building_blocks Bij erg jonge kinderen kun je eigenlijk nog niet zeggen of ze beelddenker zijn. Veel kinderen gaan rond de 6 jaar pas over naar het woorddenken. Als je terugkijkt hebben beelddenkers in hun jonge jaren toch wel veel zaken gemeenschappelijk.

In de babytijd hebben ze vaak een wat kwijlend mondje. Ze leren wat later lopen en kijken daarbij naar hun voeten alsof ze willen zien wat ze doen.

Als dreumes en peuter houden ze van bouwen met Lego en blokken. Ze kunnen helemaal opgaan in fantasiespelen; ze hebben een groot inlevingsvermogen. Ze worden niet graag uit hun spel gehaald; dat kan behoorlijke driftbuien opleveren.

De taalontwikkeling gaat vaak wat minder vlot dan bij leeftijdsgenootjes. Ze kunnen moeilijk iets onder woorden brengen en ontwikkelen vaak een eigen woordenschat. Ze wachten vaak met praten tot ze echt kunnen praten en beginnen dat tot je grote verbazing meteen in hele zinnen.

Beelddenkers hebben een hardnekkig doorzettingsvermogen.  Ze zijn emotioneel erg kwetsbaar en hebben moeite met ruzie en conflicten. Ze  vertellen vaak de prachtigste fantasieverhalen.

Meer eigenschappen:

  • kunnen zich moeilijk concentreren
  • hangen graag de clown uit
  • zijn speels
  • hebben een groot gevoel voor humor
  • langdurig gebroken spreken
  • automatiseren van bepaalde vaardigheden zoals evenwicht bewaren moeilijk
  • laat leren lopen
  • laat met leren fietsen
  • last met leren zwemmen (wel kunnen zwemmen maar niet volgens de regels voor het diploma)
  • eten liever met de handjes dan met lepel of vork
  • paniekreacties op onverwachte momenten