Hoe maak je een werkstuk?

werkstuk
Een werkstuk maken is voor een beelddenker  lastig.

Er moet veel gedaan worden in een bepaalde volgorde, binnen een bepaalde tijd, met heel veel woorden en het eindresultaat moet er netjes uitzien….. Dat vraagt om planning!

Als je dit stappenplan volgt komt het goed!

  1. Welk onderwerp kies je? Kies iets dat je zelf leuk vindt en waar je meer over te weten wil komen. Bijvoorbeeld Spanje.
  2. Zorg voor een mapje waar je de spullen in kan bewaren. Het is handig als je alles bij elkaar hebt.
  3. Maak eerst een overzicht van welke onderwerpen je in je werktstuk wilt verwerken. Je kan dat doen in een mindmap of in een lijstje. In ieder geval moet het volgende erin staan. Pas het wel aan naar jouw onderwerp!
    • Inhoud: De hoofdstukken met erachter de pagina-nummers
    • Inleiding: korte uitleg waarom je voor Spanje hebt gekozen
    • Hoofdstuk 1: waar ligt Spanje
    • Hoofdstuk 2: De Spaanse cultuur
    • Hoofdstuk 3: de hoofdstad van Spanje
    • Hoofdstuk 4: De toeristische trekpleisters van Spanje
    • Nawoord wat je er van vond om de werkstuk te schrijven en wat je geleerd hebt over je onderwerp
  4. Nu je weet wat er in je werkstuk moet komen kun je op zoek naar informatie. Bij de bibliotheek of op internet. Maak een lijstje welke bronnen je hebt gebruikt, je moet namelijk altijd vermelden waar je je informatie vandaan hebt.
  5. Verwerk de informatie per hoofdstuk. Het is de bedoeling dat je de informatie die je vindt opschrijft in je eigen woorden.
  6. Schrijf daarna je nawoord. Leg uit wat je ervan vond om het werkstuk te maken, en wat je geleerd hebt.
  7. Daarna maak je een voorpagina met het onderwerp, de datum, je naam en je klas opzet. Een plaatje erbij maakt het nog leuker! Zorg ervoor dat deze er mooi uitziet en de juiste informatie bevat. Dit is het eerste wat je leraar zal zien en is belangrijk voor een eerste indruk.
  8. Maak dan de inhoudsopgave. Een overzicht van alles wat er in je werkstuk staat met erachter de paginanummers.
  9. Kijk in je tekstverwerker met de spellingscontrole of er nog foutjes in zitten.
  10. Print je werkstuk dan uit en doe het in een mooi mapje.
  11. Controleer het werkstuk nog een keer op fouten. Laat het ook doorlezen door iemand anders, Je kijkt namelijk vaak over je eigen fouten heen. Wees niet teleurgesteld als er nog foutjes inzaten, dat gebeurt iedereen!
  12. Als alle fouten eruit zijn gehaald kun je het nog een keer uitprinten en ben je klaar.

Reacties:

Geef hieronder je reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *