beelddenken Een niet-beelddenker (woorddenker) verzamelt informatie en maakt daar later een geheel van. De leerstof wordt logisch opgebouwd, van A naar Z, stapje voor stapje worden kleine stukjes informatie samengevoegd tot een geheel.

Deze aanpak werkt niet voor de beelddenker. Die voelt zich volkomen verloren omdat er geen overzicht bestaat en er geen zinnige verbanden zijn te leggen. Bij gebrek aan het totaalbeeld falen alle pogingen daartoe. De losse stukjes gaan een eigen leven leiden en dragen niet bij aan het geheel. Het is als puzzelen  zonder voorbeeld.

Topdown leren

Een beelddenker kijkt vanuit een totaalbeeld (een samenvatting, hoofdstuk of boek, alfabet, cijferveld 1-100). Daarna kan hij dit beeld gaan invullen. Dit doet hij door associatie; in het geheugen gaat hij op zoek naar verbanden vanuit verschillende gezichtspunten; zo wordt nieuwe informatie wordt gekoppeld aan bestaande informatie.

Denkwijze, sorteergedrag beelddenker

Op jonge leeftijd zie je kleine beelddenkers vaak hun speelgoed sorteren. Ze zoeken naar gelijken en rangschikken deze netjes op rij.

Voorbeeld op school:

Leerlingen die in beelden denken, moeten eerst het eindresultaat ‘zien’ of de samenvatting vooraf lezen. Anders wordt de lesstof in het verkeerde ‘vakje’ opgeslagen. Deze kinderen bundelen de informatie dan aan eigen informatie / herinneringen zoals in het onderstaande voorbeeld.

Les 1: De meester bespreekt het varken.

“Ik ben naar de bioscoop geweest naar Babe het varkentje.” De informatie verdwijnt in het hoofd in dit vakje.

Les 2 (week later): De meester bespreekt de koe.

“Bij de Mc Donalds zijn de hamburgers van koeien gemaakt. Ze hebben daar een ballenbak!”

Les 3 (weer een week later): De meester bespreekt de kip.

“Mijn hond heeft een speelgoed-kip. Ik speel vaak met mijn hond in de tuin.”

Les 4 (na 3 weken)

“Zo, we hebben de dieren van de kinderboerderij besproken”. Bij de beelddenker passen de in zijn hoofd gevormde bioscoop, ballenbak en rubberen kip niet in de kinderboerderij.

Een beelddenker ziet een totaalbeeld en kan dit moeilijk opbouwen vanuit losse deeltjes. Hij is wel in staat om vanuit een geheel terug te beredeneren (omgekeerd leren).

In het onderwijs wordt informatie altijd opgebouwd. Een bijna onmogelijke opgave voor een beelddenker. Aanleren om eerst het totaalbeeld te overzien om vervolgens terug te beredeneren om de lesstof in de klas te kunnen volgen.

Oplossing: top-down benadering, van het geheel naar de delen.

“We gaan de komende weken de dieren van de boerderij bespreken.”

Het beelddenkende kind maakt een vakje in zijn hoofd: de boerderij. Dit zal waarschijnlijk een echt beeld zijn van een stuk land, een huis, een tractor, stallen enz. De komende lessen kan de informatie over de dieren hierin worden verzameld.

 

Reflex in Beeld – Uitweg 9 – 3481 BB  Harmelen