Lege woorden overslaan

Onze taal bevat veel woorden waarbij je direct een beeld kan oproepen zoals: maan, ster, vis en hond.

Deze woorden geven meestal geen problemen bij het lezen.

Onze taal bevat ook veel woorden waarbij niet direct een duidelijk beeld op te roepen valt, zoals bijvooorbeeld lidwoorden, abstracte zelfstandig naamwoorden,  en bijvoeglijk naamwoorden. Vaak gaat het maar om kleine woordjes zoals geen, niet, de, het, een, omdat, die, dat, enz.

Beelddenkers slaan deze woorden vaak over omdat ze voor hen eenvoudigweg geen betekenis hebben. Een beelddenker onthoudt in beelden. Hoe moet je een woord onthouden als er geen beeld bij hoort?! Bij het lezen maar ook bij het schrijven zullen ze deze woorden vaak overslaan.

Dit levert een probleem op bij het halen van de leesniveau’s op school, hier wordt namelijk streng op gelet. Ook begrijpend lezen kan een probleem zijn, zeker bij vragen op het examen als: Waar slaat het woord “omdat” op?

Tijdens de training ‘Ik leer anders’ slaan we al deze woordjes op als plaatjes. Lezen gaat daarna een stuk makkelijker!

Reacties:

Geef hieronder je reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *