Een toets met open vragen is vaak lastig voor een beelddenker in verband met woordvindingsproblemen. Kladpapier kan uitkomst bieden. Moeilijke termen of formules kun je hier aan het begin van de toets alvast opschrijven.

Probeer zo netjes mogelijk te werken. Zorg dat je naam en klas boven het toetsformulier staan. Schrijf leesbaar en ga niet krassen. Als de docent ziet dat je je best hebt gedaan en het er netjes uitziet zijn ze geneigd meer punten te geven!

Stappenplan voor een open-vraag toets:

Vorm je een beeld van de toets

  • Haal even diep adem terwijl de toets wordt uitgedeeld
  • Kijk de toets eerst globaal door
  • Hoeveel vragen zijn er?
  • Zijn er verschillende onderdelen?
  • Check ook de achterkant van het toetsblad!
  • Is er een puntensysteem waarbij sommige vragen een hogere waarde hebben?
  • Kijk globaal alle vragen door

Bepaal de tijd per onderdeel

Maak een inschatting van de tijd. Een gevaar is dat je teveel tijd besteed aan één of twee moeilijke vragen en daardoor in tijdnood komt. Een oplossing is als je de gewenste eindtijd naast de vraag zet.

  • Kijk hoeveel tijd je hebt voor de vragen
  • Schrijf eventueel een eindtijd naast de vraag
  • Hou tijd over voor de eindcontrole

Bepaal de volgorde

Als er een puntensysteem is dan is het verstandig met de vragen te  beginnen die het meeste opleveren.

Anders kun je de vragen het beste in de goede volgorde maken. Van de ene naar de andere vraag hoppen kost vaak kostbare tijd omdat je de overgeslagen vragen later weer moet opzoeken en nalezen (met het risico dat je ze later vergeet).

Vul per vraag de antwoorden in

  • Onderstreep of omcirkel de sleutelwoorden en wat je moet doen
  • Schrijf eerst op een kladblaadje de kernwoorden op die je in je antwoord wilt gebruiken
  • Schrijf je antwoord op
  • Laat na je antwoord altijd een paar regels open voor als je er nog wat bij wilt zetten
  • Weet je het echt niet? Vul dan het beste antwoord in dat in je opkomt en zet er in de kantlijn een vraagteken voor. Dan staat er in ieder geval een antwoord en kun je eventueel later nog verbeteren.
  • Weet je het antwoord niet helemaal, maar weet je wel wat zinnigs te melden over de vraag? Vul het toch in! Vaak krijg je er punten voor! Zorg wel dat het ermee te maken heeft, ga geen onzin opschrijven om ruimte op te vullen.
  • Als de vraag niet duidelijk is kun je ter plekke om uitleg vragen. Als dat niet mogelijk is, schrijf dan bij je antwoord dat je de vraag niet begrijpt maar dat je ervan uit bent gegaan dat het zus en zo bedoeld werd. Hierdoor ziet de docent de gedachtegang achter je antwoord en zal hij eerder geneigd zijn punten te geven.

Eindcontrole

Het is belangrijk dat je voor het inleveren je toets nog goed nakijkt.

  • Zijn alle antwoorden leesbaar?
  • Kloppen de antwoorden?
  • Controleer op spelfouten, vergissingen en overgeslagen vragen.
  • Controleer de achterkant van de toets
  • Eventueel kan je nog aanvullingen maken in de ruimtes die je opengelaten hebt.
Een proefwerk, ook repetitie of toets genoemd, is een meestal schriftelijke toets waarmee wordt beoordeeld of een leerling de leerstof beheerst. Een toets die kleiner is dan een proefwerk en die minder zwaar meetelt voor het rapport, wordt wel een schriftelijke overhoring genoemd.
Bron:
Wikipedia

Meer over toetsen: