Negatief zelfbeeld

negatief.pngBeelddenkers worden vaak niet begrepen. Ook blijven schoolprestaties, ondanks een voldoende tot hoge intelligentie, vaak achter. Meestal zoekt hij de tekortkomingen bij zichzelf. ‘Ik zal wel dom zijn.’”Ik kan niets en ik ben niets”. Het gevolg hiervan is vaak een laag zelfbeeld en/of een hardnekkige onzekerheid.

Van “andersdenkenden” wordt verwacht dat zij zich aanpassen. Ze komen minder toe aan het ontplooien van hun eigen mogelijkheden. Naarmate een beelddenker zich steeds weer tegenkomt op school, gaat hij steeds minder van zichzelf en zijn omgeving begrijpen.

Redenen waarom beelddenkers vaak een zwak zelfbeeld hebben

  • Functioneren en presteren vaak niet goed op school
  • Moeten zich vaak aanpassen
  • Stellen vaak hoge eisen stellen aan zichzelf (perfectionisme)
  • Overzien wat ze nog niet weten en niet kunnen
  • Omgeving reageert vaak negatief op ze
  • Ervaren dat ze anders zijn dan andere kinderen.

negNegatieve spiraal

Met een laag zelfbeeld kunnen kinderen in een negatieve spiraal terechtkomen. Vanaf een jaar of 12 begint de zelfwaardering bij de meeste pubers te dalen.

Pubers richten zich op deze leeftijd steeds meer op anderen dan hun ouders. Tegenover je mede-pubers moet je je meer waarmaken dan tegenover je ouders.

Rond het 15e jaar is de het zlefbeeld op een dieptepunt; over het algemeen stijgt het daarna gelukkig weer snel.

 

Signalen van een negatief zelfbeeld

  • niet willen oefenen
  • moeite met kritiek
  • snel beledigd
  • vaak boos
  • vooral negatieve verwachtingen van zichzelf
  • vraagt vaker om hulp dan nodig
  • vindt het moeilijk hulp te aanvaarden.
  • weinig zelfreflectie
  • trekt zich falen sterk.
  • vergelijkt eigen prestaties met die van van anderen.
  • stellen van onbereikbare doel (zodat het gewoon “te moeilijk” was)
  • doel juist laag stellen
  • uitstelgedrag.
  • geringe inspanning leveren

Slechte cijfers werken niet

Het is natuurlijk fijn om goede cijfers te halen. Ze zijn een beloning, geven een gevoel van trots en voldoening en dat bevordert het leren. Deze positieve gevoelens helpen bij een goed zelfbeeld.

Slechte cijfers werken niet; ze houden het leerproces zelfs tegen. Bij vakken waar al slechte cijfers zijn gehaald maakt de leerling voor zijn idee nauwelijks een kans. Als hij dan, tot overmaat van ramp, een docent treft die hem niet begrijpt of motiveert, zal hij zich afkeren van dit vak.

De leerling voelt zich tekortschieten en gaat twijfelen aan zichzelf, wat leidt tot schaamte, boosheid en machteloosheid. Dit machteloze gevoel kan leiden tot een “laat maar zitten” houding. Je ziet dat de leerling uitvluchten gaat zoeken: “Ik vind het een stom vak.”, “Ik mag de lerares niet”, ” Ik laat het volgend jaar toch vallen.”

Het vermijden van vergelijkbare situaties betekent dat een kind niet ziet dat het beter gaat als het blijft proberen en geen succeservaringen opdoet.

Geef hieronder je reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *