Woordjes leren door woordparen

slide2boptDe volgende methode werkt vaak erg goed:

  1. Overschrijven in woordparen van 10
  2. Doorlezen
  3. Visualiseren
  4. Leren en controleren
  5. Probleemwoorden filteren
  6. Eindcontrole

De eerste 2 stappen, het overschrijven en doorlezen kun je het beste alleen doen. Bij de volgende stappen kun je ook iemand vragen of hij je wil helpen met visualiseren en overhoren. Overhoren helpt bij het beter onthouden van de woordjes!

Stap 4 en 5 kun je ook doen met behulp van een woordjesprogramma als Audivididici of WRTS. Ga door tot je een 7 hebt en print het lijstje met overgebleven woorden uit; dit is je uitdagingsgroep. Dit lijstje moet je wel overschrijven; zo blijft het beter hangen!

1. Overschrijven in groepen van 10

Schrijf alle woordjes die je moet leren over in woordparen.  Per vel papier schrijf je een groep van maximaal 10 woordparen op. Links het vreemde woord en dan rechts het Nederlandse woord.

Na het opschrijven van 10 woordparen pauzeer je 2 tot 3 minuten.

2. Doorlezen per woordgroep

Lees de groep hardop voor. Eerst het vreemde woord en dan het Nederlandse woord. Lees zorgvuldig: niet te snel (dan krijg je de woorden niet goed mee) en niet te langzaam (dan word je afgeleid). Je hoeft de volgorde van de woordparen niet te veranderen. Dit voorlezen doe je 6 tot 10 keer.

Controle: dek de Nederlandse woorden af met een vel papier en controleer wat je onthouden hebt. Wat je niet onmiddellijk te binnen schiet dat streep je even aan.  Hierna doe je hetzelfde met de vreemde woorden.

Pauzeer hierna 2 tot 3 minuten.

3. Visueel opslaan per woord

Net heb je aangestreept welke woorden nog moeilijkheden geven. Van deze woorden ga je het woordbeeld opslaan (je maakt er als het ware een foto van). Lees hier over het visueel opslaan van een woordbeeld.

  • schrijf het vreemde woord op een wit papiertje
  • kijk goed naar het hele woord
  • spel het woord hardop
  • lees het woord hardop voor
  • sluit je ogen en schrijf je het woord op in je hoofd

Als controle spel je het woord van voren naar achteren en van achteren naar voren.

4. Directe controle per woordgroep

Lees de groep nog een keer door en overhoor jezelf per woord. Kijk direct na of je antwoord juist was.  Dit herhaal je net zo lang tot je alle woordparen kent.

Pauzeer 3 tot 5 minuten.

Hierna ga je door met de volgende woordgroep die je moet leren: weer met stap 2. Let op: per dag kun je maximaal 4 van deze woordgroepen leren!

5. Totaalcontrole: alle woordgroepen

Overhoor nu alle groepen direct achter elkaar. Streep alles aan wat je niet zeker weet of wat je niet onmiddellijk te binnen schiet. Deze woordparen schrijf je opnieuw op; dit is je “uitdagingsgroep”. Deze uitdagingsgroep behandel je hetzelfde als de andere woordgroepen met stap 2, 3 en 4.

Hierna leg je je werk voor minstens een paar uur weg. Het beste kun je gewoon rust nemen of gaan slapen.

6. Eindcontrole

Hier doe precies dezelfde controle als in stap 5. De woorden die je nu nog overhoudt (waarschijnlijk heel weinig) vormen de “crisisgroep”. Deze woorden schrijf je in een schrift bij elkaar zodat je ze voor een volgende toets nog een keer door kan nemen.

Reacties:

  1. Pingback: Tweets die vermelden Woordjes leren « Ik leer in beelden -- Topsy.com

Geef hieronder je reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *