Het leerstijlen model van Dunn en Dunn is gebaseerd op differentiatie. Het model gaat er van uit dat niemand hetzelfde is; iedereen leert op een andere manier. Het model houdt rekening met 5 categorieën van in totaal 21 variabelen die het leren en de concentratie beïnvloeden.

Uitgangspunt van het leerstijlen-model is dat iedereen kan leren en talenten heeft, gebaseerd op een combinatie van biologische en karakterologische kenmerken. Iedere leerling heeft zijn eigen unieke combinatie van voorkeuren. Als leertaken benaderd worden via deze voorkeuren zijn leerlingen het meest zelfverzekerd en succesvol.

De invloed per variabele kan wisselen sterk tot matig. Er zijn ook variabelen die geen invloed hebben op het vermogen van de leerling om zich te concentreren en te leren.

Het leerstijlen-model van Dunn en Dunn houdt rekening met:

Omgeving

Sommige leerlingen leren het beste in een koele rustige kamer, anderen hebben muziek nodig en een warme kamer. Er wordt rekening gehouden met:

  • licht
  • geluid
  • temperatuur
  • werkplek

Emotioneel

Sommige leerlingen werken het liefst aan meerdere projecten tegelijkertijd, anderen maken het liefst eerst een project af voor ze aan het volgende beginnen. Er wordt rekening gehouden met:

  • motivatie
  • doorzettingsvermogen
  • verantwoordelijkheid
  • structuur

Sociaal

Sommige leerlingen leren het best alleen, anderen het liefste samen met mede-leerlingen.

Fysiologisch

Onder welke omstandigheden leert de leerling het best? Er wordt rekening gehouden met:

  • perceptie (auditief, visueel, tactiel en kinesthetisch),
  • energie-niveaus op welke tijd van de dag (vroege vogel of nachtbraker)
  • eten en drinken (wel of niet tijdens de studie)
  • mobiliteit (stilzitten of bewegen).

Psychologisch

  • hemisferisch (welke hersenhelft heeft de voorkeur)
  • impulsief of reflecterende (direct handelen of eerst nadenken)
  • globaal of analytisch (geluid, licht, zithoek, doorzettingsvermogen, sociologische voorkeur, eten en drinken)
    • Globale leerlingen geven de voorkeur aan een omgeving met zachte verlichting en informele zitplaatsen. Ze hebben pauzes nodig, snacken, mobiliteit en geluid.
    • Analytische leerlingen werken liever in een omgeving met fel licht en formele zitplaatsen. Ze werken het beste in een rustige omgeving met weinig of geen onderbrekingen en weinig of geen tussendoortjes.

DunnandDunn

Hieronder een filmpje over de Hellerup school die werkt met de Leerstijlen-theorie van Dunn en Dunn.