Faalangst op school

Deel 2 van 4 in de serie Faalangst

leerkrachtCognitieve faalangst is faalangst die te maken heeft met het leren.

Deze vorm van faalangst komt voornamelijk voor in de schoolse omgeving. Het betreft zowel het oppakken van nieuwe leerstof als het toetsen van de bestudeerde stof.

Deze leertaken kunnen zodanige angst opleveren (klamme handen, hoofdpijn, hartkloppingen en buikpijn) dat de leerling belemmerd wordt in zijn leerproces.

Het toppunt van cognitieve faalangst is natuurlijk het proefwerk of de overhoring.

Door goed te kijken en te luisteren naar leerlingen kan de leerkracht signalen opvangen die wijzen op faalangst. Lichamelijke reacties, zoals klamme handen, buikpijn, transpireren, hartkloppingen, misselijkheid en hoofdpijn. Al deze zaken kunnen de leerling erg belemmeren in zijn leerproces.

Faalangst kan zich op verschillende manieren laten zien. Er zijn perfectionisten en actieve vermijders tegenover uitstellers, opgevers of passieve vermijders. Perfectionisten leren heel veel, zeer nauwgezet en uit het hoofd. Als er iets misgaat raken ze in paniek. Uitstellers, opgevers en vermijders verminderen hun spanning door niet mee te doen.

Wat kan je als leerkracht doen?

De interactie tussen leerkracht en leerling bepaalt in hoge mate het al of niet faalangstig zijn van leerlingen. Je kunt als leerkracht veel doen om deze leerlingen te helpen.

Procesgerichte begeleiding

Besteed meer aandacht aan het proces en minder aan het eindprodukt. Leerlingen met faalangst krijgen dan onderweg al een beter gevoel. Denk aan opmerkingen als:

  • Hartstikke goed, dat je je profielwerkstuk zo mooi op tijd hebt afgekregen
  • Wat leuk, dat je een origineel onderwerp voor je spreekbeurt hebt gevonden!
  • Jammer van die onvoldoende, juist nu je er zo voor knokt om je gemiddelde omhoog te brengen!

Daarnaast is fijn als je met het kind praat over de faalangst. Maak duidelijk dat het kind ertoe doet! Dat de prestaties losstaan van hoe jij het kind ziet.

Zeg dat het je opvalt dat het kind zich onzeker voelt en vraag of je hem of haar kunt helpen. Spreek  af dat het kind je altijd om hulp kan vragen.

Wat kun je verder doen?

  • maak duidelijk dat de leerling ertoe doet
  • voorspelbaarheid in de communicatie
  • consequent gedrag naar leerlingen
  • zeg het kind dat je gelooft dat hij het kan
  • maak duidelijk dat je geen perfectie verwacht
  • gebruik positieve nakijkmethoden (bijv. aangeven wat goed is ipv fout)
  • zorg voor een vriendelijke en veilige sfeer in de klas
  • maak duidelijke afspraken over prestatie
  • zorg dat het doel duidelijk is
  • leer het kind plannen

Veel informatie over faalangst op school kun je vinden op: www.faalangst.nl

Een geweldige lijst met tips en adviezen vind je op www.orthoconsult.nl

Dit filmpje geeft tips hoe je als leraar met faalangst kan omgaan.

Geef hieronder je reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *