Topografie leren

nl-nederland

  • Leer niet alles in één dag. Je krijgt je topografie meestal een week van te voren op.  Verdeel het aantal plaatsen over de dagen.
  • Iedere dag herhaal je wat je de dagen ervoor hebt geleerd.
  • De laatste dag kun dan je alles herhalen.
  • Veel te leren? Verdeel het gebied in noord zuid oost en west en steeds kleiner (naar provincies of departementen, naar noord zuid oost west) enzovoort.
  • Vul op een blanco kaart alle plaatsen in met de beginletters van deze plaatsen.
  • Het voordeel hiervan is dat je niet de cijfers en letters onthoudt maar de beginletters van de namen. Natuurlijk moet je dan ook nog met een blanco kaart oefenen.
  • Leer niet in de volgorde van het opgavenblaadje maar in volgorde van plaatsen (die bijvoorbeeld naast elkaar of onder elkaar liggen)
  • Uit veel onderzoeken komt naar voren dat stof véél beter blijft hangen als er overhoord is.

 

Visueel

  • Ontwikkel een mentaal kaarbeeld, een eigen kaartje in je hoofd.
  • Dit kun je doen door zelf de provincie, het land of werelddeel te tekenen.
  • In deze getekende kaart kun je dan ook de plaatsen zetten.
  • Controleer de kaart goed met een kaart in de atlas!
  • Hierdoor leer je goed kijken en verschillen zien.
  • De plaatsen of landen met elkaar in gedachten verbinden en zo in blokjes leren.
  • Met kleuren werken, nummers en namen op de twee blaadjes met kleuren aan elkaar koppelen.

Doen

  • Een stuk piepschuim pakken, daar de kaart opplakken. Op cocktailprikkertjes
  • papiertjes met de te leren namen. En dan kan je zelf een aantal werkvormen
  • bedenken om te oefenen.
  • Grote kaarten ophangen op een zichtbare plaats.
  • Er zijn mooie puzzels te koop om topografie te leren

 Context

  • Associaties maken, verbanden leggen:
  • Kijk, Gouda, de kaas die daarvan daar komt vindt jij zo lekker. Of, en dat is wel een heel erge: Oh oh Den Haag, lelijke stad achter de duinen. Dat lelijke klonk als Leiden, duinen associeerde met water/meer -> Zoetermeer. Zo heb je in 1 gek liedje 3 plaatsen geleerd.
  • Bekijk in de atlas goed hoe het land eruit ziet: – vorm –  hoe groot het is — welke landen er omheen liggen
  • Hoe meer dingen je opvallen, hoe sneller je ook de naam van het land zult onthouden. Probeer nu met je ogen dicht de kaart te herinneren.
  • Zet in gedachten een grote rode, knipperende stip op de plek van de hoofdstad. Houd je ogen nog steeds dicht met het beeld van de kaart voor je en zeg hardop de naam van het land en de hoofdstad.
  • Met een atlas erbij naar de grotere gehelen kijken. Een rivier komt van heel ver, stroomgebied, zijrivieren… Van alles kan je erbij vertellen. Dan krijgen die namen context en is het onthouden zinniger en dus gemakkelijker.
  • Met de Bosatlas ‘Het canon van de geschiedenis’, plaatsen koppelen aan verhalen uit de geschiedenis. Je kunt ook kijken naar de producten die er vandaan komen, dan gaat zo’n plaats ineens leven.  (Bijvoorbeeld Spa of Bastognekoeken.)
  • Sommige plaatsen hebben ook een heel logische naam die je net moet weten.

Taal

  • Zinnen maken van de beginletters van plaatsen die bij elkaar in de buurt liggen (bijvoorbeeld met namen van bekenden erin) en ze hardop zeggen.  (Lelystad, Almere, Zeewolde wordt dan bijv. Loopt Al Zeker.)
  • Onzinrijmpjes verzinnen bij de plaatsen die je niet goed kan onthouden (Tietjerkstradeel, daar laten ze niets heel.  In Overijssel dollen ze in Zwolle.)
  • Bedenk een grappig klein gedichtje, afkorting of kort gek zinnetje. Bijvoorbeeld:
    • * Gecastreerde katers uit Castricum bezoeken de kerk te Heemskerk en de zwarte markt in Beverwijk.
    • * C-H-B wie gaat er mee?
    • * HUI-BU-HI: Huizen-Bussum-Hilversum
    • * A-AM-AAL: Amsterdam-Amstelveen-Aalsmeer
  • Om de Scandinavische landen (Noorwegen, Zweden, Finland) en hun hoofdsteden (Oslo, Stockholm, Helsinki) uit je hoofd te leren doe maak je de volgende Ezelsbrug: Niet Zo Fris, Of Stinkt Het?

Oefening

  • Zet een streepje bij de plaatsen/gebieden/wateren die je al wel kent.
  • Die je nog niet kent, schrijf je onder elkaar op een blaadje.
  • Neem de eerste 5 die je hebt opgeschreven.
  • Neem de eerste letters van een plukje plaatsnamen als ezelsbruggetje.
  • Zet op een oefenkaart de letters erbij van de plaatsnamen.
  • Begin met de eerste. Kijk goed naar deze plek op de kaart.
  • Stel jezelf er vragen over.
    • * Waar op de kaart ligt de plaats, rivier, …
    • * Zuid, noord, oost, west
    • * Bij een stad
    • * Waarlangs loopt de rivier
    • * Heeft de rivier een gekke loop?
  • Doe je ogen dicht en probeer de plaats in gedachten voor je te zien.
  • Doe je ogen dicht en zie de kaart (aan de binnenkant van je ogen) weer voor je.
  • Oefen nu met de lege kaart of je ze weet.
  • Degene die je niet wist even extra oefenen.
  • Hierna door met de volgende 5 plaatsen.

Lijsten

De Citogroep heeft een lijst samengesteld die bestaat uit 100 plaatsen voor Nederland, 100 voor Europa en 100 voor de wereld. Deze plaatsen noemen we topografische ‘ankers’, omdat zij verankerd moeten worden in je geheugen. Met deze basis kun je makkelijker nieuwe topografische informatie leren. De lijst kan je hier vinden.

Leuke links:

Reacties:

Geef hieronder je reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *