleem waar veel jongeren op school mee te maken hebben. In de brugklas heeft één op de tien leerlingen last van faalangst, terwijl dat getal in de eindexamenjaren oploopt tot gemiddeld een op de vijf leerlingen.

Er zijn drie soorten faalangst

  • Cognitieve faalangst: angst om niet te voldoen aan de eisen. Het kind is bijvoorbeeld bang dat het een onvoldoende haalt terwijl het wel goed is voorbereid.
  • Sociale faalangst: angst in het contact met andere mensen. Dit uit zich bijvoorbeeld in het praten in een groep, of om iets vragen bij de supermarkt.
  • Motorische faalangst: angst om het lichaam te gebruiken, bijvoorbeeld optreden bij een autorijexamen. Op zulke momenten voelt iemand met motorische faalangst zich als ‘verlamd’.

Sociale vaardigheden

article-new_ds-photo_getty_article_110_160_78194512_XSBeelddenkers zijn vaak eerlijk, rechtlijnig. Ze hebben niet veel
kwaad in de zin. Ze begrijpen vaak niet dat de wereld om hen heen anders functioneert dan zijzelf en ze kunnen hier oprecht verbaasd en verdrietig over zijn.

Daarbij hebben ook een sterke eigen wil en een duidelijke mening. Ze zijn moeilijk te overtuigen. Hierdoor lopen ze vaak tegen conficten aan.

Het is moeilijk voor ze om uit te leggen wat ze in hun hoofd hebben. Het is niet eenvoudig de emoties en beelden om te zetten in woorden.

Stemmingswisselingen komen vaak voor: van té uitgelaten het ene moment naar té somber het volgende moment. Dat is voor de buitenwereld moeilijk te volgen.

Een beelddenker voelt zich snel emotioneel bedreigd en heeft makkelijk een schuldgevoel als het niet lukt zoals hij het in zijn hoofd heeft. Ze hebben ook moeite hun gevoelens onder woorden te brengen en ermee om te gaan. Dit kan veel stress opleveren. Ze voelen zich vaak slachtoffer van de situatie.

Sociale contacten door al deze oorzaken moeizaam verlopen. Ook zijn ze soms teveel gefocussed op zichzelf (internet focus) of op de buitenwereld (externe focus).

Interne focus

Sommige kinderen zijn erg op zichzelf gericht. Ze hebben weinig oog voor hun omgeving of de emoties of sociale signalen van anderen. Hierdoor kunnen ze  star en egocentrisch overkomen.

Vaak hebben ze het sociaal moeilijk. Doordat ze weinig openstaan voor anderen hebben ze vaak botsingen met mede-leerlingen, leraren en andere gezagsfiguren. Soms kunnen ze zelfs agressief overkomen.

Externe focus

Het is net of deze groep niet echt deelneemt aan het leven. Het zijn dromers, waarnemers, toeschouwers.

Ze kunnen het stilzwijgend, maar merkbaar met de leiding eens zijn (of juist niet).  Ze zijn wat ongrijpbaar en makkelijk over het hoofd te zien. Het is moeilijk in te schatten hoe het echt met deze kinderen gaat. Soms voelen ze zich erg eenzaam.

Hoge toppen en diepe dalen

550px-Forget-a-Bad-Memory-Step-7Beelddenkers kunnen een rot gevoel vaak moeilijk van zich afzetten (angst, spanning, boosheid of verdriet). Praten en de situatie logisch beredeneren helpt meestal niet. Je kunt voor je gevoel geen afstand nemen van de pijnlijke situatie.

Het gevoel is met jou verweven. Het is jouw interne beleving! Een beelddenker kan dit gevoel wel ‘zichtbaar’ maken.

Dit beeld verschilt uiteraard per persoon. Angst zit vaak in je buik (voorbeeld: groot, grijs, pulserend of trekkend),
Verdriet rond je hart (voelt scherp). Ga zelf maar na.

Grote vrijheidszin

Flying ButterflyBeelddenkers hebben vaak een grote vrijheidszin. Ze hebben moeite met regels. Het zijn echte vrijbuiters; ze zijn vaak moeilijk bij te sturen of te straffen. Ze weten vaak de regels te ontduiken.

Afspraken maken met een ander is ook lastig. De ander is er in de beleving van de beelddenker niet. Het is belangrijk duidelijke regels te hebben en veel structuur te bieden.

Chaoot eerste klas

messy-bedroomDe beelddenker is een chaoot eerste klas. De meeste van deze kinderen hebben moeite met het plannen en vooruitkijken. Opruimen komt niet op hun lijstje voor; hun laatje of kastje is meestal een puinhoop (waar ze zelf niet mee zitten overigens).

Vaak denken ze dat ze iets gedaan hebben maar is dat niet gebeurd. Verwijten als: “Nu heb je alweer je jas op de grond laten liggen!” vinden ze niet terecht; in hun hoofd hebben toch zelf gezien dat ze hem ophingen! Helaas is dat alleen in hun hoofd gebeurd.

 

Impulsief gedrag (primair denkproces)

patienceIedereen wordt geboren met een dominante rechter hersenhelft. Logisch, want de taalontwikkeling en het beredeneren komt pas op latere leeftijd. Een baby snapt bijvoorbeeld noet niet dat hij soms even moet wachten met eten, hij heeft honger, NU! We spreken dan van een primair denkproces.

Mensen die primair denken willen hun behoeften direct vervuld hebben. Het gevolg hiervan is impulsief gedrag.

Freud schrijft hierover: dit denken ontstaat vanuit een instinctieve drift,het denken zelf is een omweg naar directe bevrediging. Het verzinnen van mechanismen en trucs om toch te krijgen wat iemand in zijn hoofd heeft, maakt een mens inventief.

Het primaire denkproces komt tot uiting in humor en kunst. Het secundaire denkproces stelt gecontroleerd de behoefte tot bevrediging uit tot een geschikt moment.

Secundair denkproces:

Rond het tiende levensjaar is de linker hersenhelft zo goed als ontwikkeld en neemt het secondaire denkproces de overhand. De meeste kinderen weten zich redelijk te beheersen als ze hun zin niet krijgen. Ze bekijken de omstandigheden.

Veel beelddenkers blijven echter de voorkeur houden voor het primaire denkproces.

Resultaat:

  • weinig geduld
  • autoriteiten maken niet veel indruk
  • gevoel van binnen overheerst
  • accepteren geen nee
  • geen uitstel dulden
  • obsessie of “hyperfocus” (bijvoorbeeld door een spelletje)
  • afstand nemen van een situatie is moeilijk
  • wat gedaan wordt gebeurt intensief