Hoe herken je faalangst?

Deel 1 van 4 in de serie Faalangst

Het is niet altijd makkelijk faalangst te herkennen. Faalangst kan zich uiten in perfectionistisch gedrag (veel vragen stellen, altijd maar studeren) maar ook in vermijdend gedrag (spijbelen of veel ziek zijn).

Verlegenheid en teruggetrokken gedrag kunnen tekenen zijn van faalangst maar er zijn ook kinderen die juist agressief worden of de clown gaan uithangen als het spannend wordt.

Signalen van faalangst:

  • vermijden van oogcontact
  • met de handen friemelen
  • rood worden
  • transpireren
  • trillen of bibberen
  • wiebelen met de benen
  • nagelbijten
  • schouders samentrekken
  • nek- schouder- en rugpijn
  • hoofdpijn
  • buikpijn
  • warme of koude handen
  • droge lippen
  • prikkelbaarheid
  • vaak naar het toilet moeten
  • duizeligheid
  • versnelde hartslag
  • vermoeidheid- en slaapklachten
  • versnelde, oppervlakkige of verhoogde ademhaling die kan leiden tot benauwdheid en hyperventilatie

Werken aan je faalangst

Deel 3 van 4 in de serie Faalangst

teen Faalangst belemmert. Een gezonde dosis spanning is niet erg, maar als je minder gaat presteren doordat je bang bent is het zonde.

Wat opvalt bij mensen met faalangst is dat ze succes-ervaringen aan het toeval toeschrijven en mislukkingen aan zichzelf.

Ze vinden het vaak moeilijk complimenten te accepteren. In plaats van toewerken naar succes werken ze aan het voorkomen van mislukkingen. Vaak hangt dit samen met een slecht zelfbeeld.

Wat ik iedereen kan adviseren is een lijstje te maken met dingen die ze goed doen en goedvinden aan zichzelf. Als je je onzeker voelt kun je het lijstje tevoorschijn halen.

Wat kan je nog meer doen?

  • Accepteer jezelf: je bent een mens en je maakt fouten.
  • Accepteer je fouten: van iets fout doen leer je hoe iets niet moet.
  • Gun jezelf succes: benoem je succes en zie dat je er zelf verantwoordelijk voor bent.
  • Verbeter je zelfbeeld: mensen met faalangst hebben vaak een negatief zelfbeeld.
  • Leer relativeren: de wereld vergaat niet als het een keertje niet goed gaat.
  • Laat los: als de taak mislukt blijf jij als persoon hetzelfde.
  • Probeer nieuwe dingen: het geeft zelfvertrouwen als je iets nieuws probeert en kan.
  • Ontspan: ademhalingsoefeningen en visualisaties kunnen hierbij helpen.
  • Vergelijk jezelf niet met anderen: iedereen heeft onzekerheden en uitdagingen.
  • Denk niet teveel aan je angst: hoe meer je eraan denkt, hoe erger het wordt.
  • Stel niet uit: hoe langer je aarzelt of wacht, hoe hoger de spanning wordt.

Hoe kunnen anderen je helpen?

  • Vraag bevestiging: geef aan dat je onzeker bent en het fijn vindt bevestiging te krijgen. Voor ieder mens is het belangrijk dat hij waardering, liefde en respect krijgt om wie hij of zij is en niet op grond van zijn of haar resultaten.
  • Vergroot je zelfvertrouwen: bezoek een deskundige. Een coach of faalangst-training kan je inzicht geven in je faalangst en je leren ermee om te gaan.

Faalangst

Deel 1 van 4 in de serie Faalangst

faalangstVeel beelddenkers hebben vaak de neiging tot faalangst en onzekerheid. Hierbij hoort ook een ‘dom’ voelen ondanks duidelijk aanwezige capaciteiten.

Ze hebben een perfect plaatje in hun hoofd waar ze eigenlijk nooit aan kunnen voldoen. Ze verwachten veel van zichzelf. Een tekening die ze voor zich zien, levensecht, komt bijna nooit zo op papier. Vaak wordt de tekening uit frustratie verscheurd en weggegooid.

Faalangst is de angst dat je niet voldoet aan de gestelde verwachtingen. Het heeft te maken met het kind zelf (dat de hoge lat legt), meestal met andere mensen (die de eisen stellen) en met zelfvertrouwen.

Faalangst wordt meestal veroorzaakt door negatieve ervaringen tijdens de schoolloopbaan of in de opvoeding. Het kan ook zijn dat er erg hoge verwachtingen zijn van het kind. Als een van de ouders last heeft van faalangst kan het kind dit overnemen (kopieergedrag).

Kinderen kunnen zich persoonlijk verantwoordelijk gaan voelen, en voelen zich minderwaardig als ze niet aan de eisen (kunnen) voldoen. Soms gaat het zo ver dat kinderen zich isoleren van klasgenoten en vrienden.

Faalangst is een probleem waar veel jongeren op school mee te maken hebben. In de brugklas heeft één op de tien leerlingen last van faalangst, terwijl dat getal in de eindexamenjaren oploopt tot gemiddeld een op de vijf leerlingen.

Er zijn drie soorten faalangst

  • Cognitieve faalangst: angst om niet te voldoen aan de eisen. Het kind is bijvoorbeeld bang dat het een onvoldoende haalt terwijl het wel goed is voorbereid.
  • Sociale faalangst: angst in het contact met andere mensen. Dit uit zich bijvoorbeeld in het praten in een groep, of om iets vragen bij de supermarkt.
  • Motorische faalangst: angst om het lichaam te gebruiken, bijvoorbeeld optreden bij een autorijexamen. Op zulke momenten voelt iemand met motorische faalangst zich als ‘verlamd’.

Faalangst op school

Deel 2 van 4 in de serie Faalangst

leerkrachtCognitieve faalangst is faalangst die te maken heeft met het leren.

Deze vorm van faalangst komt voornamelijk voor in de schoolse omgeving. Het betreft zowel het oppakken van nieuwe leerstof als het toetsen van de bestudeerde stof.

Deze leertaken kunnen zodanige angst opleveren (klamme handen, hoofdpijn, hartkloppingen en buikpijn) dat de leerling belemmerd wordt in zijn leerproces.

Het toppunt van cognitieve faalangst is natuurlijk het proefwerk of de overhoring.

Door goed te kijken en te luisteren naar leerlingen kan de leerkracht signalen opvangen die wijzen op faalangst. Lichamelijke reacties, zoals klamme handen, buikpijn, transpireren, hartkloppingen, misselijkheid en hoofdpijn. Al deze zaken kunnen de leerling erg belemmeren in zijn leerproces.

Faalangst kan zich op verschillende manieren laten zien. Er zijn perfectionisten en actieve vermijders tegenover uitstellers, opgevers of passieve vermijders. Perfectionisten leren heel veel, zeer nauwgezet en uit het hoofd. Als er iets misgaat raken ze in paniek. Uitstellers, opgevers en vermijders verminderen hun spanning door niet mee te doen.

Wat kan je als leerkracht doen?

De interactie tussen leerkracht en leerling bepaalt in hoge mate het al of niet faalangstig zijn van leerlingen. Je kunt als leerkracht veel doen om deze leerlingen te helpen.

Procesgerichte begeleiding

Besteed meer aandacht aan het proces en minder aan het eindprodukt. Leerlingen met faalangst krijgen dan onderweg al een beter gevoel. Denk aan opmerkingen als:

  • Hartstikke goed, dat je je profielwerkstuk zo mooi op tijd hebt afgekregen
  • Wat leuk, dat je een origineel onderwerp voor je spreekbeurt hebt gevonden!
  • Jammer van die onvoldoende, juist nu je er zo voor knokt om je gemiddelde omhoog te brengen!

Daarnaast is fijn als je met het kind praat over de faalangst. Maak duidelijk dat het kind ertoe doet! Dat de prestaties losstaan van hoe jij het kind ziet.

Zeg dat het je opvalt dat het kind zich onzeker voelt en vraag of je hem of haar kunt helpen. Spreek  af dat het kind je altijd om hulp kan vragen.

Wat kun je verder doen?

  • maak duidelijk dat de leerling ertoe doet
  • voorspelbaarheid in de communicatie
  • consequent gedrag naar leerlingen
  • zeg het kind dat je gelooft dat hij het kan
  • maak duidelijk dat je geen perfectie verwacht
  • gebruik positieve nakijkmethoden (bijv. aangeven wat goed is ipv fout)
  • zorg voor een vriendelijke en veilige sfeer in de klas
  • maak duidelijke afspraken over prestatie
  • zorg dat het doel duidelijk is
  • leer het kind plannen

Veel informatie over faalangst op school kun je vinden op: www.faalangst.nl

Een geweldige lijst met tips en adviezen vind je op www.orthoconsult.nl

Dit filmpje geeft tips hoe je als leraar met faalangst kan omgaan.