Rommel in het hoofd

Beelddenkers geven zelf vaak al aan ‘Mijn hoofd zit zo vol’. Door het associëren en de vele beelden die ze zien is het een rommel in het hoofd.

Tijdens de training gaan we samen het hoofd opruimen. Ik ga het kind vragen waar de getallen zitten, en waar de letters. Beelddenkers weten precies wat je dan bedoelt! Op dit moment krijgt een kind al inzicht hoe het bij hem in elkaar zit. Meestal vinden ze het een rommel en willen ze daar graag wat aan doen (echt!).

Dan gaan we kamers of kasten maken waar gelijksoortige informatie verzameld wordt. Bijvoorbeeld een blauwe kamer voor taal en een rode kamer voor rekenen. Het kind visualiseert hoe de kamers eruit zien. Verder in het proces gaan we bijvoorbeeld de tafels opslaan in de rekenkamer, als een soort spiekbriefje. Woorden slaan we als plaatjes op in de taalkamer; het kind projecteert het woord op de muur.

Op het moment dat dingen zo worden opgeslagen is vaak nog wel wat herhaling nodig, maar na een week oefenen zit een tafel er bijvoorbeeld muurvast in. Ze lezen hem zo op “uit de kamer”. Doordat ze het als plaatje hebben opgeslagen kunnen de rijtjes van de tafels ook voor de deelsommen gebruikt worden (de cijfers blijven hetzelfde namelijk!).

Om structuur te geven aan de tijd kun je een planbord gebruiken. Die vul je op een vaste dag in de week en daarna slaan ze hem op als een plaatje.

Geef hieronder je reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *